
|
|
nummer 9 / november 2006 |
Onderzoek naar ervaringen na terugkeer van uitzending
Veteranen voelen zich
niet gewaardeerd
Veel veteranen kijken met gemengde
gevoelens terug op hun terugkeer na uitzending. Zij voelen zich weinig
gewaardeerd door de samenleving en de Defensie-organisatie voor hun militaire inzet. Dit blijkt uit een
grootschalig onderzoek naar de betekenis van uitzendervaringen onder ruim 1,500
veteranen van het Veteraneninstituut. Na de uitzending kost het militairen
veteranen moeite om te wennen aan het dagelijkse leven in Nederland. De
waardering van naasten, samenleving en Defensie kan de aanpassing versoepelen.
Opvallend is dat veteranen vooral waardering voor hun militaire inzet ervaren van familie en vrienden, maar niet van samenleving en
Defensie. Aan het onderzoek namen ruwweg 750 oudere en 750 jonge veteranen
deel.
Door: Michaela Schok
Foto: NIMH
eel veteranen hadden
zowel positieve als negatieve gevoelens over de terugkeer na de uitzending (38
procent). Een even groot aantal veteranen had alleen (zeer) positieve gevoelens
(38 procent ) en een minderheid van de veteranen rapporteerden alleen (zeer)
negatieve gevoelens (21 procent). Over het algemeen
beoordeelden de oudere veteranen de periode na terugkeer iets negatiever. Een
verschil tussen de oudere en de jongere veteranen is dat de meeste jonge
veteranen na hun uitzending in dienst bleven, terwijl de oudere veteranen hun
dienstperiode vaak direct afsloten. De oude veteranen woonden na terugkeer nog
veelal bij hun ouders (64 procent ), terwijl de jonge veteranen in de meeste
gevallen samenwonen met een partner (52 procent). Een aanzienlijk aantal
veteranen voelde zich welkom, gesteund en gewaardeerd na terugkeer in Nederland
(41 procent). Maar liefst de helft van de veteranen geeft aan moeite te hebben
om te wennen aan het dagelijkse leven in Nederland. De overgang van het
militaire leven op uitzending naar het gewone leven vergt aanpassing. Rond tien
procent van de veteranen geeft aan gezondheidsproblemen te hebben gehad na
terugkeer.
Onderling contact
Veel veteranen blijken
lid te zijn van een organisatie of vereniging die speciaal gericht is op
veteranen (65 procent). Een behoorlijk aantal veteranen heeft vrienden of
kennissen gemaakt tijdens de uitzending, met wie nog regelmatig contact wordt
onderhouden (60 procent). Dit geldt met name voor de
oude veteranen. De meeste veteranen hebben wel een enkele keer een reünie
bijgewoond (42 procent) en bijna een derde bezoekt regelmatig een reünie van de
eenheid (31 procent). De jonge veteranen bezoeken vooral een enkele keer een
reünie (51 procent), terwijl de meeste oude veteranen regelmatig reünies
bezoeken (54 procent). De meeste veteranen zijn (nog) niet teruggekeerd naar de
landen of gebieden van uitzending (79 procent), maar 46 procent zou dat wel willen
in de nabije toekomst. Vooral de jonge veteranen geven dat aan (66 procent).
Slechts 25 procent van de oudere veteranen koestert die wens, maar 46 procent
peinst hier niet over.
Waardering militaire inzet
De meeste veteranen
vinden dat ze een beetje tot veel waardering hebben gekregen voor hun militaire inzet van familie en vrienden (84 procent). De
jonge veteranen rapporteren iets hogere percentages dan de oude veteranen
(tabel 1). Maar liefst 19 procent van de oude veteranen vindt dat ze helemaal
geen waardering hebben gekregen van hun familie en vrienden. De jonge veteranen
ervaren meer waardering van de samenleving voor hun militaire inzet dan de oude veteranen (tabel 2),
alhoewel de meeste veteranen helemaal niet tot een
beetje waardering ervaren uit de samenleving (79 procent). Dit is opvallend,
gezien her opinieonderzoek dat jaarlijks wordt uitgevoerd in opdracht van het
Veteraneninstituut. Daaruit komt naar voren dat een ruime meerderheid van de
Nederlanders (zeer) veel waardering voelt voor veteranen. Alhoewel de ervaren waardering van Defensie laag is, rapporteren de jonge veteranen meer
waardering te krijgen voor hun militaire inzet dan de oude veteranen (tabel 3).
De meeste veteranen geven aan helemaal niet tot een beetje waardering te ervaren
van Defensie (73 procent). Dit is ook een opvallende bevinding, gezien het
veteranenbeleid sinds de jaren negentig, waarin tal van uitingen van erkenning
en waardering een belangrijke rol vervullen. Mogelijk is er een verschil tussen
wat veteranen als waardering ervaren en wat Defensie als blijk van waardering
aanbiedt. Een andere verklaring hiervoor kan zijn dat veteranen de waardering
te mager vinden of dat uitingen hiervan een vluchtig karakter hebben en met
beklijven in de hoofden van de veteranen.
Conclusie
De terugkeer na
uitzending gaat voor veel veteranen gepaard met gemengde gevoelens. Na een
intensieve periode met de militaire eenheid in her uitzendgebied kost het moeite om te wennen aan het dagelijkse leven in
Nederland. Na te zijn blootgesteld aan de extremen van oorlog en ellende is het
vreemd om andere mensen zich druk te zien maken over relatief onbelangrijke
zaken als het moeten wachten in de rij bij de supermarkt of ontevredenheid over
materiele zaken. Gelukkig zijn veel veteranen toch in staat deze overgang naar
het burgerleven te maken, maar dat neemt niet weg dat het tijd en moeite kost
om te wennen aan het gewone burgerleven. Waardering van naasten, samenleving en
Defensie speelt een belangrijke rol in deze aanpassingsperiode. Veteranen
ervaren vooral waardering voor hun militaire inzet van
familie en vrienden, maar helaas (nog) niet voldoende waardering van de
Nederlandse samenleving en Defensie. Veteranen zelf spelen overigens ook een
belangrijke rol in de waardering die anderen hen kunnen geven. Door te
vertellen over war zij hebben meegemaakt en gezien, kunnen anderen zich een
betere voorstelling maken van wat onder vaak moeilijke uitzendomstandigheden is
bereikt.

|
|
nummer 9 / november 2006 |