NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

  Dutchbatt aan zet  

Geografie en vakindeling

 

De militairen die in Zuid-Libanon op een mild mediterraan klimaat rekenden, kwamen bedrogen uit. De zomers zijn er heet en droog, de winters daarentegen kil en nat. Tijdens de regenperiode - van no­vember tot april - zijn zware onweersbuien geen zeldzaamheid. Met name in de hoger gelegen gebieden in het binnenland kan het nu en dan flink spoken, zoals op 23 februari 1981, toen een storm zware schade aan opstellingen, onderkomens en onderhoudsloodsen toebracht. In de winter waren patrouilles en verplaatsingen soms moeilijk uitvoerbaar en afgelegen posten lastig te bereiken, maar daar stond tegenover dat in deze periode het aantal infiltratiepo­gingen flink afnam.

Het gebied waarvoor Dutchbatt verantwoordelijk was, was het grootste en wellicht lastigst te controleren bataljonsvak van heel UNI­FIL. Het strekte zich vanaf de kust zo'n vijftien ki­lometer landinwaarts uit, was nergens dieper dan circa acht kilome­ter en grensde aan de noordkant aan de bataljons van Fiji (Fijibatt) en Senegal (Senbatt), aan de oostkant aan het Ierse bataljon (Irishbatt) en aan de zuidkant aan de DFF-enclave. Aan de kust lag een smalle vruchtbare strook met veel sinaasappelplantages. De rest van het ge­bied, dat overwegend heuvelachtig was, werd door diepe drooggeval­len rivierbeddingen (wadi's) doorsneden. De diepste en langste wadi, de wadi an-Nafkhah, deelde het gebied feitelijk in tweeën.

Het gebied ten westen van deze wadi was het domein van de Charlie-compagnie. In het kustgebied lagen hier de dorpen al-Man­souri en Buyout as-Sayyid en meer in het binnenland Majdal Zoun, waar de compagniescommandopost (post 7-4) was gevestigd. In het zuiden grensde de compagnie direct aan de DFF-enclave, terwijl in het noordwesten slechts een smalle strook onder beheer van Fijibatt het compagniesvak van de Tyre Pocket, het belangrijkste PLO-bolwerk, scheidde. Tot de compagnie behoorden ook de zogenaamde boven­posten (7-1, 7-2, 7-3, 7-5 en 7-6), die in de DFF-enclave waren gelegen en daar als de `ogen en oren' van UNIFIL fungeerden.

De overige onderdelen van Dutchbatt lagen ten oosten van de wadi an-Naflchah. De stafcompagnie beheerde, als opvolger van de staf- en verzorgingscompagnie, een kleine sector rond Haris, de lo­catie van het hoofdkwartier van Dutchbatt. De rest van het gebied was gelijkelijk verdeeld tussen de Alpha-compagnie in het zuiden en de Paostcie in het noorden. De commandopost van de Alpha-com­pagnie bevond zich in Ya'tar (post 7-11), dat met circa vierduizend in­woners niet alleen het grootste dorp in het Dutchbatt- gebied was, maar ook een van de armste. Verder lagen in dit gebied nog de dor­pen Kafra en Sribbin. De ogen van de Alpha-compagnie waren voor­al naar het zuiden gericht, waar haar gebied aan de enclave van ma­joor Haddad grensde.

Het noordelijker gelegen vak van de Paostcie telde een groter aantal dorpen en stadjes, waarvan van west naar oost Zibqin, jibal al­Butm, as-Siddiqin en Rishknaniyah de belangrijkste waren. De com­mandopost van de compagnie (post 7-8) was ondergebracht in een oude politiepost ten zuiden van jibal al-Butm en as-Siddiqin. Na ver­loop van tijd vestigden zich steeds meer Libanezen rond deze post, waardoor feitelijk een nieuw dorpje, `Heavy Weapon Town', ont­stond. Meer naar het noordoosten lag in het vak van de 'Paost' een groot deel van de zogeheten IJzeren Driehoek, het gebied waarin Pa­lestijnse strijdgroepen en linkse moslimmilities heer en meester waren. Formeel behoorde dit gebied tot UNIFIL, maar de vredesmacht had er even weinig te zeggen als in de DFF-enclave. De belangrijkste plaatsen hier waren Dayr Amis, al-Bayyad, Mazra'at al-Mushrif en Mahrounah. Ook de overheersende heuvel Jabal al-Kabir, ten westen van as-Siddiqin, was in handen van deze armed elements.

Het domein van Dutchbatt werd door slechts twee wegen die voor wielvoertuigen redelijk begaanbaar waren, ontsloten. De eerste was de kustweg, die van Beiroet langs de stad Tyrus door het gebied van de Charlie-compagnie via roadblock 7-1A naar Naqoura en de Is­raëlische grenspost Rosh Haniqra liep. De tweede was de weg van as­Siddiqin naar Haris, die in het westen via Qana in het vak van de Fiji's met de kustweg in verbinding stond en via Tibnin in het Ierse bataljonsvak verder naar het oosten voerde. De enige andere door­gaande route was de weg van Zibqin naar de kust, die al zolang under construction was, dat de Nederlandse militairen spraken van de "road zunder construction". Rijden op deze weg was zelfs voor de YP's een zware opgave. De weg kwam pas in 1982 gereed.

Vanuit Haris was het gebied van de Charlie-compagnie slechts be­reikbaar via een noordelijke route door het vak van de Fiji's en door PLO-gebied, of via een lastig zuidelijk parcours door het domein van majoor Haddad. De bovenposten en, verder naar het zuiden, het UNI­FIL-hoofdkwartier lagen in volledig door de DFF beheerst gebied. De wegen in deze enclave waren slechts enkele dagen per week voor UNI­FIL geopend, terwijl de DFF bij het minste of geringste ook op die dagen de controleposten sloot. Het kwam bovendien regelmatig voor dat Dutchbatt-voertuigen alleen bij de DFF-checkpoints werden doorgelaten als ze water of brandstof afstonden of militieleden een lift gaven. Zelfs een bataljonscommandant moest eraan geloven; lui­tenant-kolonel H.H. Dijcks moest vaak als hij checkpoint`Kilo' aan de kustweg 's nachts passeerde, een fles whiskey `betalen'.

Dezelfde kenmerken die het Dutchbatt-gebied voor gemotori­seerd verkeer zo moeilijk toegankelijk maakten, bestempelden het tot ideaal terrein voor infiltratiepogingen van de diverse strijdende partijen. Via de plantages in de kuststrook of de vele diepe wadi's maakten de armed elements de beste kans ongezien de DFF-enclave te bereiken om daar, of op Israëlisch grondgebied aanslagen te plegen. UNIFIL beschouwde de wadi an-Nafkhah, die hiervoor door zijn diep­te, lengte en ligging bij uitstek geschikt was, terecht als de voor­naamste PLO-infiltratieroute.

 

 


  Bron: "Vredesmacht in Libanon" De Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985

Ben Schoenmaker, Herman Roozenbeek(redactie), Uitgeverij BOOM
Nederlands Instituut voor Militaire Historie

 
Veteraneninstituut