De armed elements
Een vreemde eend in de bijt: Amal
Wellicht
de belangrijkste ontwikkeling die zich tot aan de Israelische
inval van juni
1982 in
Zuid-Libanon voordeed, was de opkomst van de sjiietische volksbeweging Amal.
Zij was van oorsprong de militaire loot aan de stam van Musa as-Sadr's Beweging van de Onterfden, maar overvleugelde
haar al snel en nam haar plaats in de politieke arena over. De beweging kreeg
vooral een impuls toen as-Sadr in 1978 tijdens een
bezoek aan Libië spoorloos verdween en daarmee welhaast een martelaar werd. Ook
het succes van de sjiietische revolutie in Iran,
gevolgd door de oorlog tussen Iran en Irak, inspireerde de Libanese
geloofsbroeders. Amal, die zich sterk maakte voor het
herstel van het staatsgezag, keerde zich tegen de machtspositie van de Palestijnen en Syriërs en de rol
van Israël in Libanon. De groeiende invloed en organisatiegraad van Amal waren vanaf
1980 in
het UNIFIL-gebied
duidelijk merkbaar. Dutchbatt signaleerde deze ontwikkeling in een vroeg stadium dankzij de goede
relaties die het met de lokale bevolking onderhield. Vrijwel alle dorpen in het
Nederlandse vak waren overwegend sjiietisch en pro-Amal. De beweging richtte zich aanvankelijk vooral
tegen de Palestijnen en hun LNM-medestanders.
Hun aanwezigheid en gewapende acties lokten namelijk geregeld beschietingen en
andere wraakacties van de kant van de DFF en IDF uit. De groei van Amal was dan ook tevens op te vatten als een motie van
wantrouwen aan het adres van UNIFIL, hoewel de beweging de enige partij in Zuid-Libanon was die de vredesmacht volledig steunde. Een
andere reden waarom deze beweging de LNM vijandig gezind was, was het feit dat
de linkse moslimgroeperingen in diverse dorpen, waaronder Ya'tar
en as-Siddiqin, de voornaamste rivalen van Amal waren. Dit alles bracht het gevaar van een toenadering
tussen de DFF en Amal met zich mee. De militaire tak
van Amal manifesteerde zich in het UNIFIL-gebied voor het eerst in Ma'rakah,
een stadje in het vak van het Senegalese bataljon.
Medio juli 1980 richtte zij hier een checkpoint in,
dat vooral was bedoeld om de bevolking tegen de PLO en LNM te beschermen. Twee
weken later onderschepte de Alpha-compagnie van Dutchbatt een nachtelijke patrouille van vijf gewapende Amal-strijders uit Ya`tar. Sindsdien was Amal ook in
het Nederlandse gebied een factor om rekening mee te houden. Terwijl de groei
van de militairemacht van Amal
zorgen baarde, trok Dutchbatt ook profijt van haar
wijd vertakt netwerk. Amal-leden uit verschillende
dorpen voorzagen de Nederlanders bijvoorbeeld van informatie over de
activiteiten van de armed elements.
Hoewel de verleiding groot was, waakte UNIFIL ervoor Amal
anders te behandelen dan de andere gewapende groepen. Steeds vaker moest Dutchbatt optreden om de vrede tussen Amal
en de armed elements te
bewaren of te herstellen. De eerste grote botsing vond plaats op 5 en 6
september 1980, toen een groep van circa dertig Amal-aanhangers,
die
zich
in as-Siddiqin had verzameld, vanaf Jabal al-Kabir werd beschoten. In
december, na een vermoedelijk door de PLO uitgevoerde aanslag op de sjeik van as-Siddiqin, brak er een nieuwe confrontatie tussen beide
groeperingen uit. In beide gevallen wierp Dutchbatt roadblocks op om de partijen van elkaar te scheiden,
terwijl de YP's andermaal een goed instrument bleken
om de heethoofden tot bedaren te brengen. De Nederlanders moesten nu en dan ook
buiten het eigen gebied optreden om Amal en de LNM
uit elkaar te houden. In maart 1981 kreeg een YP-peloton
als onderdeel van de Force Mobile Reserve bij Jwayyah in het vak van Senbatt
zelfs de opdracht een schijnaanval uit te voeren om indruk op de strijdende
partijen te maken - en met succes. De PLO en LNM, die
er alles aan deden de invloed van Amal in te dammen,
bijvoorbeeld door acties tegen Ya'tar te ondernemen,
konden niet voorkomen dat deze beweging ook in de IJzeren Driehoek, zoals in Mahrounah, steeds meer aanhangers kreeg. Zelfs in Tyrus wist zij een massale staking te organiseren. Naarmate
Amal sterker werd en beter georganiseerd raakte, kreeg
ook Dutchbatt meer met haar te stellen, ondanks de
goede relaties die het met haar liaisonofficier, Daoud
Suleiman Daoud, onderhield.
De gewelddadigheden bereikten een hoogtepunt op 28 januari 1982, toen een Amal-groepering uit as-Siddiqin
een aanval uitvoerde op een pro-Irakese LNM-factie die zich in de steengroeve ten noorden van het
stadje ophield. Vijf LNM'ers sneuvelden. Dutchbatt, dat volledig was verrast, kon alleen nog maar
proberen verder geweld te voorkomen, onder andere door de toegangswegen tot as-Siddiqin te controleren. Bovendien droeg het de lichamen
van de omgekomen strijders aan de LNM over. Meer nog dan Dutchbatt
trad al-Fatah als bemiddelaar in het conflict op. Fatah, die de LNM-posities in het
gebied overnam, inclusief de steengroeve, stelde zich garant voor de veiligheid
van de lokale, Amal-gezinde bevolking. Amal bleef evenwel op zijn
qui-vive en Fatah noch Dutchbatt
slaagde erin de beweging ertoe te brengen haar gewapende patrouilles in en om as-Siddiqin op te geven. De Amal-strijders
in het dorp hadden onder meer de beschikking over een Toyota jeep met daarop
een zware Duschkamitrailleur. Er hoefde maar weinig
te gebeuren of de situatie escaleerde opnieuw, zoals op 3 mei. Op die dag brak
in Rishknaniyah een vuurgevecht tussen Amal en de LNM uit, dat zich in korte tijd tot as-Siddiqin en de nabijgelegen heuvel 380 uitbreidde. Nadat
de Paostcie met de inzet van de stand-by-YP's
de rust had hersteld, schoven beide partijen de Nederlandse post 7-12 de schuld
van de geweldsuitbarsting in de schoenen. Later bleek dat een uit de hand
gelopen ruzie tussen twee jongens van Amal-
respectievelijk LNM-huize de aanleiding vormde. De
schietpartij was begonnen toen hun vaders de over en weer geuite beledigingen
aan het adres van Saddam Hoessein en Khomeini met hun Kalashnikovs
kracht bijzetten. De 'burgeroorlog' in het UNIFIL-gebied
maakte de taak van Dutchbatt er niet eenvoudiger op.
Juist ten tijde van de door de VS bemiddelde wapenstilstand tussen de PLO en
Israël liepen de interne spanningen hoog op. Omdat Dutchbatt
hierop niet berekend was, was het vrijwel onmogelijk geweldsuitbarstingen te
voorkomen. Amal en LNM stonden lijnrecht tegenover
elkaar, terwijl ook de relatie tussen Amal en de PLO
verre van goed was, ook al probeerde deze laatste een bemiddelende rol te
spelen. Het was de vraag hoe Amal zich zou opstellen
op het moment dat de IDF Zuid-Libanon zou
binnenvallen om met de PLO af te rekenen.
Bron: "Vredesmacht in Libanon" De Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985
Ben Schoenmaker, Herman Roozenbeek(redactie), Uitgeverij BOOM
Nederlands Instituut voor Militaire Historie