NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

De armed elements

De eerste confrontaties

 

Toen Dutchbatt op 14 maart 1979 de gebiedsverantwoordelijkheid van Frenchbatt overnam, was het erop voorbereid dat de strijdende partijen het bataljon duchtig aan de tand zouden voelen. De eerste botsingen met de armed elements lieten inderdaad niet lang op zich wachten. Op 15 maart bleef het nog relatief rustig. Wel stuurde de Paostcie twee geuniformeerde strijders van het SSNP-settlement op de heuvel Jabal al-Kabir weg uit as-Siddiqin, omdat zij zich buiten hun eigen gebied bevonden. De dag erna begon het uittesten van Dutchbatt pas goed. Een patrouille van de staf- en verzorgingscompagnie, die zich aan de afgesproken regels hield, werd ten noorden van Kafra tot drie keer toe vanuit Dayr Amis onder vuur genomen; bij de laatste beschieting telde de patrouille bijna driehonderd schoten. De volgende dag deed zich een soortgelijk incident voor. Bovendien beschoten Libanese strijders vanaf Jabal al-Kabir de posten 7-8 en 7-9, waarop Dutchbatt voor de eerste keer besloot met de wapens to reageren. De mortieren schoten lichtgranaten af en met de zware mitrailleur .50 gaf 7-9 enkele waarschuwingsschoten over Jabal al-Kabir af. Het antwoord van Dutchbatt was kennelijk effectief, want aan het vuren kwam onmiddellijk een einde.Vanuit Den Haag liet brigade-generaal Woerlee, op dat moment souschef Operatiën van de Landmachtstaf, Dutchbatt weten dat hij blij was dat het z'n "tanden liet zien", hoewel hij er nadrukkelijk bij vermeldde niet op de stoel van de UNIFIL-leiding te willen gaan zitten. Het besluit terug te schieten was niet lichtvaardig genomen, antwoordde plaatsvervangend bataljonscommandant Straatman: "Voor wat betreft de reactie op provocaties zitten wij telkenmale voor het dilemma risico's nemen of toegeven met als gevolg het risico van uitbreiding en versterking van enclaves in ons vak." Straatmans antwoord gaf het probleem waarmee UNIFIL continu worstelde in een notendop weer. Nu was het binnen de vredesmacht niet gebruikelijk het geweldsmiddel in deze omstandigheden toe te passen, omdat de meeste bataljons voor het gevaar van escalatie terugschrokken. Dutchbatt maakte het principe van `met gelijke munt terugbetalen' - althans voor klein-kaliberwapens - evenwel tot zijn handelsmerk en trad robuuster op dan de meeste andere contingenten. Op 18 maart viel de eerste gewonde bij Dutchbatt. Na de incidenten van de dagen daarvoor had de bataljonsstaf bepaald dat de patrouilles de IJzeren Driehoek niet te dicht mochten naderen om de armed elements niet tot nieuwe beschietingen uit te lokken. Die avond liet de patrouillecommandant, sergeant-majoor S. Hoekstra, weliswaar op de aangewezen locatie halt houden, maar hij besloot zelf op verkenning te gaan om een beter beeld van de situatie te krijgen. Zijn compagniescommandant, die met de patrouille meeliep, gaf hem daarvoor toestemming. Een eveneens aanwezige majoorarts ging met Hoekstra mee. Op het moment dat beiden weer rechtsomkeert maakten, werden zij uit de richting van Dayr Amis onder vuur genomen, waarbij Hoekstra een schot in zijn been kreeg. De majoor-arts vluchtte weg, onzeker over het lot van zijn metgezel. Daarna duurde het wegens het ontstane tumult geruime tijd voordat een sergeant-gewondenverzorger poolshoogte ging nemen en zich over Hoekstra, die in handen van de PLO-strijders was gevallen, ontfermde. Inmiddels had de bataljonsstaf de onderhandelingen geopend, waarna het incident werd bezworen. Een YP-gewondentransport bracht Hoekstra naar het ziekenhuis in Naqoura, waar hij verder werd verpleegd. Het plichtsverzuim van de majoor-arts leidde, na consultatie van de Landmachtstaf, niet tot maatregelen. In de dagen daarna voerde Dutchbatt intensief overleg met de PLO-leiders in het gebied om de relatie met de armed elements te verbeteren. Daarbij bleek dat de afspraken die UNIFIL op het hoogste niveau met de PLO had gemaakt, op de 'werkvloer', waar een grote verscheidenheid aan facties actief was, onvoldoende werden onderschreven. De facties, die ook in de dorpen aan de rand van de IJzeren Driehoek, zoals as-Siddiqin, bewegingsvrijheid opeisten, zagen de vredesmacht slechts als een ongewenste pottenkijker. De uitkomst van het overleg tussen Dutchbatt en de PLO was dat de lokale PLO-leiders beloofden zich aan de afspraken te houden. Dutchbatt deed er alles aan om een herhaling van het incident van 18 maart te voorkomen, onder andere door met witgeverfde stenen in het terrein te markeren tot waar de patrouilles mochten komen.De beschietingen op de patrouilles droegen ertoe bij dat Dutchbatt zijn aandacht op het gebied ten noorden van Kafra vestigde. Over dit gebied, dat aan de IJzeren Driehoek grensde en zich goed voor infiltratiepogingen leende, was weinig bekend. Om het beter onder controle te krijgen, richtte de Alpha-compagnie er eind mei nieuwe posten in. Dit ging ten koste van 7-13, een van de Fransen overgenomen post ten zuiden van Kafra. In het dorp zelf werd de pelotonspost 7-21 gevestigd, met 7-21A als vooruitgeschoven waarnemingspost. Deze laatste stond onder de naam `de Tepel' bekend. In de loop der jaren bezochten veel belangrijke bezoekers van Dutchbatt 7-21A, omdat zij van hieruit een blik in de richting van de IJzeren Driehoek konden werpen. De bemanningen van `de Tepel' slaagden er met grote regelmaat in infiltraties te voorkomen, met als gevolg dat zij een geliefd doelwit voor beschietingen waren. Begin augustus 1979 vestigde de Paostcie enigszins ten westen van 721A een waarnemingspost in het gebied ten noordwesten van Kafra. Deze nieuwe post 7-12A was bedoeld om de IJzeren Driehoek in de gaten te houden en een frequent gebruikte infiltratieroute uit de richting van Rishknaniyah te bewaken. Dat Dutchbatt hiermee in de roos had geschoten, bleek uit de reactie van de armed elements. Zij beschoten 7-12A met klein-kalibervuur en enkele rocket propelled grenades (RPG's), waarna zij de post innamen en de bemanning naar een PLO-settlement afvoerden. De actie was zo snel uitgevoerd, dat de compagnie, mede vanwege de geisoleerde ligging van de post, niet in staat was geweest tijdig versterking te sturen. Tijdens de onderhandelingen die op het incident volgden, bleek dat de PLO'ers `slechts' hadden willen demonstreren dat zij het in het gebied voor het zeggen hadden, maar er niet op uit waren de betrekkingen met de Paostcie of met Dutchbatt als geheel op het spel te zetten.

 

 

 


  Bron: "Vredesmacht in Libanon" De Nederlandse deelname aan UNIFIL 1979-1985

Ben Schoenmaker, Herman Roozenbeek(redactie), Uitgeverij BOOM
Nederlands Instituut voor Militaire Historie
 
Veteraneninstituut