
|
|
nummer 10 / december 2010 |
'Van Nelle 945 punten, DE 96 punten en Blue Band 2 punten'
De tweelingbroers André en René Tobä (44) werden in 1985 beide opgeroepen voor de dienstplicht. Allebei wilden ze graag naar Libanon, alleen André ging. Hij schreef weliswaar regelmatig naar zijn broer, maar uitsluitend over dagelijkse en huishoudelijke dingen. Pas later kreeg René een reëel beeld van hoe het voor André in Libanon werkelijk was geweest.
Door: Anne Salomons
Een zonovergoten palmenstrand in Tyre, Zuid-Libanon. Een knalblauwe kabbelende zee en ver weg de opgetogen stemmen van badgasten. Een klein paradijs? Het lijkt in ieder geval verdraaid veel op het 'voorlichtingsfilmpje' waarmee Defensie eind jaren zeventig zijn dienstplichtigen probeerde over te halen om zich vrijwillig aan te melden voor de missie naar Libanon. Een filmpje dat er mede schuldig aan was dat de argeloze burger ervan uitging dat de Libanongangers niets anders deden
dan op het strand liggen bakken. Een rooskleurig en leugenachtig beeld dat hardnekkig op het nationale netvlies bleef hangen. Ook René Tobä heeft deze film destijds gezien. "Ik dacht: André gaat lekker een half jaar op het strand liggen." Dit vertelt hij grimlachend terwijl hij zijn stoel
naar de karige schaduw van een palmboom schuift. Samen met zijn broer
is hij al voor de tweede keer mee met een terugkeerreis, georganiseerd door de stichting Weerzien met Libanon. Hij wil alles meemaken, want hij heeft wat in te halen. "Ik wilde toen ook naar Libanon, maar ik kwam twee lichtingen eerder op dan mijn broer en kwam bij een andere eenheid. Ik deed de rijopleiding en de opleiding tot radiotelefonist in Havelte, terwijl André eerst bij 48e pantserinfanterie in Vught opkwam en later doorging naar Veldhoven om de opleiding voor Libanon te volgen. Toen werd al duidelijk dat ik niet zou gaan.
Terwijl René zijn teleurstelling moest verbijten, ging bij tweelingbroer André juist de vlag uit: hij mocht naar Libanon. "Ik was vooral op zoek naar spanning en sensatie", benadrukt André. "Ik wist wel dat die voorlichtingsfilm van Defensie niet klopte." Toen René na vier weken zijn eerste brief uit Libanon kreeg, kon hij zijn beeld meteen bijstellen, want tussen de regels door kon hij lezen dat er meer aan de hand was dan André op dat moment kwijt wilde. André: "Ik wilde ze thuis niet onnodig ongerust maken. Later, als ik terug was, konden ze op de foto's wel zien wat er gebeurd was. Daarom schreef ik veelal over het eten en welke jongens van mijn post er op vakantie gingen, dat soort dingen."
Autobom
André zat op post 7 -IA, aan de kustweg naar Naqoura, een post die regelmatig bestookt werd met Katoucharaketten, die gelukkig allemaal overvlogen en
in de zee terechtkwamen 'omdat die gasten niet konden richten', maar een gevaarlijke post was het wel. "Een derde van alle nachten zaten we in de bunker. Dan probeerde je met zo'n
tien man in de bunker toch te slapen. Ook werd er vaak doelbewust over de post heen geschoten om wapens te testen op een huis dat even verderop stond, al snel 'the house of testing wapens' genoemd." Op een gegeven moment werd post 7-IA vanwege zijn uiterst ongunstige ligging zo gevaarlijk, dat de jongens hem zelf met de grond gelijk hebben gemaakt, om hem een paar honderd meter verderop, op een veiliger punt, met hulp van collega's van andere posten, de Nederlandse genie en Ghanese genie weer op te bouwen.
In zijn brieven naar huis repte André daar dus niet over. Evenmin schreef hij over de vijf man die een dag gegijzeld waren. "Zij mochten wel naar huis bellen, maar het kwam toen gelukkig nog niet meteen in de pers. En ik schreef het ook niet op." Net als die autobom bij 7-1A. Dat verzweeg hij ook. "Er stonden twee man op wacht toen uit Naqoura het bericht kwam dat er een autobom richting onze post kwam. We moesten meteen de bunker in, maar ik bleef bij de ingang van de bunker staan om foto's te maken. Ik zag de auto, een bruine Mercedes, aan komen rijden, zwaar door zijn assen gezakt, toen een Shermantank hem opblies. Dat heb ik allemaal op foto's vastgelegd. Het was onverantwoord, ik weet het, maar ja, je bent 19 jaar en je bent je absoluut niet bewust van het gevaar. Achteraf kon
ik wel bedenken dat als we niet waren gewaarschuwd, we op die weg hadden gestaan. Maar de tweede keer dat er een autobom ontplofte, was ik op verlof in Nederland, daar baalde ik toch van."
Big brother
Wat André wel naar zijn broer schreef? Dat het eten niet goed was en of hij wat kruiden en snoep kon opsturen naar Libanon. "Het eten kwam van de hoofdpost en bij ons kwam het koud aan. Toen hebben we een eigen gasstelletje neergezet om dan maar zelf te koken." Zo kwam er elke week wel een pakketje van thuis. En oh wee als er een keer geen post voor hem was, dan baalde hij stevig. "Post was het enige contact met het thuisfront. Het is vreselijk wanneer de postbode komt en jij krijgt geen brief." Zelf stuurde hij dus van die 'niets aan de hand' briefjes, vaak toeristische kaarten die je bij de lokale bevolking kon kopen. Zo toont André een kaart van een of andere archeologische ruïne die hij naar broer René op de Johannes Postkazeme in Havelte zond, met de vraag: 'Ik zou graag van jou horen hoe de ouderdag was?' Ondertekend met: 'groetjes your big brother'. Hierop schiet René in de lach en hij vermeldt trots dat hij zelf met drie minuten toch de oudste van de twee is. Ook toont André een ander kaartje met het verzoek: 'Willen jullie mij een paar pennen sturen, want ik ben aan mijn laatste bezig'.
In een brief van Renê aan Andrê, gedateerd op 24-5-1985, schrijft René dat hij 'twee mooie grote medailles heeft gekregen voor de twee eerste plaatsen op de Brigade Sportdag.' En tussen neus en lippen door vermeldt hij ook nog maar even de 'tussenstand van de gescoorde punten', namelijk: 'Van Nelle 945 punten, DE 196 punten en Blue Band 2 punten'. Hier kijken de broers elkaar met vragende blikken aan; wat is dat met die punten? Weet jij het nog? Het is ruim 25 jaar geleden en ze weten geen van beide meer waarom deze puntentelling aan de brief is toevertrouwd. Raadselachtig, maar grappig vinden ze het wel.
Tegelijk schetst het een aardig beeld van de inhoud van hun correspondentie. Oftewel, niets aan de hand. Later, wanneer André al weer lang en breed thuis is, krijgt René de Libanon-foto's alsnog te zien en komen de verhalen. René: "Toen zag ik pas echt wat er gebeurd was. Maar ondanks dat had ik het toch nog steeds ook zelf willen meemaken. En ik begrijp zijn keuzes, ik had precies hetzelfde gedaan." Ook het feit dat André zijn broer lang niet alles heeft verteld, deert René geenszins. Hij snapt het heel goed dat André tot nu toe heeft verzwegen dat hij af en toe hard moest optreden tegen de lokale bevolking. "Wij moesten soms het roadblock dichtgooien zodat de burgerbevolking
er niet doorheen kon. Dat kun je thuis niet uitleggen, dat kun je niet in woorden omzetten."
Onafscheidelijk
De tweelingbroers, die vanaf hun geboorte onafscheidelijk zijn - ze sporten wekelijks samen, gaan samen op vakantie en ze werken in hetzelfde bedrijf - zijn nu samen voor de tweede keer terug in Zuid-Libanon. Voor Renê is het belangrijk dat hij ziet waar zijn broer heeft gezeten en ook wat hij zelf gemist heeft. Wel vindt hij dat zijn broer sinds Libanon veranderd is. "Hij denkt meer zwart-wit en niets ertussenin. Dat is ook zo gebleven."
En elkaar schrijven? Dat hebben ze sinds Libanon nooit meer gedaan. Uit twee monden tegelijk klinkt: "Dat is toch niet nodig, we zien elkaar elke dag."

|
|
nummer 10 / december 2010 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht
|