
|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Libanonveteraan Hendrik Nijs is schilder en beeldend kunstenaar
'Verf is mijn leven
'
Kleur, daar draait het om in het leven van Hendrik Nijs. Voor hij als dienstplichtig soldaat naar
Libanon ging, zat hij in de bloemen. Hij was meesterbinder in een bloemenzaak in Wenen.
"In dat werk heb je kleurencombinaties die niet kunnen. Maar op een doek kun je kleuren zo
combineren dat ze in harmonie zijn. Technisch ben ik weliswaar een knap schilder, maar in
kleurgebruik ben ik een virtuoos."
Door Marleen Wegman
De abstracte schilderwerken
van Hendrik Nijs hangen in de
hele wereld. Ook in collecties van grote
bedrijven zitten vaak wel een of meer
van zijn werken. En uiteraard bij particuliere kunstliefhebbers. "Ik zou nog
veel meer werk kunnen verhuren en
verkopen, maar ik werk graag in mijneigen tempo en op mijn eigen manier.
Werken onder druk, bijvoorbeeld op
bestelling, werkt bij mij niet. Ik vind
het fijn om dingen klein te houden, om
klanten zelf te kunnen benaderen."
Nijs vertrok in maart 1979 als dienstplichtig soldaat naar Siddiqin in
Libanon om de Franse troepen af te
lossen."Ik ben daar niet stommer
geworden," zo vat hij zijn ervaringen
samen. "Ik vind het nog steeds eenrijke ervaring; we hebben echt iets voor
de mensen kunnen doen. Maar van de
vrede is nu, dertig jaar later, nog geen
moer terechtgekomen."
Bij terugkeer uit Libanon ging hij weer
terug naar de bloemen, tot een jaar later
zijn werkgever faillissement aanvroeg.
Zijn toenmalige vriendin gaf les aan de
kunstacademie en stimuleerde hem om
ook iets met kunst te gaan doen. "Ik zat
in mijn vrije tijd eigenlijk altijd te tekenen of te schilderen." In 1984 trok hij
de stoute schoenen aan en begon aan
een opleiding op de Vrije Academie in
Nijmegen. In 1988 nam hij het besluit
om als kunstschilder en beeldend kunstenaar zijn brood te verdienen. "Ik kan
pas een jaar of vijftien echt van de verkoop en verhuur van mijn werk leven.
Maar, laten we wel wezen, ik maak ook
mooie dingen."
Wit doek
Veel van zijn inspiratie haalt hij uit de
natuur. In 1989 verruilde hij de stad
Nijmegen voor het landelijk gelegen
Dreumel. Als hij begint met het schilderen aan een nieuw doek, maakt hij eerst
zijn palet leeg. "Ik schilder nooit direct
op een wit doek. Ik moet voor het doek
staan en dan heb je wel of geen inspiratie. En dat heeft niets te maken met
religie, filosofie of wetenschap. Wat iets
tot kunst maakt, is datgene wat je niet
kunt sturen. Het komt uit je handen. Ik
heb iets in m'n kop en dat moet worden
gevisualiseerd. Ik wil iets, een kopie, op
het doek hebben. Dat beeld kan ik niet
dagenlang vasthouden. Ik moet inspelen op mijn inspiratie. Het is dan ook of mijn handen anders zijn, er gebeuren
dingen. Er vliegen hier ook wel eens
penselen door het huis, dan gaat het
dus niet. Ik sta wel eens tierend in het
atelier, waarbij de verf op het plafond
zit. Ik heb al die tubes met kleuren, alle
mogelijkheden staan tot mijn beschikking. Mijn leven bestaat dan uit verf. Ik
denk in verf, ik ben verf."
Hij werkt vaak aan vier of vijf doeken
tegelijk en maakt dan werkweken van
tachtig tot negentig uur. "Dan slaap
ik drie uur per nacht, maar ik kan niet anders. Ik moet schilderen."
Naast het verkopen en verhuren van
kunst verzorgt hij workshops schilderen. "Dat is dikke pret. Soms zijn dat
kinderen van de basisschool, soms
werknemers van een bedrijf, van de
postverzorger tot de directeur. Maar op
het moment dat de mensen schilderen,
telt niet meer welke positie ze hebben
in een bedrijf." De workshops voor
veteranen (zie aanbieding hieronder)
ziet hij als een soort verwerking. "Dus,
maak eens een schilderij over wat jou
in die periode bezighield. Ik weet zeker
dat daar de meest verschillende dingen
uitkomen."
Zelf schildert hij niet expliciet over
zijn uitzendverleden. Op verzoek van
de Stichting Veteranen Kunst maakte
Nijs dit jaar het doek 'Elementen uit
mijn uitzendingsperiode' voor de kunst-
expositie tijdens de Nederlandse
Veteranendag in Den Haag. Dit doek
hangt nu in het Legermuseum in Delft.
Hij is nooit teruggeweest naar Libanon. "Ik heb altijd wel gezegd dat ik terug
zou gaan, maar er was nooit tijd voor.
Maar ik wil ook niet. Daar zijn teveel herinneringen.

|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht |