
|
|
nummer 7 / november 2005 |
Libanongangers voelen zich
lichamelijk gezond, maar hebben vaker psychische klachten
Een
op de vijf Unifillers zoekt hulp
De
deelnemers
·
Van de 1.834
deelnemers is de grootste groep,
1.626 in
totaal, veteraan en in het bezit van
een Veteranenpas. Daarnaast deden 126 UNIFIL-veteranen zonder
Veteranenpas en 78 Unifillers die nu nog in actieve
dienst zijn mee aan het onderzoek.
·
Bijna alle
deelnemers aan het UNIFILonderzoek zijn mannelijke veteranen en militairen.
·
Zij zijn
gemiddeld 47 jaar oud.
·
De meerderheid
is gehuwd, woont samen met een partner en eventuele kinderen en heeft betaald werk.
·
Van de
deelnemers was 64 procent dienstplichtig tijdens UNIFIL. Op dat moment had 70
procent een rang lager dan onderofficier en diende 98 procent bij de
Koninklijke Landmacht. De meesten waren op een
buitenpost gelegerd (63 procent). Een vijfde van de totale groep was gestationeerd op
het hoofdkwartier van Dutchbatt in Haris. Ook
verbleven Unifillers in Al Yatun,
in huizen in of nabij Haris of in Naqoura waar het UNIFIL-hoofdkwartier zich bevond.
·
De uitzending duurde voor de meeste militairen zes maanden. Drie procent is meer dan één keer naar Libanon uitgezonden. Elf procent heeft ook aan andere uitzendingen deelgenomen, bijvoorbeeld UNPROFOR of SFOR in het voormalige Joegoslavië. Om medische of psychosociale redenen werden 59
personen voortijdig gerepatrieerd.
·
De meeste Unifillers gingen vrijwillig naar Libanon (87
procent) en stonden positief tegenover de missie (89 procent). Zij wilden nieuwe en andere ervaringen
opdoen (88 procent), wilden meer van de wereld zien (74 procent) of hadden zin in een uitdaging (72 procent).
|
Libanongangers voelen zich
lichamelijk even gezond als mannen in de Nederlandse bevolking. Qua psychische
gezondheid scoren ze gemiddeld echter minder goed. Ze hebben vaker psychische
problemen, vertonen meer symptomen van posttraumatische stress, slapen slechter
en ervaren meer gevoelens van boosheid. Eén op de vijf Unifillers bezocht een proffesionele hulpverlener voor klachten
die mogelijk met de uitzending te maken hadden. Dat blijkt uit het onderzoek
UNIFIL: Welzijn en gezondheid, uitgevoerd door het Kennis- en
onderzoekscentrum(KOC) van het Veteraneninstituut.
Door: Janke Rozemuller
ngeveer 25 jaar geleden namen zo'n
negenduizend Nederlandse militairen deel aan de vredesmissie United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL)
in Zuid-Libanon. De meeste mogen
zich inmiddels veteraan noemen, maar hoe gaat het met ze? Tot nu toe was daar
onvoldoende zicht op. Het UNIFIL-onderzoek van het
KOC brengt daar nu verandering in en werp meer licht op de gezondheid en het
welzijn van de Libanongangers en het gebruik van
professionele hulp. Voor het onderzoek werd een uitgebreide vragenlijst
samengesteld (veertig pagina's!). Hierin kwamen de huidige situatie en de
perioden vóór, tijdens en na UNIFIL aan de orde. De vragenlijst werd verstuurd
aan 3.249 veteranen en militairen die tussen maart 1979 en november
1985 in
Libanon dienden.
Maar liefst 1.834 personen stuurden een ingevulde vragenlijst terug (ruim 56
procent). Alleen al in de eerste twee weken kwamen 1.500 lijsten retour.
"Veel oud-Unifillers hadden op dit onderzoek
gewacht", constateert Joanne Mouthaan, een van de onderzoekers, naar aanleiding van de grote en snelle
respons.
Lichamelijke
gezondheid
Unifillers en een doorsnee groep mannen in de
Nederlandse bevolking zijn beiden even positief over hun lichamelijke
gezondheid. Actief dienende Libanongangers voelen zich zelfs nog wat gezonder. Unifillers ouder dan 45 jaar zijn positiever over hun gezondheid dan hun leeftijdsgenoten
in de algemene bevolking, terwijl jongere UnifilIers er juist negatiever over zijn dan hun leeftijdsgenoten. De ondervraagden hebben
last van een aantal gezondheidsproblemen. In de top vijf van deze klachten
staan vermoeidheid, concentratieproblemen, overgevoeligheid voor lawaai, een
gespannen gevoel en geheugenproblemen/vergeetachtigheid. Een op de drie Unifillers die het afgelopen jaar gezondheidsproblemen
heeft gehad, brengt dit in verband met UNIFIL. Eenderde deel van de klachten
lijkt dus uitzendingsgerelateerd te zijn.
Meer PTSS-symptomen
Libanongangers voelen zich vaker psychisch minder
gezond dan de doorsnee mannelijke bevolking. Dit geldt zowel voor veteranen als
actief dienende militairen van alle leeftijden. Wanneer militairen klachten
na uitzending hebben, wordt vaak gezegd dat zij getraumatiseerd zijn of een
posttraumatische stress stoornis (PTSS) hebben. Meer dan de helft van de Unifillers heeft geen enkel teken van stress na een trauma.
Desondanks hebben ze meer symptomen van PTSS dan doorsnee Nederlandse mannen.
Daarbij moet wel worden aangetekend dat het verschil relatief is: doorsnee
Nederlandse mannen hebben een score van 29, terwijl de totale groep Unifillers 36 scoort (hoe hoger deze score, hoe meer symptomen
van PTSS). Een score van 52punten of hoger vormt
een aanwijzing voor een PTSS. Anderzijds gaat het bij (oud)militairen om een selecte groep die – ook psychisch - is gekeurd. Nauwkeurig bekeken blijkt er geen verschil te zijn tussen actief dienende Unifillers en Nederlandse mannen. Symptomen van
stress na een trauma komen vaker voor
bij veteranen en bij Unifillers die jonger dan 45 jaar zijn. Ruim 15 procent van de Unifillers heeft
sterk verhoogde scores op de vragen die PTSS meet.
Hoeveel Unifillers een PTSS hebben, is op basis van
dit onderzoek
niet met zekerheid te zeggen. Hiervoor is een aanvullend klinisch interview
door een psychiater of psycholoog nodig. Unifillers hebben gemiddeld meer slaapproblemen en gevoelens van boosheid dan de
doorsnee mannelijke bevolking. Bij nadere
bestudering blijken beiden vooral vaker
voor te komen bij UNIFIL-veteranen en Unfillers die jonger dan 45 jaar zijn. De actief dienende Unifillers scoren in beide
gevallen even goed als de gemiddelde Nederlandse man. Wie
hebben klachten? Dit zijn vaak Unifillers die niet
getrouwd zijn, geen betaald werk en een lagere opleiding hebben. Ze zijn dikwijls lid van een veteranenvereniging of in het bezit van een Veteranenpas (deze pas wordt onder meer aangeboden wanneer een veteraan hulp zoekt).
Tijdens de uitzending hadden ze vaak al last van psychische problemen. De uitzending hebben ze in veel gevallen
als negatief en belastend ervaren. Ook het eerste jaar na terugkeer verliep
vaak moeizaam. Unifillers die nu klachten hebben,
hadden vaak moeite om zich weer aan te passen.
Kwaliteit van leven
Unifillers zijn over het algemeen minder tevreden met
hun kwaliteit van leven dan Nederlandse mannen in het algemeen. Dit
geldt vooral voor veteranen met een Veteranenpas en jongere Unifillers. Actief dienende Libanongangers en Unifillers ouder dan 65 jaar zijn zelfs iets meer tevreden met hun kwaliteit van
leven. Ook hierbij geldt dat vooral Unifillers die
niet getrouwd zijn, geen werk en een lagere opleiding hebben een slechtere
kwaliteit van leven rapporteren. Tijdens de uitzending hadden zij meer
lichamelijke problemen en na terugkeer meer moeite om zich weer aan te
passen. Op dit moment hebben zij vaak last van lichamelijke en
psychische klachten, zoals symptomen van PTSS.
Hulpverlening
Aanbevelingen UNIFIL-onderzoek
·
Het is
belangrijk dat er langdurige aandacht en zorg is voor veteranen.
·
Het
vroegtijdig signaleren van problemen in het eerste jaar na terugkeer van
een uitzending is een belangrijke taak van de geestelijke gezondheidszorg
voor militairen en veteranen.
·
De
geestelijke gezondheidszorg voor militairen en veteranen moet duidelijk
maken wat zij veteranen te bieden heeft. Waar is wat te halen?
·
Onderzoek
naar de gezondheid van militairen en veteranen moet mogelijk blijven.
·
Gezamenlijke
activiteiten voor veteranen zijn belangrijk. Deze verdienen ondersteuning.
·
Een goede
veteranenadministratie is zeer belangrijk.
|
|
Een op de vijf Unifillers bezocht een professionele hulpverlener voor klachten die
mogelijk met de uitzending te maken hadden. Vooral Unifillers met een
Veteranenpas en veteranen jonger dan 45 jaar zochten hulp. De meest bezochte
hulpverleners zijn de huisarts, psycholoog of psychiater uit het civiele
circuit. Unifillers zijn het meest tevreden over
de hulp die werd geboden door de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO), het
Veteraneninstituut (Vi), de civiele
medisch specialist en de civiele fysiotherapeut. Ruim een op de tien Unifillers zegt niet te weten waar hij of zij hulp zou zoeken.
De rest weet dat wel en zou vooral hulp zoeken bij civiele instanties (huisarts,
psycholoog, psychiater), veteranenzorg (Vi,
BNMO), de militaire hulpverlening (Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD), Afdeling Individuele Hulpverlening (AIH),
Centraal Militair Hospitaal (CMH)) en de sociale omgeving. Vooral Unifillers die tijdens de uitzending lichamelijk problemen
hadden of letsel hebben opgelopen bezochten een professionele hulpverlener voor uitzendingsgerelateerde problemen. In
het eerste
jaar na terugkeer hadden zij vaak moeite zich weer aan te passen. Op dit
moment hebben zij nog vaak last van lichamelijke of psychische problemen.
Dit artikel is grotendeels ontleend
aan de publiekssamenvatting die Maaike de
Vries voor het KOC heeft geschreven.

|
|
nummer 7 / november 2005 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht