NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

De armed elements

Het incident bij Qana

 

Binnen UNIFIL had Fijibatt verreweg de meeste problemen met de armed elements. Dat kwam omdat het bataljonsvak tussen de Tyre Pocket en de IJzeren Driehoek ingeklemd lag, maar ook omdat de Fiji's, althans overdag, hun taak op de roadblocks erg strikt uitvoerden. Bovendien was hun gedrag soms onvoorspelbaar en zochten zij, anders dan Dutchbatt, vaak de confrontatie op momenten dat onderhandelen nog mogelijk was. Van tijd tot tijd escaleerde de situatie en moest Fijibatt de hulp van de FMR inroepen. Meestal zette de verschijning van deze reserve, mede dankzij de Nederlandse bijdrage daaraan, de argumenten van de UNIFIL-onderhandelaars voldoende kracht bij en keerde de rust terug. Soms dreigde het conflict verder te escaleren, zoals op 22 augustus 1979. Het incident begon bij een roadblock van de Fiji's, waar verhitte armed elements het vuur op de VN-militairen openden. In de schotenwisseling die volgde, kwam een officier van de LNM om het leven. Daarop belegerden en beschoten Palestijnse en Libanese strijdgroepen uit de IJzeren Driehoek een groot aantal Fiji-posten. Ook het hoofdkwartier van Fijibatt in Qana werd belaagd. Omdat de situatie verder uit de hand dreigde te lopen, gaf het UNIFIL-hoofdkwartier de aangrenzende bataljons, Dutchbatt en Senbatt, opdracht de Fiji's te steunen. Het Nederlandse bataljon zette een aantal YP's in, waaronder twee van de Alpha-compagnie onder leiding van eerste-luitenant A.W. de Bruin. Deze groep kreeg het bevel de Fiji's op een post ten oosten van Qana te versterken, in een gebied met weinig natuurlijke dekking. De Nederlandse blauwhelmen, die nauwelijks waren voorbereid op wat komen ging, vertrouwden grotendeels op hun reputatie. Omdat een rendez-vous met de Fiji's was misgelopen, reden ze zonder actuele informatie over de situatie met open vizier de post tegemoet, De Bruin voorop in een open jeep. Op het moment dat ze bij hun bestemming aankwamen, werden ze door de armed elements onder vuur genomen. Daarbij raakten drie Nederlandse militairen gewond, onder wie De Bruin. Het initiatief lag volledig bij de armed elements; de Dutchbatters konden niet veel meer doen dan dekking zoeken en de tegenstander met klein-kaliber- en .50-vuur op afstand houden, aangezien de YP's weinig bescherming boden tegen de RPG's van de PLO. Ook het afvoeren van de gewonden gebeurde onder vuur, waarbij de YP-gewondentransport zelfs met RPG's werd beschoten. Een UNIFIL-helilcopter bracht hen vervolgens in veiligheid? Tijdens een gevechtspauze wisten de armed elements achtereenvolgens de Fiji's en de Nederlanders te overrompelen en te ontwapenen. Dat ging bepaald niet zachtzinnig. De VN-militairen werden geschopt en geslagen, en toen zij werden afgevoerd, vuurden de Palestijnen over hun hoofden. In een PLO-kamp beleefden de circa twintig Nederlandse militairen vervolgens enkele bange uren, waarbij een aantal van hen met de dood werd bedreigd en schijnexecuties moest doorstaan. Zij kwamen pas vrij toen de UNIFIL-onderhandelaars een akkoord met de PLO bereikten. De Nederlandse militairen keerden met hun voertuigen naar het Dutchbatt-gebied terug, maar hun wapens, veel uitrustingsstukken en persoonlijke bezittingen bleven, zoals gebruikelijk in dergelijke situaties, bij de PLO achter. Pas later kregen ze die terug. De armed elements leden tijdens de diverse confrontaties van 22 augustus overigens gevoelige verliezen; force commander Erskine schatte het aantal gesneuvelde strijders op vijftien Het incident bij Qana, dat pijnlijk duidelijk maakte dat de door de PLO gepredikte medewerking aan UNIFIL als het erop aankwam uit niets dan "loze kreten" bestond, maakte op Dutchbatt diepe indruk en bracht bij velen een "machteloze woede" teweeg. Vooral De Bruin was er ernstig aan toe. Hij raakte voor de rest van zijn leven aan een rolstoel gekluisterd. De Dutchbatt-leiding benadrukte echter dat de Nederlanders zich uitstekend hadden gehouden en dat hen niets te verwijten viel. Op dat oordeel valt wel iets af te dingen, omdat de militairen tamelijk onvoorzichtig in de val van de armed elements waren gelopen. De reacties in de Nederlandse pers waren opmerkelijk lauw. Alleen in de kop `Gewonden transport Libanon beschoten' van de Volkskrant zat enige verontwaardiging besloten. De kranten toonden zich betrokken bij het lot van de gewonde en gevangengenomen militairen, maar berichtten verder in zakelijke bewoordingen over het incident en knoopten er geen algemeen oordeel over de positie van Dutchbatt of UNIFIL aan vast. De PLO van haar kant beschuldigde Fijibatt ervan het conflict te hebben uitgelokt, maar op het VN-hoofdkwartier in New York toonde men zich tevreden over de robuuste opstelling van UNIFIL. Ondersecretaris-generaal Urquhart schreef aan Erskine: "members of UNIFIL have the right to use their weapons in self-defense (...). It should (...) be made clear that one of UNIFIL's main tasks is to prevent infiltration of its area of operations, especially by armed personnel and that groups which attempt such infiltration must be held to be prima facie in the wrong. If we were to give up this fundamental principle, we should have no basis at all on which to operate." Enkele dagen later liepen zeven Fiji-militairen in een hinderlaag, waarbij drie van hen de dood vonden. Hoewel de PLO iedere betrokkenheid ontkende, was iedereen bij UNIFIL ervan overtuigd dat de armed elements op deze wijze wraak namen voor hun verliezen tijdens het incident.

 

 

 

 


  Bron: "Vredesmacht in Libanon" De Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985

Ben Schoenmaker, Herman Roozenbeek(redactie), Uitgeverij BOOM
Nederlands Instituut voor Militaire Historie

 
Veteraneninstituut