NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 8 / oktober 2008

Libanonveteraan Richard Feijaerts is werkzaam in gevangeniswezen

'Ook ik had aan de andere kant kunnen zitten'

Richard Feijaerts (40) kreeg het soldatendom met de paplepel ingegoten. Maar het lukte hem niet om een beroepscarriere te starten in de krijgsmacht. Als dienstplichtige werd hij uiteindelijk uitgezonden naar Libanon."Een keerpunt in mijn leven", noemt hij het zelf. Nu werkt hij bij het ministerie van Justitie in het gevangeniswezen. "Soms kom ik nog wel eens een oude kameraad tegen, maar dan aan de andere kant van het hek."

Door: Bart Hetebrij
Foto: Birgit de Roij

Mijn vader heeft nog als KNIL'er in de Tweede Wereldoorlog gevochten, maar begin jaren vijftig van de vorige eeuw kwamen mijn ouders vanuit Indonesie naar Nederland. Eenmaal hier maakte hij
de overstap naar de luchtmacht. De krijgsmacht is er bij mij met de paplepel ingegoten. Alle kennissen van mijn ouders waren militairen. Hun zonen waren mijn vrienden. Samen gingen we zwemmen op de vliegbasis of bezochten we de open dagen van de luchtmacht. Mijn interesse voor de krijgsmacht was dus al vroeg gewekt. Na de havo wilde ik wel beroeps worden, maar het aanbod was groot en de eisen streng. Ik werd niet geselecteerd, maar wel opgeroepen voor de dienstplicht. Ik heb me toen opgegeven voor Libanon. Het leek me fysiek een uitdaging en ik wilde wat van de wereld zien. Dat is me gelukt.

Kinderen met geweren
Ik herinner me nog de aankomst op de luchthaven van Beiroet. Alles was in puin geschoten en iedereen liep met een wapen. In de verte hoorde je ontploffingen. Her leek wel oudejaarsnacht. Ik kwam op post 7.7 terecht. Onze taken bestonden voornamelijk uit het inrichten van roadblocks en het lopen van patrouilles. Een enkele keer schoten we met onze 120 mm mortier 's nachts lichtgranaten af, zodat onze mannen in de plantages richting kust beter in staat waren infiltraties tegen te gaan van milities richting Israel. Soms gingen we ook zelf met een YP-richting kust. We kwamen dan langs PLO-kampen. Overal zagen we kinderen met geweren. De dreiging die daar vanuit ging, zal ik niet gauw vergeten. Dat mensen vanuit een bepaalde overtuiging elkaar te lijf konden gaan, heeft wel grote indruk op ons gemaakt. Overal zagen we het bewijs van de onverdraagzaamheid. Het meest opvallend waren de doorzeefde auto's. Naar ons toe viel die vijandschap wel mee. Ondanks dat we  dienstplichtigen waren, of misschien juist wel daarom, hadden we bij de bevolking een redelijk goede naam. Onze manier van opstellen in conflicten droeg daaraan bij. Ik denk dat het iets met Hollandse 'nuchterheid' te maken had. We lieten ons de kop niet gek maken, we probeerden fair en eerlijk naar alle partijen toe te zijn. Dat betekent niet dat wij heilige boontjes waren. Wij waren weliswaar heel hecht als groep, maar toch was er weinig begrip voor sociale problemen van collega's. Er heerste best een machocultuur. Dat uitte zich ook in een zekere verruwing van normen en waarden. Het taalgebruik werd toenemend grof. 'Laat ze elkaar maar afschieten', was een veelgehoorde kreet. Dit soort uitspraken werd soms ook gevoed door ervaringen tijdens sociale patrouilles.
Enerzijds werd je gastvrij onthaald, terwijl zij het volgende moment Hitler de hemel in prezen, omdat hij zoveel joden had laten ombrengen. Dat soort uitspraken ging er bij ons niet in. Dan voelde je de botsing tussen culturen. Daarnaast was het ook gewoon een lastige missie. Niets mocht. Je zat tussen twee vuren, soms letterlijk. Voortdurend werd je blootgesteld aan intimidaties en pesterijen van alle strijdende partijen. Het gevolg was machteloosheid.

Eigen weg
Bij terugkomst in Nederland spatte de groep uit elkaar. Iedereen ging zijn eigen weg. Je had wel wat adressen uitgewisseld, maar je zag elkaar niet meer. Ik miste de groep, het samenzijn en de
voorspelbaarheid van het ritme van een uitzending. Ik merkte dat ik snel op zoek moest naar een nieuwe structuur in mijn leven, anders zou het wel eens verkeerd met mij kunnen aflopen. Eerst
heb ik het vloeken en schelden moeten afleren. Daarnaast heb ik wat beter contact met mijn vader gekregen. Libanon voegde iets toe aan onze relatie.We deelden iets onuitgesprokens. Toch heeft het me anderhalf jaar gekost voor ik weer in een bepaald ritme kwam. Ik ben begonnen met het doen van uitzendwerk en heb van daaruit gesolliciteerd bij de Raad voor de Kinderbescherming. Via diverse functies binnen Justitie ben ik momenteel werkzaam als hoofd van de afdelingen Selectie en Detentiebegeleiding, Bevolkingsadministratie en Maatschappelijke dienstverlening. Justitie is als organisatie vergelijkbaar met Defensie. Het is dynamisch, soms gebeuren er onverwachte dingen, maar er is ook een duidelijke structuur. Kennelijk voel ik me bij dit soort organisaties thuis. Ik denk dan ook dat de uitzending en Defensie in bredere zin van invloed zijn geweest op mijn keuze voor Justitie. Ik heb geen spijt van de uitzending. Die ervaring heeft me verrijkt. Libanon heeft me geleerd te waarderen wat ik heb. Mijn motto om het personeel te motiveren is dan ook: 'Kijk niet altijd naar wat je niet hebt, maar kijk vooral naar wat je wel hebt.' Als ik niet in dienst was gegaan, had ook ik op een ander pad terecht kunnen komen. Ik was vroeger echt geen lieverdje. Soms kom ik nog wel eens een oude kameraad tegen, maar dan aan de andere kant van het hek. Ik had ook aan die kant kunnen zitten. In die zin is de uitzending een keerpunt in mijn leven geweest.

Je zat tussen twee vuren, soms letterlijk'

Veteranen
Af en toe kom je in de gevangenis veteranen tegen. Gedetineerden die veteraan zijn, worden niet als zodanig geregistreerd. Registratie zou een meerwaarde kunnen hebben, als mensen tijdens een uitzending psychische problemen hebben opgelopen. Vaak is bij Defensie wel bekend of iemand voor uitzendgerelateerde problemen behandeling heeft gehad. Bij problemen hoeven wij het wiel dan
niet opnieuw uit te vinden. Registratie voorkomt tijdverlies. Een nadelig bijeffect van registratie kan zijn dat er een bepaald imago bij personeel en medegedetineerden neergezet wordt, dat geen recht doet aan de persoon. Zo kan de gedetineerde veteraan een bepaald risicoprofiel toegedicht krijgen op grond van veronderstelde relevante militaire vaardigheden. Ook onder collega's zitten veteranen,
alleen weten we het niet van elkaar. Onderling praten we er eigenlijk nooit over. Je loopt er ook niet mee te koop, daar ben je te nuchter voor. Het begrip veteraan is ook zo zwaarbeladen in de Nederlandse samenleving. Wat voor beelden roept die term niet op? Oude mannen met martiale snorren, grijze broeken en blauwe blazers volgehangen met medailles. Wat moet je daarmee?
Toch heb ik nog wel een tip voor gedetineerde veteranen. Als zij zich realiseren dat de uitzending meer impact heeft gehad dan ze lief is, dan is het verstandig om bij het bureau Selectie en Detentiebegeleiding aan te geven dat ze ooit op uitzending zijn geweest. Wie weet wat we dan voor een veteraan kunnen betekenen. Als we niets weten, kunnen we er ook geen rekening mee houden. Daarnaast ligt er een schone taak voor hulp- en zorgverleners van Defensie om ons bij Justitie meer bekend te maken met het fenomeen veteraan

nummer 8 / oktober 2008

Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut