Veteraneninstituut

NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 9 / november 2004

Luitenant-kolonel b.d. Ton Kok was jurist en krijgsraadadviseur in Libanon

 

´Je liep als het ware op eieren`

 

In 1979, na een affaire waarbij een aantal UNIFIL-militairen zich in de pers negatief over Israël had uitgelaten, maakte 'men' zich in Den Haag zorgen over de diplomatieke verhouding met Israël. Er moest iemand met strafrechtervaring naar Libanon om te onderzoeken wat de oorzaak van de negatieve beeld­vorming was en er zo nodig en zo mogelijk juridische sturing te geven. Zo vertrok majoor mr. Ton Kok naar Dutchbatt.

 

 

Door: Klazien van Brandwijk

 

 

H

et was alsof je door een kleuren­ tv in een andere wereld was gestapt. Alsof het niet echt was. De schoonheid, de cultuur, de normen en waarden, de luchten, de geuren... Nog ruik ik het kruidige van het Midden-Oosten. De geur van verse grote sinaasappels aan de bomen langs de kustweg. Het was onvoorstelbaar dat er in zo'n prachtig land zo'n ver­deeldheid heerste", vertelt de in 1940 in Den Haag geboren Ton Kok.

 

AFMP
Ton Kok werd, hoewel hij zijn gymnasi­umopleiding niet had afgerond, als dienstplichtige toch geplaatst op de School voor Reserve Officieren Infante­rie (SROI). Dat was het begin van een militaire carrière. Hij tekende bij als Kort Verband Vrijwilliger (KVV'er), haalde in zijn vrije tijd alsnog het diploma gymnasium-alpha en besloot rechten te gaan studeren. Na anderhalf jaar dienst en studie ontstond de mogelijkheid te opteren voor een stu­die op
rijkskosten. En hoewel hij niet helemaal aan de eisen voldeed, werd Kok - met de verplichting tot een dienstverband van twee keer de studie­duur - uitverkoren. Binnen vijf jaar stu­deerde de, inmiddels gehuwde en in Ermelo woonachtige, luitenant af. Aan­sluitend op het afstuderen haalde hij zijn militair juridische brevetten en daarmee werd hij gelijkgesteld aan een KMA-officier. "Voor een jurist specialist was er maar een beperkt aantal mogelijkheden binnen Defensie en dat betekende dat ik naast mijn `gewone' werk in mijn vrije tijd een adviespraktijk voor mili­tairen startte, een soort militaire wets­winkel. Binnen mijn vakgebied volgden diverse functies en plaatsingen zoals rechter-commissaris, docent aan diverse opleidingen voor (onder-)offi­cieren, secretaris van de krijgsraad, griffier bij het Hoger Militair Gerechts­hof, Libanon, afdeling Rechtstoestand, plaatsvervangend rechter bij de recht­bank in Den Haag, plaatsvervangend auditeur-militair in Arnhem en plaats­vervangend lid van de krijgsraad." Kok verliet op 44-jarige leeftijd als luite­nant-kolonel, in goede harmonie, Defensie. Hij startte een advocaten­praktijk en werd adviseur van de Alge­mene Federatie van Militair Personeel (AFMP). Op zijn zestigste werd de reservekolonel uit dienst ontslagen. In de loop der jaren heeft Kok tal van militairen én veteranen bijgestaan. In conflicten met Defensie, maar ook bij andere juridische kwesties. Daarnaast speelde hij een actieve rol bij de erken­ning van vredesmissie-gewonden en stond hij de zogeheten Junglezieken (veelal Cambodja-veteranen) met raad en daad bij. "Mijn ervaringen in Libanon spelen een grote rol in mijn kijk op zaken en zijn een grote steun in het werken voor veteranen uit de diverse VN-missies."

 

Mijn incident

In Libanon kwam de jurist er al snel achter dat UNIFIL door de Israëliërs niet serieus werd genomen. "Elke dag stonden we voor nieuwe verrassingen, werden de regels van Israëlische kant zonder overleg gewijzigd of opgerekt. Ik vertrok met een positief neutrale houding ten opzichte van Israël naar Libanon, maar al na heel korte tijd werd me duidelijk dat de berichtgeving over het Midden-Oostenconflict in Nederland en ook in de rest van de westerse wereld behoorlijk gekleurd was. Natuurlijk, ook de andere partijen in het conflict hadden hun streken, maar de negatieve reactie van in Neder­land teruggekeerde militairen was mis­schien diplomatiek niet verstandig, maar wel meer dan begrijpelijk." Als Kok door zijn voorganger wordt voorgesteld aan de commandant van de Israëlische grensbewaking, blijkt dat een formaliteit te zijn. "Bij binnen­komst passeerden we een kamer waar het 0rganisatieschema van onze een­heid, de organisatie en zelfs foto's aan de wand hingen. De commandant wist al wie ik was. De Israëlische inlichtin­gendienst had haar werk goed gedaan." Dat de Israëlische geheime dienst op de hoogte is van `alles' wat zich binnen het bataljon afspeelt, blijkt keer op keer. Net als bij andere Dutchbatters ontstaat er bij mr. Kok het - nooit bevestigde - vermoeden dat Israël soms de initiator is van incidenten.

Zo herinnert hij zich het incident waarbij sergeant Flip de Koning, één dag voor zijn tweeëntwintigste verjaardag, om het leven kwam. In het speciale bulle­tin dat de Defensievoorlichtingsdienst verspreidde staat: Sgt. De Koning zat voorin naast de bestuurder. Op ongeveer tweehonderd meter voorpost 7-19 reed de zware wagen over een anti-tankmijn van Belgische makelij, die afgedekt met papieren cementzakken daar de nacht tevoren moet zijn geplaatst. De Koning werd bij de explo­sie op slag gedood. De chauffeur, dpl. Sld Antoine Damen, liep verwondingen op aan het rechter been. De overige drie inzittenden bleven ongedeerd. De jurist vertelt dat de KMAR de zaak onderzocht heeft, maar dat het nooit is opgehelderd. "In deze zaak blijven vra­gen bestaan. Het was een karrenspoor naar de vuilnisbelt dichtbij de Israëli­sche grens. Naar ons idee in een gebied waarvan iedereen wist dat alleen Nederlanders het pad gebruikten. Doelbewust had men een mijn in het karrenspoor geplaatst en een andere in de berm. Hoe je ook reed, je moest een van de twee raken. Wat mij heden ten dage nog bezighoudt is de vraag hoe het zo kon zijn dat wij, toen we razend­snel bij de grens arriveerden, werden ontvangen met een klein dubbelgevou­wen kaartje met de tekst: De Israëlische Defense Forces leven mee met de Nederlandse troepen. Helaas heeft u nu moeten

ondervinden wat het is om slachtoffer van terreur te zijn. Wij hebben ons erover verbaasd dat zo'n kaartje zo snel gedrukt kon zijn. Wie hebben die mijnen gelegd en wat was de bedoeling daarvan? Het zal wel altijd een vraag blijven."

 

Gestolen handel

In de periode dat Kok in Libanon ver­blijft zijn er talloze incidenten. "In het begin heb ik alle procesverbalen door­gelezen en ontdekte ik dat er in de loop der tijd wel wat zaken tussendoor waren geglipt. In beslag genomen pistolen waren verdwenen en ook ten aanzien van drugszaken waren er wat hiaten. Het voordeel van een goede strafrechtopleiding is dat je waanzinnig snel leest en dat betekende dat ik snel was ingewerkt. In een gebied waar VN­militairen zijn, ontstaat vaak snel een levendige handel in allerlei spullen. Ik reisde voor mijn functie door het hele bataljon en was nog geen twee weken daar toen ik een winkel ontdekte met allemaal mooie elektrische apparaten - zoals stoomstrijkijzers van V&D - die waren gestolen in Nederland en naar Libanon waren getransporteerd. Verder was er een winkel met nepmode. Gesto­len spullen die toevallig in Libanon terecht waren gekomen. Door wie en hoe? Dat is de vraag." Kok ontdekte dat sommige Dutchbat­ters vielen voor wapens die vrijelijk te koop waren. Anderen konden de verlei­ding om Libanese hasj naar Nederland te sturen niet weerstaan. "Bij controles op Schiphol bleek dat er mensen waren die, als ze met verlof gingen, wapentuig en grote hoeveelheden hasj meenamen. De veldpost werd aanvankelijk niet gecontroleerd, maar toen duidelijk werd dat er op bestelling hasj naar Nederland werd verzonden, veranderde dat. Het lukte kolonel Tjassens de beschikking te krijgen over een hasjhond. Het hondje, een zwart/wit gevlekt keffertje, haalde alle `foute' spullen uit de bagage en de veldpost. Nu was het ook wel heel ver­leidelijk om hasj mee te nemen of op te sturen want het werd als het ware in je auto gegooid. Ook hadden we te maken met het probleem dat er wapens naar Nederland werden verzonden. Sommige militairen kochten in de Arabische win­kels pen-pistolen. Dat lijkt een wat gro­tere ijzeren balpen. Anderen kochten twee pistolen, haalden daar het houten handvat af en legden ze in elkaar in een vierkantje, als voetje voor een bronzen kameel. Het geheel werd naar Neder­land gestuurd, gedemonteerd en er waren weer twee verboden wapens in Nederland. Nederlandse militairen op uitzending moeten bedacht zijn op deze zaken, ze worden gepakt."

Mobièle krijgsraad

"Met de Koninklijke Marechaussee ont­stond een perfecte samenwerking. Mijn taak was om ter plaatse de hoogste Nederlandse militair bij de Internatio­nale Staf te adviseren over de vraag of een militair die een strafbaar feit had gepleegd al dan niet naar de krijgsraad moest. Normaal gesproken besliste de verwijzingsofficier (een jurist) in Den Haag, na overleg met de auditeur-mili­tair, of het besluit van de commande­rend officier werd overgenomen. In Libanon was ik die adviseur." De majoor jurist wordt door de KMAR betrokken bij alle zaken waar een juri­dische kant aan zit. "Als ik nu de verha­len over slapen tijdens de wacht in Irak lees of hoor, denk ik: dat is oud nieuws. Al in Libanon speelde dat. Toen werden die zaken afgedaan door de mobiele krijgsraad. Tijdens de mobiele krijgsraad in juli 1979 werden verschillende wachtdelicten behandeld. De auditeur-militair vond verzaken van wachtplicht weliswaar altijd en overal een ernstig delict, maar `de laakbaar­heid kan door omstandigheden wel degelijk worden beïnvloed'. De krijgsraad handelde ook in die geest en afhankelijk van functie en omstandig­heden werden die zaken doorgaans afgedaan met een geldboete. Een reser­vekorporaal die net als zijn collega (een soldaat) in een YP had liggen slapen werden veroordeeld tot twee weken voor­waardelijke detentie, een proeftijd van twee jaar en een geldboete. De dienst­plichtige die in een baldadige bui een - naar later bleek geladen en niet ver­grendelde - uzi op zijn vriend had gericht en hem daarmee verwonde, kreeg een geldboete. Zaken die te velde het beste beoordeeld kunnen worden. Als deze zaken in Nederland worden behandeld, is er veelal veel tijd verstre­ken en bovenal de omstandigheden, zowel de militaire als de klimatologi­sche, zijn niet bij de officier van justitie en de rechtbank bekend." In 1990 is de wet gewijzigd, waardoor het burger Openbaar Ministerie (OM) beslist over de vraag of een militair voor de rechter moet komen of niet. Tot dan besliste de militaire commandant en adviseerde het OM. "In de zaak rond Eric O. kun­nen we zien hoe desastreus het is, als met de militaire situatie ter plaatse geen rekening wordt gehouden. De roep om terugkeer naar de situatie van vóór 1990, wat vervolging betreft, klinkt dan ook terecht luid: het oude systeem heeft zich onder moeilijke omstandigheden bewezen. Ook zou de mogelijkheid bij uitzendingen naar het buitenland de bepaalde lichte strafbare feiten zelf te laten afdoen, weer moeten worden ingevoerd. Wachtdelicten zou­den dan met meer gevoel voor de rea­liteit kunnen worden afgedaan dan, maanden later, voor een militaire rech­ter in Nederland kan gebeuren, terwijl meer recht wordt gedaan aan plaatse­lijke omstandigheden."

 

Prostitueebezoek

"Net over de grens in Israël was een louche kroeg. Wij vonden het redelijk ongewenst dat onze militairen daar kwamen, omdat wij het idee hadden dat een aantal militairen daar vandaan kwam met geslachtsziekten. In overleg met arts en KMAR bekeken we welke actie we zouden kunnen ondernemen om daar een eind aan te maken. Prosti­tutie is in Israël niet toegestaan, dus gok niet bespreekbaar. Daarom hebben we geprobeerd om de contacten over deze zaak via het hoofd KMAR, die lid was van een internationale politieorga­nisatie, aan te kaarten. In overleg met onze leiding werd besloten om via de informele weg te kijken of het mogelijk was de kroeg te sluiten. Dit in beider belang. In burger vertrokken we naar Jeruzalem, waar we een informeel en aangenaam gesprek hadden met de bewuste functionaris. We waren echter nauwelijks terug bij het bataljon of de hel brak los. In de Israëlische pers ver­schenen berichten met koppen als: `Nederlandse militairen besmetten Israëlische vrouwen'. Er ontstond een grote rel in Nederland, alsof Neder­landse militairen zich in het buitenland niet konden gedragen. Ook condoom­gebruik werd ter discussie gesteld. In Israël werden alle publicitaire mogelijk­ heden gebruikt om te verdoezelen dat er een bordeel was en er werd uitvoerig uitgemeten hoe slecht wij, Dutchbat­ters, wel niet waren. Gelukkig is de bataljonscommandant Van Genuchten blind achter ons blijven staan en de zaak is gesust. Door deze zaak werd wel duidelijk dat infomeel overleg via bekenden, zelfs al doe je het nog zo voorzichtig, niet werkte in Libanon. Je liep als het ware op eieren."

 

Cartoons en sprookjes

In Dubbel Vier, het weekblad van het Nederlands VN Detachement in Liba­non, schreef Kok regelmatig sprookjes. Op die manier waarschuwde hij de Dutchbatters voor de valkuilen in hun gedrag waardoor ze met justitie in aan­raking konden komen. "Ik had de indruk dat ik door er op een wat schertsende manier over te schrijven heel duidelijk kon maken welke geva­ren er waren. De hasjverkoper, die weet dat je in overtreding bent, kun je tij­dens een controle op wapenbezit betrappen. Hoe kun je die nog aanhou­den? Als je betrapt wordt als je een scherfvest naar Nederland verstuurt, dan levert dat een geldboete en een strafblad op. In de pers je negatief uit­laten over een der strijdende partijen kan gevaarlijk zijn voor de nog in Liba­non aanwezige Dutchbatters. Allemaal zaken die de mensen óf tijdens voor­lichting óf in de loop der tijd wel eens gehoord hebben. Na verloop van tijd zie je toch gedrag ontstaan in de zin van: ach, dat zal zo'n vaart niet lopen. Door mijn `sprookjes' werden die onderwerpen weer even naar boven gehaald."

In zijn, beperkte, vrije tijd tekende de jurist graag en zijn cartoons hadden grote aftrek. "Met een cartoon bereik je zonder woorden de gewenste reactie. Door de wapenincidenten kwam ik op dit idee." Onderstaande cartoon werd ook geplaatst in Dubbel Vier. "Ik vind het belangrijk om mensen op verschil­lende manieren aan het denken te zet­ten over de effecten van hun gedrag. Sprookjes en cartoons zijn twee van die manieren en ik heb uit de reacties ter plekke begrepen dat het werkte." Kok kijkt positief terug op zijn missie in Libanon. "Ik denk dan natuurlijk aan mijn werk daar, aan de mensen. Er ont­staat iets. Je bemerkt bij jezelf: daar hoor ik. Je ruikt beter, hoort beter, ziet beter, je bent alert op risico en gevaar. Er ontstaat een verhoogd niveau van adrenaline, waardoor je bij terugkeer tijd nodig hebt om af te kicken. Maar vooral ook denk ik aan de mensen die gewond of gedood zijn. Je bent daar allemaal vrienden. Je hebt een hechte band. Daar moet een ander van afblij­ven. Nog steeds. Sommigen nemen die ervaringen mee naar Nederland en kunnen niet omgaan met de veran­derde situatie. Een bevriend comman­dant heeft later, vereenzaamd, geschei­den en alleen, zelfmoord gepleegd. Hij heeft het allemaal niet kunnen verwer­ken. Ook dat is Libanon. Net als de prachtige natuur, de bijbelse plaatsen zoals Tyrus en Sidon en indrukwek­kende mensen. Libanon is en blijft een belangrijk deel van mijn leven."

 

 

 

 

nummer 9 / november 2004

Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 

Veteraneninstituut

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut