
|
|
nummer 6 / juli-augustus 2010 |
Libanonveteraan John Reinhard maakte
voorstelling over zijn uitzending
'Theaterstuk waarin alle veteranen
zich herkennen'
De veteranenspeld met begeleidende brief van de staatssecretaris van Defensie die John Reinhard in 2007 in zijn brievenbus vindt, roept onverwachte herinneringen op. De Libanonveteraan herleest het dagboek dat hij tijdens zijn uitzending in 1980 bijhield. Aan de hand daarvan schrijft hij aansluitend het theaterstuk Dagboek van een VN soldaat.
Door: Klazien van Brandwijk
Mijn eerste ontmoeting met Libanonveteraan john Reinhard is op 23 oktober 2009. Collega Marleen Wegman heeft me overgehaald om samen in de Groningse bibliotheek naar de voorstelling
Dagboek van een VN
soldaat te gaan. Reinhard is met zijn crew in het kader van de Week van de geschiedenis naar Groningen afgereisd. Een kleine veertig toeschouwers komen naar zijn optreden. In deze intieme entourage en met minimale middelen weet de acteur, die muzikaal wordt begeleid door gitarist los van de Langkruis. het publiek in zijn verhaal te trekken. Een verhaal dat gaat over zijn ervaringen als VN-soldaat in Libanon. Halverwege het verhaal waan ik me echter terug in Cambodja. Ik ben niet de enige die de voorstelling met zijn eigen missie associeert. Bij de nazit vertelt een Indiëveteraan dat hij even dacht op Java te zijn. Kinderen van Libanonveteranen denken nu iets te begrijpen van hun vaders ervaringen. Andere theaterbezoekers spreken over een indrukwekkend en ontroerend stuk. Ik wil meer weten over die Libanonveteraan die de kunst verstaat zijn eigen beleving en ervaring op zodanige wijze neer te zetten dat andere veteranen zich erin herkennen. We spreken af om daar later op terug te komen. Het is 16 april 2010 als ik Reinhard weer ontmoet. Nu in een gezellige Haagse bovenwoning, waar hij samen met echtgenote Vera woont. De Libanonveteraan is de hele dag druk in de weer geweest met de voorbereidingen voor een optreden de volgende dag in Rotterdam op de pabo Thomas Moore. "In het kader van de themadag 'Vrijheid maak je met elkaar' ben ik door Erik Kuiper van het Veteraneninstituut gevraagd om in Rotterdam en op de Hogeschool Leiden het stuk nog een keer te spelen." Reinhard vertelt dat hij had besloten om zich helemaal te gaan richten op ee

n nieuwe productie. "Maar het stuk is herontdekt, zeg maar. Als aanloop naar de voorstelling van morgen in Rotterdam en volgende week in Leiden heb ik een besloten repetitie gehad voor een kleine groep intimi. Dat was heel bijzonder. Na zo'n repetitie heb je weer extra energie."
• john Reinhard tijdens zijn uitzending in 1980 naar Libanon. Foto: privécollectie John Reinhard
Dienstplicht
Ook in de thuissituatie is Reinhard een gedreven verteller. Hij spreekt graag over zijn dienstplicht, zijn periode in Libanon en alles wat daarna gebeurde. "Mijn opleiding aan de lts was niet echt wat ik ervan verwachtte, maar ik haalde wel het diploma. In die tijd was ik wat tegendraads en punk. Ik ben vervroegd in dienst gegaan. Dat was binnen het groepje alternatieve vrienden waarmee ik optrok uitzonderlijk. Ik wilde avontuur, maar bovenal was ik idealistisch en wilde iets voor de mensen gaan doen." Zo stapt de 18-jarige, 1 meter 95 lange Hagenaar op 4 september 1979 in de trein om zich te melden op de Kromhoutkazerne in Utrecht. "Ik was me er duidelijk van bewust dat ik aan het begin van een ander leven stond. Al op de tweede dag werd er gevraagd wie er naar Libanon wilde. Ik heb gelijk ja gezegd!" Reinhard is, net als de andere dienstplichtigen die voor Libanon hebben getekend, super gemotiveerd. Hij heeft weinig begrip voor een jongen met gewetensbezwaren. "Gewetensbezwaren ... , toen vond ik dat vreemd. We voelden onszelf een beetje meer dan jongens die naar Seedorf gingen." Trots gaat hij na de eerste week op de kazerne in 'pakje net' naar huis en vertelt dat hij naar Libanon gaat. Zijn vader, een politieman, vindt dat geweldig. "Hij was graag naar Indië gegaan, maar kreeg van zijn ouders geen toestemming."
Voorbereiding
Na de opleiding op de Kromhoutkazerne volgt de opleiding tot wapenhersteller 2e echelon. "We gingen iedere dag naar Soesterberg om zittend aan een tafel een wapen uit elkaar te halen en zo snel mogelijk weer in elkaar te zetten. Een browningpistool, uzimitrailleur, de FAL, de MAG en een punt 50 uit de Tweede Wereldoorlog." Na twee maanden wordt de groep dienstplichtige Libanonvrijwilligers overgeplaatst naar de Johan Willem Frisokazerne in Assen. Reinhard wordt ingedeeld bij de onderhoudsgroep en gaat de vervolgopleiding tot wapenhersteller in. "Die opleiding bestond vooral uit krantje lezen en koffiedrinken. Ik verveelde me dood en ging de wapens in de wapenkamer controleren." Ondertussen begint de voorbereiding op Libanon. Reinhard vertelt hoe de toekomstige VN-soldaten via films voorlichting over de situatie in Libanon kregen. "Dat was echt een ver-vanmijn-bedshow. Je kon je niet voorstellen hoe het daar was. Ook kregen we voorlichting over wat te doen bij diarree of een geslachtsziekte. Vooral bij dat laatste hadden we veel lol, omdat een van de maten al voor de uitzending zuur was. Dat verschijnsel hadden we zeer nauwkeurig bestudeerd. Voor een geslachtsziekte hoefde je dus niet naar Libanon." De puur militaire training beperkte zich tot een oefening op de Harskamp, een bivak op de heide bij Balloo en lessen op de mijnenschool in Grave. Op de hindernisbaan op de Harskamp werd een oorlogssituatie nagebootst. Terwijl er met scherp geschoten wordt, raakt Reinhard door nachtblindheid gedesoriënteerd en komt vast te zitten in het prikkeldraad. "Sergeant Siegers, die zelf mee tijgerde, bevrijdde mij uit mijn benarde positie." Op de heide bij Balloo leert de wapenhersteller hoe hij auto's moet doorzoeken en mensen moet fouilleren. Terwijl hij in de koude nacht op wacht zit, wordt zijn groep met veel knallen en flashlights overvallen door 'de oefenvijand'. "Dat was zogenaamd de PLO. In mum van tijd hadden ze ons overrompeld. Na het bivak kwamen er trucks om ons te halen, maar nee ... we moesten onze plunjebalen op de wagens gooien en zelf in speedmars terug naar de kazerne." De Libanonveteraan geniet zichtbaar van die herinnering. "Die oefening op de Harskamp en het bivak in Balloo, daar had je echt iets aan. Ik ben er nog trots op dat ik na het bivak die 15 kilometer in speedmars naar de kazerne heb gered." Opeens schiet de Libanonveteraan te binnen dat hij ook een ochtendje les kreeg in het bedienen van de veldradio. "Na een oersaaie uitleg was er nog maar een half uurtje om te oefenen. Gelukkig heb ik de radio in Libanon nooit hoeven gebruiken."

• John Reinhard tijdens zijn theatervoorstelling Dagboek van een VN soldaat. Foto: Fred van Brandwijk
Libanon
Bij twee wapenherstellers is nog niet duidelijk wie er mee mag naar Libanon. Korte tijd voor vertrek wordt tijdens het middagappel de lijst met namen van de gelukkigen bekendgemaakt. "De uitverkorenen moesten zich melden bij de geneeskundige dienst voor de vaccinaties. Ik moest en zou die blauwe baret hebben, dus vond het allemaal prima. Ik was super gemotiveerd. Ik ging naar Libanon!" Vlak voor het inschepingverlof krijgen de UNIFIL-soldaten hun blauwe baret en op 26 maart 1980 vertrekt de groep naar Libanon, waar in Beiroet de warmte als een deken over ze heen valt. Op het verlaten vliegveld zien de UnifilIers de kapotgeschoten vliegtuigen. "Je werd direct geconfronteerd met de gevolgen van oorlog. Het was dus echt." De nieuwkomers worden in bussen gedirigeerd en aan de andere kant van het vliegveld opgewacht door applaudisserende Unifillers met vaalblauwe baretten. "Dat maakte indruk. Na een toespraak en het volkslied moest ik op zoek naar mijn plunjebaal en de vrachtwagen die me naar Haris zou brengen." Reinhard benadrukt dat zijn verhaal vanaf dat moment niet uniek is. "Dat weet ik van maten en bezoekers van mijn voorstelling. Mijn beleving komt overeen en verschilt niet echt met het verhaal van andere Unifillers. De reis door het door burgeroorlog verwoeste land. De roadblocks, de mensen die leefden in onafgebouwde flats, beesten op straat, marktkraampjes. Ik keek mijn ogen uit." In Haris aangekomen, wordt uitgelegd dat er in de kantine een warme hap is en de mannen worden ondergebracht in prefabs. "Daar vond je een bed. Links van mij lag Mika en rechts Gregorie. De eerste nacht hoorde je het monotone geluid van het aggregaat en verbaasde ik me erover dat ik geen omheining rond het kamp had gezien." De volgende dagen ontdekt Reinhard dat hij op een klein kamp is beland en dat Oud-Haris niet meer dan een dorp is. "Ik was de middeleeuwen in gesukkeld. Blinde muren waarachter zich het leven afspeelde. De eerste zondag in Haris werden we door een paar vrouwen uitgenodigd op de thee. Op de binnenplaats maakten we kennis met hun mannen. Terwijl de vrouwen op afstand bleven, probeerden wij in gebrekkig Engels een gesprek met de mannen te voeren. Die eerste ontmoeting met de gastvrije lokale bevolking was hartverwarmend." Hoe anders is de kennismaking met de sergeant wapenhersteller. "Krijg ik weer zo'n dienstplichtige waar ik geen zak aan heb." Van zijn voorganger hoort Reinhard dat de sergeant geen hoge pet op heeft van de opleiding in Nederland. Reinhard krijgt twee opdrachten. 'Je moet je melden in de wapenkamer en deze enveloppe moet naar Post Herstel op een half uurtje lopen boven Haris.' Op weg naar Post Herstel wordt hij opgepikt door een truck met Unifillers. "Noren, Ieren, Fiji? Ze boden me een lift aan. Ik gaf de brief af en ben teruggelopen naar mijn eigen post om me te melden op de wapenkamer. Daar trof ik een woedende sergeant. Ik kreeg op mijn flikker, niet te kort. Wat ik wel niet dacht, wie ik wel niet was?" De sergeant blijft ook in de daaropvolgende maanden op afstand. "Hij was autoritair en misschien wel te lang in Libanon. Hij liep wacht terwijl hij niet was ingedeeld en speelde altijd met zijn wurgkoord. Dat was om paraat te zijn als de PLO kwam." Na twee maanden is Reinhard een ervaren wapenhersteller, repareert alle soorten wapens en moet zelfs de mortieren repareren. "Ook een granaatwerper die er, zo werd mij verteld, officieel niet was, werd gebruikt en gerepareerd."
• John Reinhard tijdens zijn optreden op de pabo in Rotterdam. Foto: Fred van Brandwijk
Idealistisch
Reinhard houdt in een schrift bij wat hij beleeft en ervaart. Dat dagboek haalt hij, nadat hij zijn veteranenspeld heeft ontvangen, tevoorschijn. Libanon gaat weer leven. De mooie herinneringen, maar ook de angstige en machteloze momenten komen terug. De Libanonveteraan, die zich al zestien jaar met theater bezighoudt, besluit het dagboek te verwerken tot een theaterstuk waarin veteranen zich herkennen, maar dat bovenal burgers bewust doet worden van de offers die veteranen voor hun land brengen. Op de pabo in Rotterdam, een dag na ons gesprek, speelt hij voor een rumoerige zaal. Als hij, zoals in het script is vermeld, zijn munitiekistje met veel geweld van het podium schopt, zijn er verschrikte gezichten en heeft hij alle aandacht. "Die jongeren zijn nu net zo oud als ik toen ik naar Libanon ging. Ze zijn idealistisch, willen iets voor mensen betekenen. Ik hoop dat ze van mij hebben meegekregen dat een veteraan meer is dan een avonturier. Dat een uitzending langer duurt dan de tijd in het missiegebied. Toen een van de studentes vroeg hoe het voor kinderen van veteranen is en hoe ze daarmee om moeten gaan, wist ik: de boodschap is overgekomen!"
Meer informatie over Dagboek van een VN soldaat en andere producties van
John Reinhard is te vinden op: www.reflecttheater.nl

|
|
nummer 6 / juli-augustus 2010 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht