
|
|
nummer 3 / april 2009 |
Druzen dankbaar voor familiereiinies op Golan-hoogvlakte
Libanon wespennest voor
UNTSO-officieren
Nederlandse officieren dienen sinds 1956 als militaire waarnemers in het Midden-Oosten. Zij zijn
ooggetuigen van een van de grootste conflicten van deze tijd door nun uitzending voor United
Nations Truce Supervision Organization (UNTSO). Luitenant-kolonel der Mariniers b.d. Jan A.G.
Ruigrok (67) behoorde in 1978 bij de Israelische invasie in Zuid-Libanon tot de eerste kwartier-
makers voor de bataljons van de door UNTSO voor troepenscheiding opgerichte United Nations
Interim Force in Lebanon (UNIFIL).
Door: Dick Schaap
itmeester der Cavalerie baron
E.C. van Heeckeren van Molecaten en kapitein der Infanterie J.A. Bor
beten in 1956 als eerste Nederlandse
officieren bij UNTSO het spits af
tijdens de Suez-crisis. Vele van de tot
nu toe ongeveer vijfhonderd uitgezonden officieren van de Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine voor
UNTSO beleefden hachelijke momenten bij het vervullen van hun taak.
Van Heeckeren en Bor werden door
de Israeliers tijdens de Suez-oorlog in
1956 met andere VN'ers omsingeld
in een Egyptische-Palestijnse enclave
in de Gazastrook. Met de verdedigers
zaten de VN'ers als ratten in de val. Zij
versterkten hum waarnemerspost met
zandzakken en hingen grote VN-vlaggen op om duidelijk herkenbaar te zijn.
De Israeliers bestookten de enclave
met raketten en mitrailleurs. De slecht
bewapende Egyptische verdedigers
besloten daarna te capituleren. Bor vergezelde een Egyptische generaal uit de
enclave naar de Israelische commandant
om de overgave persoonlijk te bestendigen en de principieel ongewapende
VN-waarnemers te kunnen ontzetten.
Enerverende maanden
V
oor (destijds) majoor Ruigrok werden februari, maart en april 1978 in
Zuid-Libanon de meest enerverende en
spannende maanden als UNTSO-waarnemer. Ruigrok kreeg de opdracht het
eerste uit Fransen bestaande UNIFIL-bataljon op het vliegveld van Beiroet
op te halen en te begeleiden naar Tyrus
voor het instellen van een gedemilitariseerde zone tussen de Libanese en Israelische troepen. Inspannend en
gevaarlijk was vooral de tocht van het
UNIFIL-hoofdkwartier Naqoura naar
Beiroet door het door de oorlog en
twisten tussen facties, de PLO en de
christelijke milities van majoor Haddad
verscheurde land."Dat was geen lolletje", zegt Ruigrok.
Hij moest om de Israelische militaire
stellingen in Zuid-Libanon te vermijden van Naqoura over Tiberias en
Kuneitra in Syrie eerst naar Damascus
om een Canadese verbindingseenheid
op te halen. De weg van Damascus
naar Beiroet loopt over een heuvelrug.
Met achter zijn VN-voertuig twee jeeps
met de Canadese verbindingseenheid
reed hij in maart 1978 naar de Libanese
grens. Er was een Syrische grenspost.
Daar hoorde hij dat de pas over de
heuvelrug was dichtgesneeuwd. "Daar stonden we dan. Geen wegenkaarten. Een Libanees die ook naar Beiroet moest, wist raad. 'Rij maar achter
mij aan.' Over allerlei kleine weggetjes
naar het zuiden. Maar in het aardedonker raakten we de Libanees kwijt.
Plotseling stonden we in een dorp en
werden we omsingeld door mannen
met grote geweren. Je vertrouwt dan
maar op je blauwe baret. Ze mogen ons
niks doen, denk je in je onschuld. Met
drie woorden Engels en vier woorden
Frans probeerden we uit te leggen dat
we van de United Nations waren.""Niet-begrijpend namen ze ons mee
naar een huis. We kregen thee aangeboden. Dat was een goed teken. We
hadden niks te verbergen. Ze mochten
alle voertuigen doorzoeken. We hadden
geen wapens. Maar in onze ogen leken
die mannen ongure types. Heel Libanon leek te bestaan uit elkaar bestrijdende facties. Je kreeg er geen greep
op. Ik weet nu nog niet of we met een
van de christelijke milities of met moslims te maken hadden. Er volgde druk
onderling overleg in het Arabisch. Tot
onze opluchting brachten ze ons uiteindelijk naar een kruispunt en wezen
ze ons de weg naar Beiroet. In het aardedonker probeerden we op de weg te
blijven. Geen lichtje in de verre omtrek te zien. De afstand tussen Damascus
en Beiroet is normaal in vijf, zes uur te
overbruggen. Wij hadden er zestien uur
voor nodig."
Mediaspektakel
De aankomst van de Fransen in Beiroet werd een mediaspektakel. De hele
internationale pers was er voor uitgerukt. Fotografen en journalisten. "Als
VN-waarnemers mochten wij ze niet te
woord staan", zegt Ruigrok. "Het waren
Franse mariniers, koloniale troepen die
in brandhaarden werden ingezet. Hun
commandant, een overste, was een
echte ijzervreter. De man had één oog
en miste een stuk van zijn rechterhand.
Het was een man die overal ter wereld
had gevochten waar Franse belangen
in het geding waren. Samen met een
Canadese officier moest ik de Franse
mariniers naar Tyrus escorteren. Het
leken mij geen ideale handhavers van
de vrede. Wij waren daar strikt neutraal, maar daar trokken die Fransen
zich weinig van aan. Als iemand hun
kazerne naderde en niet reageerde op
de aanroep van de schildwacht, werd er
meteen geschoten. Op een dag ontdekten ze een wapenopslagplaats en doken
daar vol in, maar dat werkt niet zo bij
de VN. Daarvoor moest eerst overleg worden gepleegd. Er ontstond meteen
een rel in New York of waar dan ook.
Deze Fransen waren niet geschikt voor
het VN-werk."

Kapot geschoten huizen
Libanon was begin 1978 een moeras
van elkaar bestrijdende facties. Een land
in oorlog ondanks de wapenstilstand.
Een wespennest voor de NTSO-
officieren. Kapotgeschoten huizen.
Rottende dode dieren langs aan gort
gereden wegen. "Bij elk kruispunt
stapten we uit om te kijken of de zaak
veilig was. Trigger-happy Israeliers die
plotseling uit hun stellingen opdoken.
Lui die moesten weten dat je als waarnemer op bezoek kwam, omdat dit
vooraf aan hen was doorgegeven, maar
deden of ze van niks wisten", vertelt
Ruigrok. "We hebben er wel eens een
uur of drie gezeten, voordat ze besloten ons nog net niet geblinddoekt
langs hun linies te begeleiden." Maar
het was volgens hem een nog gekkere
gewaarwording als je plotseling door
een meneer met een groot geweer of
een klein kereltje met een groot geweer
in je VN-voertuig werd tegengehouden."Het lag dan aan die meneer of dat
kereltje of je je voertuig mocht houden.
Het is mij niet overkomen, maar collega's zijn zo hun voertuig kwijtgeraakt en kregen te horen dat ze terug
naar hun basis mochten lopen. Een dag
of vier later zagen wij dan vaak het VN-
voertuig niet meer wit, maar in camouflagekleuren rondrijden. Vriendelijk
zijn, praten, overreden. Daar kwam het
voor ons op neer in Zuid-Libanon."
VN-voertuigen stelen kwam ook elders
in het Midden-Oosten voor. Begin September 1970, na de mislukte aanslag op
koning Hoesein van Jordanie, stormden
drie Palestijnen met pistool-mitrailleurs in de aanslag het kantoor van de
UNTSO liaison officier Bert Schüssler
in Amman binnen. Op hoge toon eisten ze burgervoertuigen. Schüssler oud-commando en in 1949 de jongste
MWO-ridder, verbleekte niet. "Geen
probleem, ga zitten, neem een kop
koffie en laten we praten", zei hij. Hij
wist het drietal enthousiast te maken om
voor het afvuren van Katoesja-raketten
op doelen in Israel VN-voertuigen te
gebruiken in plaats van burgervoertuigen. "Geen jood zal geloven dat de
Katoesja's vanaf een VN-voertuig zouden zijn afgevuurd." Maar onmiddellijk
na hun vertrek reed Schüssler pijlsnel
naar het kantoor van Yasser Arafat om
hem te waarschuwen dat de Palestijnen
met het uitvoeren van hun plan een
internationaal conflict riskeerden. Een
half uur later stonden de VN-voertuigen weer voor het kantoor van UNTSO
in Amman.
Verlichting voor Druzen
In onrustig Libanon dacht Ruigrok soms
met enige weemoed aan zijn tijd in 1977 als waarnemer op de Golan-hoogvlakte.
Een jaar later werd hij waarnemer in de
Sinai'-woestijn op de naleving van het
in 1973 tot stand gekomen staakt-het-vuren tussen Egypte en Israel.
Weemoed over zijn verblijf op de
Golan-hoogvlakte, omdat dit een periode werd waarin hij en andere VN-
waarnemers iets konden doen voor het
verlichten van het lot van de Druzen
families. De Druzen zijn als Arabieren
afstammelingen van Jetro, de schoonvader van Mozes. Ze koesteren hun
eigen geloof. Door de verovering van de
Golan-hoogte in 1967 door Israel in de
zesdaagse oorlog met Syrie waren hun
dorpen
van elkaar gescheiden. Er was geen contact meer mogelijk tussen de
dorpen van de Druzen achter de Israelische en Syrische posities. De strijd had
het karakter van een statische loopgravenoorlog. 's Nachts drongen gevechtspatrouilles elkaars loopgraven binnen.
Overdag werd er gebombardeerd. In
mei 1974 kwam voor de Golan een
troepenscheidingsakkoord tot stand. Een gedemilitariseerde VN-bufferzone
markeert het einde van de strijd. De VN
werd in die bufferzone gastheer van de
onder hun scheiding lijdende Druzenfamilies."Afwisselend werden wij als liaison
officier ingedeeld bij het Oostenrijkse
of Perzische VN-bataljon op de Golan.
De Oostenrijkers organiseerden in de
gedemilitariseerde zone voor de Druzen
van beide kanten eenmaal per veertien dagen een family meeting", vertelt
Ruigrok. "Het was een hele procedurele gang van zaken. Aan de Syrische kant moesten de families zich op een
bepaald punt melden. Voor de Israelische kant gold hetzelfde. De VN had
voor die ontmoetingen tenten opgezet
Je moet je voorstellen wat die eerste
ontmoeting voor die mensen betekend
Ze hadden elkaar jaren niet gezien. Er
werd gezoend en gegeten. Vooral uit
het meer welvarende Israel kwamen de
Druzen bepakt en bezakt met kleding,
voedsel en wat niet al de zone binnen.
Je zag een oud wijffie met drie zware
tassen moeizaam de heuvel op klauteren. Wij mochten haar niet helpen. Het
was altijd weer hartverscheurend om te
zien hoe ze van elkaar afscheid moesten
nemen. De kindertjes van Syrische kant
zagen er scharminkelachtig uit. Maar
als ze teruggingen, waren ze driemaal
zo dik geworden door de nieuwe kleren
die ze over elkaar hadden aangetrokken
Aan de Syrische kant werd dat streng
gecontroleerd. Alle Israelische merkjes
waren vooraf door de Druzen uit de
kleding verwijderd. De kleren zouden
anders onmiddellijk door de Syriers in
beslag zijn genomen. Zelfs een flesje
cola met een Israelisch opschrift vond
geen genade in Syrische ogen."
Minder doden gevallen
De vraag blijft wat het nut is van het
uitzenden van officieren als VN-waarnemers voor het nakomen van afspraken en overeenkomsten op militair
;ebied in brandhaarden op onze wisselvallige, ondermaanse wereld. "Je moet daar als rnilitair niet heengaan met hooggespannen verwachtingen", zegt Ruigrok. "Je moet niet denken dat je er als militair. iets kunt veranderen. Het is en blijft een politiek gebeuren. Je oefent aIs militair geen enkele macht uit. Je kunt niet bijsturen. Het is allemaal politiek, praten, praten en nog eens praten. Je moet toezicht houden op gesloten bestanden. Schendingen van bestanden moet je rapporteren. Ergens in New York wordt uitgemaakt of dat juist was o
f niet. Dat kan heel frustrerend zijn.
Maar die familiebijeenkomsten in onze tijd op de Golan waren heel belangrijk voor de Druzen. Zonder die bijeenkomsten zou hun ellende groter zijn
geweest. Zo ben ik er heilig van overtuigd dat er zonder onze waarnemingen in het Midden-Oosten veel meer doden zouden zijn gevallen.

|
|
nummer 3 / april 2009 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht