NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 1 / januari 2010

Israëlische veteraan verfilmde traumatische ervaring in Libanonoorlog

 

'Uiteindelijk is iedereen slachtoffer'

"Het kostte me 25 jaar om aan deze film te beginnen", aldus de Israëlische regisseur en veteraan Samuel Maoz over zijn prijswinnende film Lebanon. De voormalige tankschutter verfilmde zijn aangrijpende ervaringen in de oorlog die Israël begin jaren tachtig in Libanon voerde en waar ook Nederlandse militairen in het kader van UNIFIL bij betrokken waren. Zijn oorlogservaringen bezorgden Maoz een fiks trauma, maar de film Lebanon hielp hem daarmee te leven. En het bezorgde hem een staande ovatie en de Gouden Leeuw op het filmfestival in Venetië.


Door: Fred Lardenoye
Foto's: Birgit de Roij

We spreken Maoz op het Internationale Filmfestival in de Griekse havenstad Thessaloniki. De sympa thieke Israëlische regisseur is nog altijd beduusd van de over­weldigende ontvangst van zijn film op internationale film­festivals. "In Venetië kreeg ik een staande ovatie van twintig minuten. Dat is erg lang als je alleen maar daar staat en 'dank je wel' mag zeggen." Festivaldirecteur Marco Mül1er moest zelfs een eind maken aan het applaus omdat George Clooney stond te wachten om zijn nieuwe film te presenteren. "Dat was een opwindende ervaring", glimlacht Maoz. In Thessa­loniki mocht de Israëlische regisseur de Human Value Award in ontvangst nemen en bij de verschijning van Checkpoint staat hij alweer in Rotterdam om zijn film op het International Film Festival te presenteren. "Ik werd in 2007 in Rotterdam uitgenodigd om mijn script te presenteren. De verkoop lukte omdat het een heel persoonlijk verhaal was. Ik stond voor de spiegel op het toilet en vroeg mezelf af: respecteer je jezelf niet meer? Je neemt je persoonlijke verhaal met al je leed en vercommercialiseert dat, maar tegelijkertijd kon ik geen weer­stand bieden aan mijn goede gevoel over het feit dat ik mijn plan kon realiseren. Dus Rotterdam was de eerste stap naar realisering van deze film."

Tankschutter
Lebanon vertelt het verhaal van vier dienstplichtigen die samen een tankbemanning vormen en in 1982, als Israël begonnen is met een invasie in Libanon, een ogenschijnlijk simpele opdracht krijgen. De onervaren bemanning ziet zich vervolgens geconfronteerd met een oorlogssituatie die vol­ledig uit de hand loopt. Alle nare facetten van een oorlog passeren de revue: van het doden van onschuldige burgers en de totale paniek als de tank door onzichtbare vijanden wordt belaagd tot de wanhoop als blijkt dat de kleine tankeenheid volledig geïsoleerd opereert en de communicatiekanalen nau­welijks functioneren. De vier jonge mannen raken langzaam maar zeker, zowel letterlijk als figuurlijk, de weg kwijt.
Een sleutelrol in de film is weggelegd voor tankschutter Schmul, een karakter dat gebaseerd is op de ervaringen van regisseur zelf. '''Schmul' of'Schmulik' is de gangbare bijnaam voor Samuel, hij beleeft mijn eigen ervaringen", aldus de regisseur. Maoz was zelf nog geen twintig toen hij als dienst­plichtige werd ingezet in de oorlog in Libanon. Net als in de film werd hij zonder verdere introductie als plaatsvervanger toegevoegd aan een tankeenheid. "De oorspronkelijke tank­schutter was ernstig ziek geworden, hij kreeg aan het begin van de oorlog hoge koorts." Hoewel Maoz en zijn maten een jaar lang waren voorbereid, kwam de oorlog toch nog onver­wacht. "Er gebeurde van alles, de ambassadeur van Israël werd vermoord en Noord-Israël werd bestookt met bommen. Maar als iemand je tweemaal per maand wakker maakt met het bevel Libanon in te rijden en dan vervolgens zegt dat het is afgelast, dan wordt het routine. Toen het eenmaal zover was, namen we het aanvankelijk nauwelijks serieus. De eerste keer sla je alles in, maar na een paar keer namen we slechts een kleine hoeveelheid voedsel mee omdat we dachten: over twee uur zijn we weer terug. Toen we ons op het laatste moment realiseerden dat het menens was, renden we terug naar de keuken om snel nog wat zakken voedsel te scoren, daarom zie je die soepcroutons ook in de film."
Zo zitten er tal van authentieke voorvallen in de film. "Veel van de gebeurtenissen in de film hebben ook echt plaats­gevonden, maar sommige ook niet. En natuurlijk waren er andere gebeurtenissen die echt waren, maar niet in het ver­haal pasten. Voor mij was de kern van het verhaal dat in een oorlog de ziel gewond raakt. Op een filmfestival in Amerika ontmoette ik enkele Vietnamveteranen die de film net gezien hadden en die me vertelden dat de film ook hun verhaal ver­telt. Libanon of Vietnam, het gaat niet om de plek en de tijd, het gaat erom hoe je het van binnen beleeft."

 (De waarheid is dat mensen niet graag hun vrienden uit de hel terugzien'

Trauma
Net als in Nederland was er begin jaren tachtig ook in Israël nauwelijks sprake van nazorg. '~lle mannen van mijn genera­tie zijn gewond geraakt. En men dacht: neem een pilletje en het is over, maar zo simpel is het niet. Mensen kunnen een normaal leven leiden, zelfs een familie hebben, maar van bin­nen zal de herinnering altijd blijven knagen. En aan het begin van de jaren tachtig zeggen dat je van binnen gewond was, dat werd niet geaccepteerd. Je werd voor mietje uitgemaakt. Er was geen systeem om nazorg te bieden en mensen waren zich er ook niet van bewust dat het nodig was. Je was een soort gewonde soldaat waar niemand om gaf en je kon aan niemand vertellen dat je pijn had. Toch ben ik blij dat ik die gevoelens had en nog heb. Ik zou de pijn in mijn ziel ook niet willen ruilen voor het verlies van een hand, zelfs niet van een vinger."
Ook bij collega-veteranen kon Maoz zijn verhaal niet kwijt. "Het cliché is dat als je samen met iemand een oorlog hebt meegemaakt, je de beste vrienden bent geworden, maar de waarheid is dat mensen niet graag hun vrienden uit de hel terugzien. Mensen willen de herinneringen liever onderdruk­ken, het is niet iets om op reünies over te praten."
Maoz volgde na zijn dienstplicht een opleiding aan de Film­academie in Tel Aviv en wilde daarna gelijk zijn eigen oorlogs­verhaal verfilmen. "Ik probeerde een script te schrijven, maar na twee of drie pagina's begon ik weer die geur van lijken te ruiken. Dat is typisch, een van je eerste herinneringen is de reuk. De ondraaglijke reuk van brandend mensenvlees. In de eerste maanden na terugkeer uit Libanon had ik al geleerd om dat gevaarlijke moment voor mezelf te herkennen en het rus­tig aan te doen." Maoz besefte dat het veel tijd zou gaan kos­ten om toe te zijn aan dit persoonlijke verhaal. "Ook al omdat ik de film niet wilde maken als een van de deelnemers aan
die oorlog, maar als filmregisseur. Dus ik wist dat ik zover zou moeten zijn dat ik er emotioneel niet meer mee verbon­den was. Dat ik kon schrijven over Schmulik als gewoon een karakter in een film."
Maoz begon met het maken van documentaires over heel andere onderwerpen en het zou hem uiteindelijk 25 jaar kosten voordat hij toe was aan het verfilmen van zijn per­soonlijke verhaal. De doorbraak kwam door een Amerikaans artikel over de effecten van oorlog uit een psychologisch tijd­schrift. "Dat artikel gaf me zoveel antwoorden op vragen waar ik al die tijd mee zat. Vragen zoals: wie was die jongen die daar in het donker zat en mensen heeft gedood? Want al die tijd dacht ik dat ik het niet was."

Tank
De kracht van Lebanon zit hem ook in de vorm die Maoz gekozen heeft voor de film. Alle handelingen spelen zich bin­nenin de tank af en alle gebeurtenissen worden bezien door het tankvizier, waardoor het claustrofobische gevoel nog sterker overgebracht wordt op de filmkijker. "Door dat artikel vielen alle puzzelstukjes op hun plaats: ik begreep dat je in zo'n oorlogssituatie als het ware geen verbinding meer hebt met wat je meemaakt. Een vergelijkbaar effect als met drugs. Ik besefte me onmiddellijk dat het verhaal dat ik wilde ver­tellen niet het plot zelf was, maar dat het moest gaan over het gevoel van de soldaat in een oorlog." Maoz realiseerde zich dat een dergelijk verhaal op papier nog wel uit te leggen is, maar in de film wilde hij het gevoel zoveel mogelijk let­terlijk overbrengen. "Dus ik moest een vorm vinden waarin ik een soort ervaringsfilm meegeef waardoor het verhaal zichzelf uitlegt. Ik wil dat het publiek niet een objectieve factor is die naar een plot kijkt, met een moordenaar en een slachtoffer. Nee, ik wil dat het publiek er zelf middenin zit. Om zo begrip te creëren. Ik wil ze erin trekken en als het ware zelf een trauma bezorgen. Als het gezichtspunt hele­maal subjectief is, als je zelf in die tank zit de hele tijd, dan bereik je dat: je ziet exact wat zij zien, je weet precies wat zij weten. Van tijd tot tijd wilden we een heldere scène filmen met alles zichtbaar en helder, maar dan zeiden we: 'Het moet donkerder, minder zichtbaar.?'
Toen Maoz in een recordtijd van slechts vier weken het script op papier had gezet ("Ik schreef het in een roes"), viel het niet mee om genoeg budget voor zijn film te krijgen. Het Israëlische film fonds droeg slechts een half miljoen dollar bij en met de verkoop van de tv-rechten in zijn land kwam hij uiteindelijk tot een voor een dergelijke film schamel bedrag van nog geen 800.000 dollar. Dankzij de CineMart in Rotterdam wist hij met een groot aantal coproducenten uit West-Europa een budget van anderhalf miljoen dollar te ver­werven. Toch bleek dat nog altijd beperkte budget ook een voordeel. '~ls je geen ruimte hebt om naar rechts of links te bewegen met een camera, is de enige weg om nog dieper te gaan. Als je genoeg budget hebt, film je scènes van boven en van onderen, met alle toeters en bellen, maar dit schiep uiteindelijk een veel interessantere optie: de oorlog van binnenuit."

'Libanon of Vietnam, het gaat niet om de plek en de tijd, het gaat erom hoe je het van binnen beleeft'

Fosforbommen
Wordt de film in het buitenland de hemel in geprezen, in Israël zelf zijn de reacties van zowel publiek als critici nogal lauw. "Het Israëlische publiek is misschien niet het beste voor deze film. Niet vanwege de oorlog, maar het is publiek dat gek is op romantische films en komedies. Ze willen niet keer op keer geconfronteerd worden met moeilijke vraag­stukken. De Israëlische animatiefilm Waltz with Bashir, die ook dit thema aanroert, is door miljoenen kijkers over de hele wereld gezien, maar in Israël hebben nog geen 70.000 mensen de film gezien. Het Israëlische volk denkt: als zo'n film een prijs wint op een internationaal filmfestival, dan moet hij wel links zijn. Het soort vooroordelen dat als een feit wordt aangenomen zonder dat men de film zelf gezien heeft. En ja, men heeft ook nog moeite om soldaten te zien huilen, het is alsof ze zwak zijn." Dat in de film openlijk wordt gesproken over de inzet van fosforbommen door Israël in de Libanese oorlog is daarop niet van invloed volgens Maoz. "Dat ontkennen zou wel een heel slechte grap zijn. Het is iets dat bij duizenden, zo niet honderdduizenden mensen bekend is. Het probleem is niet de fosfor, het probleem is de oorlog zelf die als een beest is. Je weet hoe je begint, maar je weet niet waar het eindigt, want het is niet te beheersen. Het zijn onze dierlijke instinc­ten die dat veroorzaken." Dat de film weinig informatie geeft over het conflict en de strijdende partijen in Zuid-Libanon is een bewuste keuze. "Iedere filmmaker vraagt zich af: welke film wil ik maken? En van het begin af aan wilde ik geen politieke film maken, in de eerste plaats al niet omdat ik zelf geen politicus ben. Maar in politieke films is er ook altijd sprake van good guys en bad guys. De Libanezen verwijten mij wellicht dat ik geen moordende Israëlische soldaten heb weergegeven en Isra­eliërs zullen mij juist verwijten dat zij in zekere zin wel als moordenaars worden neergezet. Maar de waarheid is dat er in een oorlog geen good guys en bad guys zijn. De oorlog is de bad guy en uiteindelijk zijn alle betrokkenen slachtoffer. Dat is de waarheid."

nummer 1 / januari 2010

 

 
Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 
Veteraneninstituut