
|
|
nummer 9 / november 2004 |
Joodse landmachtmilitairen in Libanon
Een
keppeltje onder de blauwe helm
Wim Wertheim heeft
deelgenomen aan vier verschillende militaire
missies. Daarmee weerspiegelt zijn militaire levensloop een aantal saillante momenten uit een kwart eeuw wereldgeschiedenis. Wertheim is militair arts en momenteel werkzaam in het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg in Doorn. Hij is dus nog in actieve
dienst en daarmee feitelijk geen veteraan. Zoals
voor zo velen was Libanon zijn eerste uitzending, met als pikant detail - en ook opstap voor dit verhaal - zijn joodse religieus-culturele achtergrond.
Door: Jan Schoenvan
olonel-arts Wim Wertheim meldde
zich begin jaren tachtig als jonge kapitein vrijwillig voor United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). Vervolgens maakte hij tussen
september
1984 en april 1985 deel uit van de Dutch Infantry Compagny (Dutchcoy 3), de
toenmalige Nederlandse bijdrage aan de vredesmacht in Libanon. Zijn joodse
achtergrond vormde geen belemmering voor uitzending, alhoewel de
Koninklijke Landmacht zeker tijdens de beginperiode van UNIFIL terughoudend was
met de inzet van deze groep militairen. Gelet op de aard van het Libanese
conflict was zowel de politieke als de militaire top van Nederland niet geheel overtuigd van de gewenste strikt neutrale houding
van joodse Unifillers. Tevens vreesde men voor de wijze
waarop de betrokken Arabische partijen zulke militairen zouden ervaren.
Bizarre
situatie
"De
landmacht heeft mij over mijn joodse achtergrond eigenlijk nooit wat gevraagd en dat
vond ik ook prima. Ik was nog nooit in die regio geweest en ik wilde
dolgraag, al was het maar omdat ik vanuit Libanon regelmatig en ook tamelijk makkelijk Israël zou kunnen bezoeken. Die contacten hadden
soms een professioneel karakter, vooral met het Rambamhospitaal in Haïfa, dat de derdelijnsopvang voor ons verzorgde op momenten dat de medische problemen voor onszelf
en ons Zweedse UNIFIL-hospitaal niet meer te
behappen waren. Vaker waren die contacten privé van aard. Zo vond ik het geweldig
in verlofperiodes de bekende joodse feestdagen in Israël zélf te kunnen meemaken",
aldus Wertheim. "We zaten er met een kleine
tweehonderd man, waaronder twee artsen, en onze hoofdtaak
was nog steeds vooral Palestijnse infiltraties tegengaan. Het was eigenlijk een
wat bizarre situatie. We zaten er na de grote Israëlische inval van 1982
en sindsdien werd het gebied feitelijk door Israël beheerst en ook beheerd. Zo
hadden zij hun eigen checkpoints in
de buurt van die van ons. Dat was tamelijk
wonderlijk want het was óns mandaatgebied, maar wat konden we op die manier nog doen?" Wertheim zat in een relatief rustige periode in Libanon.
"Hoewel er natuurlijk
voortdurend kleine en soms ook wel wat
grotere zaken voorvielen. Zo werd er
een wapendepot van ons geplunderd,
waarbij ik me wel heel sterk moet
vergissen als we vervolgens niet werden beschoten met onze eigen TLV's (terugstootloze vuurmonden; red.) en munitie. We
werden overigens wel vaker beschoten,
waarbij je doorgaans geen flauw idee
had waar en van wie dat afkwam. Het
was sowieso een complexe situatie, waarbij er op vier verschillende fronten moeilijkheden voorkwamen. In de eerste plaats had je de puur militaire botsingen
tussen de verschillende facties,
milities, Israël, UNIFIL en wie al
niet. Daar fietsten dan reguliere
criminelen doorheen met hun illegale
casino's en hasjteelt en -handel.
Vervolgens had je de conflicten tussen christenen en verschillende groepen islamieten en tenslotte was er ook nog sprake van een
economische tegenstelling tussen zeer rijke en straatarme Libanezen.
Dat mag je best onoverzichtelijk
noemen."
Goodwill
"Het meeste
last hadden wij van de door Israël gesteunde militie van de christelijke
majoor Haddad, terwijl in die periode ook Hezbollah zich flink manifesteerde en bijvoorbeeld Israëlische
militairen op de korrel nam met zogeheten roadside bombs. Dat was een type bommen dat je op afstand kon laten exploderen
op het moment dat zo'n Israëlische
patrouille langskwam. Zelf ben ik op een gegeven moment met zachte dwang
nog min of meer ontvoerd door leden van de militie van Haddad, om vervolgens onder enige druk hulp te moeten verlenen aan
de zieke dochter van een van diens officieren. Dat kind was overigens al flink
aan het herstellen, dus ik stond erbij en keek ernaar en deed vervolgens nog wat dingen die
op medisch handelen leken maar die eigenlijk overbodig waren. Maakt niet uit,
dat heeft ons later wel veel goodwill vanuit het Haddad-kamp opgeleverd", vertelt de militaire arts. "Een van de
zaken waar ik met plezier op terugkijk, is het feit dat we in medische zin ook
een aantal structurele zaken voor de lokale bevolking hebben kunnen doen. We
deden dus niet alleen aan pleisters plakken na ongelukjes, maar we hebben
bijvoorbeeld een inentingscampagne onder jonge kinderen op poten gezet.
We beschikten over heel goede medicijnen, waarbij het wel weer vervelend was
dat onze naalden niet zo best waren. De volgende dag liepen al die
arme kinderen dan ook mank. Nou ja, we bedoelden het goed! En het was ook
wel nodig ook, want lokale gezondheidszorg was er, behalve een enkele
vroedvrouw, absoluut niet in die jaren."
Deuk
Tijdens de
uitzending veranderde Wertheims beeld van
Israël. "Dat lag overigens niet direct aan de manier waarop Israël UNIFIL
bejegende. Ik weet dat in de omgang met de Israëlische krijgsmacht niet
iedereen dezelfde ervaringen heeft, maar mij persoonlijk is dat in die periode
nog wel meegevallen. Nee, ik had een soort naïef ideaalbeeld van hoe een
joodse staat eruit zou moeten zien en ook hoe die zou moeten handelen.
Dat beeld kwam wel wat onder
druk te staan toen ik Israëlische militairen
als bezettingsmacht `in actie' tegenover Palestijnen en Libanezen behoorlijk repressief zag handelen en van nabij meemaakte dat ze op dit punt niets verschilden van willekeurig welke andere
militaire bezettingsmacht dan ook. Er
lijkt in Irak iets vergelijkbaars te
gebeuren met de positie van de Amerikanen. Begrijp me goed, ik ben
pro-Amerikaans, maar wat wij op televisie zien van de manier van optreden van de Amerikanen in Irak, maakt ook duidelijk wat de valkuilen in zo'n positie zijn", meent Wertheim. "Die ontwikkeling in mijn eigen beeldvorming
liep in tijd wel een beetje parallel
met wat er om mij heen gebeurde binnen Dutchcoy en
feitelijk binnen de gehele Nederlandse samenleving. Dat waren toch de jaren
waarin we geleidelijk minder pro-Israël gingen denken.
We kwamen erachter dat Israël maar een normaal land was, waarin ook wel eens het één en ander misging, waardoor we ook meer oog kregen voor bijvoorbeeld het Palestijnse perspectief op bepaalde zaken. Het was een tijd van verschuivende opvattingen - in Nederland en ook bij ons in Libanon. Die omslag in denken raakte me overigens wel, het was voor mij
weer zo'n leerzame ervaring dat de wereld klaarblijkelijk anders draait dan je zelf vaak zou willen." Wertheim verklaart zelf nooit last te hebben
gehad van antisemitisch gedrag.
"Het is overigens mijn ervaring dat
je discriminatie zelden ziet bij mensen met een bijzondere achtergrond die
verder goed in een systeem, zoals in dit geval de krijgsmacht, zijn geïncorporeerd.
Je wordt dan primair beoordeeld op je militaire functioneren. Dat je daarnaast dan ook nog van Turkse afkomst bent, of vrouw, of homo, dat maakt verder niet bijster veel uit. Als je je werk maar goed doet. Ik heb het trouwens ook niet in me om mijn joodse
achtergrond al te nadrukkelijk te afficheren.
Nu niet en toen ook niet. Wat ik
echter wel deed: we hadden een eigen
radiozender waarop ik een soort Libanese
variant op Langs de Lijn verzorgde. inclusief de Nederlandse korfbal- en voetbaluitslagen. In dat programma draaide ik heel veel muziek van joodse componisten als George Gershwin en Irving Berlin, al was het maar om de Hezbollah te pesten. Klaarblijkelijk
waren die echter niet in onze korfbalcompetitie
geïnteresseerd en luisterden ze ook
niet. want over die muziekkeuze heb ik van hen nooit
boze opmerkingen gehoord."
`Sinterklaas
van dienst'
"Als ik nu
terugkijk op Libanon en dat afzet tegen mijn andere uitzendingen ten tijde van de
Golfoorlog in 1990/1991, Bosnië en Rwanda, dan kan ik niet anders zeggen dan dat je eerste uitzending je absoluut ouder maakt. Zelfs in ons geval,
terwijl wij toen toch echt niet zoveel
schokkende zaken hebben meegemaakt.
Tijdens zo'n eerste uitzending wordt je met geheel nieuwe fenomenen geconfronteerd, bijvoorbeeld de sociale spanningen binnen
een groep die samenhangen met het
lange tijd nadrukkelijk op elkaars lip zitten.
Je leert ook heel snel waar je als persoon
goed in bent en vooral ook waar je niet goed in bent. Daar helpt je omgeving je wel mee. En als gezegd: je ideaalbeeld van de wereld loopt in hoog tempo knauwen op. Al met al geldt wel dat je in je rijping als mens tijdens zo'n eerste
uitzending een flinke zet in je
rug krijgt." De oud-Unifiller heeft later nog
wel een
paar keer aan de grens tussen Israël en Libanon gestaan, maar is nooit
teruggeweest naar het gebied waar hij destijds is ingezet. "Ik
zou dat overigens nog wel dolgraag willen, want die bevolking was prima. Ik had een geweldig contact met ze, ook met de kinderen daar. Dat kwam
natuurlijk ook omdat in Libanon de dokter
standaard de `Sinterklaas van dienst' was. Ik dus ook, en ruim vóór 5 december had ik al enorme zakken met pepernoten klaarstaan. Die kinderen wisten dat feilloos en die kwamen al half oktober om pepernoten vragen. Zonder twijfel was dat een belangrijke impuls voor mijn populariteit", relativeert hij. "Zelf slaap ik niet slecht als gevolg van mijn
uitzendervaringen. Toch merk ik ook
wel dat militaire missies een mens nadien
kunnen blijven bezighouden en wel op
heel veel verschillende manieren. Zo
bezoek ik in het kader van mijn betrokkenheid bij het Auschwitz Comité als begeleidend arts bijna
jaarlijks de Duitse
vernietigingskampen in Polen. Op die
momenten en op zulke plaatsen voel je
de emoties en impressies uit Libanon wel harder weerklinken... Ja, dat zeker."

|
|
nummer 9 / november 2004 |
Terug naar boven
Terug naar het overzicht