NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

 

nummer 3 / april 2009

Nepveteraan


Onlangs verscheen in De Telegraaf het bericht dat de invalide veteraan H.L. te Venray door drie jongens in elkaar was geslagen en beroofd van zijn portemonnee met veteranenpas. Hij zou ook onder behandeling staan bij de Veteranen Intensieve Behandel Unit (Vibu) van het Vincent van Gogh Instituut in Venray.
Navraag bij het Veteraneninstituut (Vi) leert echter dat de man nooit in militaire dienst is geweest en bij het Vi als fantast bekendstaat. Door een knullige administratieve fout van het Vi had de man afgelopen januari onterecht een veteranenpas gekregen. Wiebe Arts van het Vi:"Hij zou tijdens een geheime missie in Srebrenica door een bermbom invalide geraakt zijn, maar die zijn daar nooit ontploft. Hij is nooit in dienst geweest, bijDefensie en het BRIOP (Bureau Registratie en Informatie Ontslagen Personeel; red.) kennen ze hem niet. Bewijsstukken kan hij ook niet overleggen. Wij betreuren het dan ook dat hij door een fout van ons onterecht een veteranenpas heeft gekregen." Na ontvangst van de veteranenpas heeft H.L. zich ook ingeschreven bij de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO), waarmee hij al eerder in mei 2008 aan het defile in Wageningen heeft deelgenomen. Jos Morren van de BNMO verklaart dat de bond geen enkele reden had om te
twijfelen aan het waarheidsgehalte van zijn verhaal. "Gegevens checken wij niet, in de meeste gevallen gaat dat ook goed. De
mens zelf staat bij ons voorop. En de verantwoordelijkheid om het inschrijfformulier naar waarheid in te vullen, ligt bij de aanvrager zelf." De man, die inmiddels ook een Militair Invaliditeitspensioen heeft aangevraagd, is waarschijnlijk via het Centraal Aanmeldingspunt (CAP) bij het Van Gogh Instituut terechtgekomen. (AS)

nummer 3 / april 2009

 

 
Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 
Veteraneninstituut