De armed elements
Palestijnen en links-Libanezen
De aanduiding armed elements was in het leven
geroepen omdat UNIFIL, die in haar rapportages aan het VN-hoofdkwartier bijna dagelijks van acties van Palestijnse of links-Libanese strijdgroepen gewag maakte, vaak lastig kon bepalen met welke groepering zij
precies te maken had. Zowel
de PLO als de Lebanese National Movement (LNM), het samenwerkingsverband van radicale Libanese moslimfacties, bestond
uit een grote verscheidenheid aan strijdgroepen, die elkaar net zo vaak
bevochten als dat zij gezamenlijk de strijd tegen Israël aanbonden.
De PLO-groeperingen waarmee Dutchbatt het meest te stellen had, waren het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP), dat in tegenstelling tot Arafats Fatah een politieke oplossing van het Palestijns-Israëlische conflict resoluut van de hand wees, en het Democratic Front for the Liberation of Palestine (DFLP). Zij werkten vaak samen met de radicale
facties van de LNM, waaronder de Syrian Social Nationalist Party (SSNP), die aansluiting van Libanon bij Syrie nastreefde. Oorspronkelijk viel ook Amal onder de
koepel van de LNM, maar sinds het eind van de jaren
zeventig voer deze beweging steeds meer een onafhankelijke koers. In de
kampementen van de armed elements troffen Dutchbatters overigens geregeld ook strijders
aan die duidelijk niet van Arabische afkomst waren. Zo sprak de commandant van
de Paostcie, kapitein P.L. Oolders, tijdens een onvrijwillig verblijf in een PLO-settlement met een Duitse vrouw die haar
guerrillaopleiding naar eigen zeggen in Oost-Duitsland en de VS had genoten. In het gebied waar UNIFIL werkzaam was, waren de armed elements in twee regio's
geconcentreerd, de Tyre Pocket en de IJzeren
Driehoek. Het gebied rond Tyrus, dat een aantal grote
Palestijnse vluchtelingenkampen herbergde en de belangrijke Kasmiyah-brug over de Litani beheerste, was tijdens de Israelische inval van 1978 buiten schot gebleven. Toen
UNIFIL - met name het Franse contingent - kort na de
oprichting van de vredesmacht probeerde zich ook in de Tyre Pocket to ontplooien, stuitte dat op fel verzet van
de PLO, die niet ten onrechte beweerde dat de VN alleen zeggenschap had over de
gebieden in Libanon die op dat moment door de Israëliërs waren bezet. UNIFIL,
die dat maar to accepteren had, kreeg alleen in de
Libanese legerkazerne Tyre Barracks voet aan de grond. Per toerbeurt leverden de UNIFIL-bataljons een wachtdetachement om de kazerne te bewaken. Het aantal PLO-strijders in de Tyre Pocket schommelde volgens VN-schattingen rond de 1.500 man. De IJzeren Driehoek (Iron Triangle) was de naam van
het gebied waar de PLO- en LNM-strijders in 1978, na
de terugtrekking van de IDF en de instelling van UNIFIL, hun gezag opnieuw
wisten te vestigen. Gebruikmakend van de zwakte van de vredesmacht in de
begindagen, richtten zij hier tal van militaire
kampementen
(settlements) in, terwijl zij hun wil aan de lokale
(deels christelijke) bevolking oplegden. UNIFIL zag zich, na een mislukte
halfslachtige poging tegen deze praktijk op te treden, genoodzaakt de status
van de IJzeren Driehoek te erkennen. De gedetailleerde afspraken die zij met de
PLO maakte, lieten haar in dit gebied slechts een beperkt aantal bevoegdheden.
De blauwhelmen mochten de settlements niet dichter
dan tot tweehonderd meter (bij een enkel kamp zelfs vijfhonderd meter) naderen,
terwijl de dorpen Dayr Amis en al-Bayyad en twee wegen volledig verboden terrein
waren. Daar stond tegenover dat de armed elements hadden beloofd hun sterkte niet op te voeren en zich
niet gewapend of in uniform buiten hun eigen kampen te begeven.
Overtredingen van deze regels waren echter schering en inslag. Zo breidde het
aantal settlements zich gestaag uit. Het aantal
strijders per kamp, dat meestal een man of tien bedroeg, kon oplopen tot enkele
tientallen. In totaal waren er in de IJzeren Driehoek vermoedelijk zelden meer
dan driehonderd armed elements aanwezig. Eind 1981 verving de VN de informele en beladen benaming Iron Triangle door het neutrale Dayr Amis Area.
Bron: "Vredesmacht in Libanon" De Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985
Ben Schoenmaker, Herman Roozenbeek(redactie), Uitgeverij BOOM
Nederlands Instituut voor Militaire Historie