
|
|
nummer 7 / november 2005 |
Libanonveteraan Dick Zuidema kijkt
met gemengde gevoelens terug
‘Je
bent negentien en voelt je onsterfelijk’
Hij maakte het nodige mee, maar oud-Unifiller Dick Zuidema zou zo weer
naar Libanon gaan als de plicht hem zou roepen.”Maar de situatie is wel
veranderd, ik heb nu een vrouw en kinderen, dan ga je er toch wel anders mee
om.” Dat is ook de reden waarom hij halverwege het invullen van de grote Libanon-enquête(zie rubriek: Een op de vijf Unifileers zoekt hulp) besloot te stoppen. “Hoe kan ik nu
iets zeggen over het gevoel bij de incidenten die ik daar meemaakte? En daarbij
werd ik weer kwaad op Defensie, omdat men ons na terugkeer heeft laten
barsten.”
Door: Fred Lardenoye
riese
nuchterheid. Een andere verklaring heeft Libanonveteraan Dick Zuidema (45)
er niet voor. Dat hij op die bewuste dag in Libanon intuïtief tegen zijn
zwaargewonde maat rustig bleef praten, terwijl hij wat restte van wat eens
onderarmen waren begon af te binden. De 19-jarige soldaat was zó onder de douche
vandaan gesprongen en droeg niet meer dan een handdoekje.
"Wat wist ik van EHBO? In dienst had ik geleerd dat je de bloedende wond zo
snel mogelijk moest knevelen. Twee dagen later realiseerde ik me wat ik gedaan had. En dat hij
het overleefd had, dus dat ik toch iets goed gedaan moest hebben."
Ezels en dode
hond
Toen Zuidema in 1978 na de middelbare school zijn dienstplicht
moest vervullen, zag hij daar niet tegen op. "Bij de
keuring had ik al aangegeven dat ik voorkeur
had voor de VN. En ik wilde iets technisch, chauffeur of zoiets.
Toen kwam ik bij de zandhazen van het 43e in
Assen." Daar werden hij en zijn dienstmaten op een dag in de filmzaal geroepen om re horen dat ze naar Libanon :ouden gaan. Tot grote vreugde van Zuidema. Ik wilde weg, avontuur, ik voelde me opgesloten in dit kikkerlandje. En ik had ook behoefte om ergens in de wereld de helpende hand
te reiken." Niet iedereen dacht er zo over, maar nadat er de nodige
afvallers waren, werd de eenheid van Zuidema in Zuid-Laren voorbereid op het `avontuur'. Op 10 maart 1979, vlak vóór zijn negentiende
verjaardag, vertrok Zuidema met de eerste lichting vanaf Schiphol naar
Libanon. "We kwamenmiddenin de nacht aan. We pakten onze plunjebaal,
moesten in een barak zelf een veldbed
opbouwen en hup de slaapzak in."
De Nederlandse Unifillers werden de volgende dag door Fransen met
legerwagens over het gebied verspreid.
"Mijn eerste indruk: wild ongetemd,
dertig jaar terug, gewoon schitterend.
Je ziet ezels bepakt en bezakt met zoveel materiaal dat je hier een vrachtwagen
nodig zou hebben. En vrouwen helemaal
in het zwart. Allemaal nieuwe indrukken, dat was prachtig." Met acht man, onder wie een sergeant en een korporaal, werden ze afgezet op post 7-5,
bij het kleine Zuid-Libanese plaatsje al-Jibbahin,
nabij de grens met Israël. Daar werden
ze ontvangen door hun Franse
voorgangers. "Je wordt voorgesteld,
rondgeleid, je ziet de concertina-rollen (prikkeldraad, red.) en waar de granaten lagen. Er
liep ook een hond. Die Fransen waren laag boven de grond aan het
barbecuen. Op enig moment ging die hond er
natuurlijk met het vlees ervandoor. Een
Fransman ging er met getrokken pistool
achteraan. Hij heeft de hond ter plekke neergeschoten. Die hond heeft iets van vier of vijf kogels
ontvangen, toen was hij dood. Dan zit je daar met je achttien jaar te
kijken van `o, gaat dat hier zo?'."
Gijzeling
De Unifillers hielden zich op de post voornamelijk
bezig met waarnemen. "We hadden dakwacht en YP-wacht.
Op het
dak moest je de omgeving in de gaten houden, we lagen zo'n
250 meter
van
het dorp. In het begin kreeg je hartkloppingen van alle vreemde geluiden `s nachts.
Maar na een week weet je:
daar zit een ezel die balkt, daar een hok
met kippen die kakelen en daar rijdt een halftrack van Haddad." De post van Zuidema en zijn maten lag in het gebied dat beheerst werd door de pro-Israëlische militie van majoor Haddad. "Het gebeurde regelmatig dat zij hun
nabijgelegen checkpoint afsloten, dan kwam er geen bevoorrading meer door en was je aangewezen op de noodrantsoenen.
Dan was je blij
als je bij de lokale bevolking wat vers voedsel kon krijgen."
Hoewel ze de
strikte opdracht hadden om niet te patrouilleren, trokken de Nederlandse Unifillers onder leiding van hun groepscommandant toch
een keer de stoute schoenen aan. "Sergeant Siegers wilde weten
hoe het met die halftrack zat. Wij dus
met een man of vier de heuvels in. Prompt werden we aangehouden en
teruggestuurd met de boodschap dat we niet mochten patrouilleren." De zaak
escaleerde toen de eenheid vervolgens het dorp inging om te
bevoorraden. "Eensklaps werden we ingesloten door enkele jeeps en Mercedessen. Er sprongen een stuk of wat gewapende kerels uit en die
dwongen ons terug te
gaan naar de post. Daar werd onze
opgetrommelde luitenant te verstaan
gegeven dat onze aanwezigheid werd
getolereerd maar dat patrouilleren uit
den boze was. Dat was best spannend." Ook uit andere gebeurtenissen bleek dat de situatie in het gebied
dreigender werd. "Op een gegeven
moment werd er door de militie
155 mm
geschut in het dorp gezet en daar werd vanaf de eerste dag mee
geschoten. Later werd er vanuit Tyre teruggeschoten en kregen wij de inslagen in
de nabijheid van onze post." De schuilkelder was echter niet besteed aan Zuidema en
sommige van zijn maten. Daar waar
anderen dekking
zochten, bleef de Friese dienstplichtige buiten kijken.
"De sergeant riep: `Kom hier `Zuid' je moet
schuilen.' Maar ik genoot ervan. Je bent negentien jaar, de wereld is van
jou en je voelt je onsterfelijk. Maar ik vind het ook achteraf niet roekeloos. Ik wist waar het vandaan kwam en ik stond achter het huis, waarvan
het dak uit dik beton bestond. Maar er was de dwang van `hier gebeurt wat, hier moet ik
bij wezen'."
Granaatontploffing
Zijn laconieke houding kwam Zuidema goed van pas op
die fatale dag dat een van zijn maten zwaargewond zou raken. Een
dagelijkse handeling die de Unifillers op de post bij
toerbeurt moesten uitvoeren, het `s avonds scherpstellen
van met de concertina's verbonden handgranaten, werd
hem bijna
fataal. "Het was tegen de avond en ik stond net te douchen. Plotsklaps
hoorde ik een geweldige knal. Ik dacht: ze zijn zeker weer aan het schieten met dat
geschut vanuit het dorp. Kremer zat op het dak
en riep: 'Zuidema, er is iets gebeurd met
Van Putten!' Hij klonk paniekerig, want hij zag Van Putten, die net
bezig was om die handgranaten scherp te zetten, niet meer." De Unifiller bedacht zich geen moment, greep een handdoekje en stormde
naar de concertina's aan de rand van de post. "Op blote voeten door de concertina's en de stekelige distels. En daar lag hij. De anderen bleven op afstand en ik schreeuwde om verbandmiddelen, dekens en tentharingen." Zuidema had ook
nog de tegenwoordigheid van geest om
op rustige toon te praten met Van Putten, die net als hij uit Friesland afkomstig is. "Dat ging dus gewoon in het
Fries, want hij was bij bewustzijn. Hij
vroeg: `Hoe is het met mijn handen?'
Ik zei: 7a Hans, je bent ze allebei kwijt'.
Zijn handen waren gewoon weg, foetsie. Door die
granaatontploffing was hij
achteruitgeblazen. Wat er van zijn onderarmen over was aan pezen, hing in de concertina's." Bij het afbinden van de open wonden
van zijn maat, werd Zuidema geholpen door sergeant Gijn en soldaat Harms van een verderop gelegen post die in
de buurt aan het joggen waren.
"Laatst sprak ik Gijn nog. Hij
vroeg me of ik ooit een onderscheiding
had gehad voor mijn optreden. Ik vroeg:
`Hoezo?' `Nou', zei hij, `ik zie je daar
nog zo zitten en wordt daar nóg emotioneel
van.' Ik heb me nooit gerealiseerd
dat het op een ander zoveel impact
had. Voor mij was het: er gebeurt wat en je moet
handelen. Aan jezelf denk je niet op zo'n moment."
Zwijgplicht
De zwaargewonde
Van Putten werd naar
het hospitaal in Haifa gebracht. "Wij mochten om beurten op bezoek bij hem. Ze waren eerst ook nog bang voor een van zijn ogen, maar ik geloof dat dat helemaal goed gekomen is. Dat moet ik hem trouwens toch zelf eens vragen." Want Zuidema heeft nu, meer dan 25 jaar na dato,
weer volop contact met zijn oude
maten. Daar had hij ook om een andere reden grote behoefte aan. Een van zijn andere collega's op post 7-5 was vermoedelijk betrokken bij een
incident dat voor het eerst onthuld is
in het vorig jaar verschenen boek Vredesmacht in Libanon. Het speelde zich in april 1979 af in Naqoura, nabij het hoofdkwartier van UNIFIL. Enkele Duchtbatters reageerden met gericht vuur op een provocerende actie van leden van de militie van majoor Haddad. Daarbij kwam een van de militieleden - vermoedelijk een Israëli - om het leven. Het incident leidde tot een gijzeling van drie Dutchbatters door Haddad, die smartengeld eiste en uiteindelijk ook kreeg. Volgens Zuidema was zijn
collega Vermeer bij een dergelijk incident betrokken. "Hij kwam terug van verlof en raakte in Naqoura betrokken bij een schermutseling waarbij hem een wapen in de hand werd geduwd. Op een bepaald moment maakte
een militielid een verdachte beweging en
kregen hij en enkele andere Dutchbatters het bevel
om gericht te schieten. Hij
heeft zijn hele wapen leeggeschoten en die makker was dood. Ik weet nog dat Vermeer
terug op de post kwam en riep: `Ik heb de eerste!' Maar een
week later werd hij plotseling overgeplaatst
en hebben we nooit meer iets van hem gehoord." Zuidema besloot om na 25 jaar zijn vroegere maten op te sporen. Met
name het vinden van Vermeer
bleek geen makkelijke klus. Omdat de Unifiller niet in
het bestand van het Veteraneninstituut
voorkwam, moest hij zijn toevlucht
nemen tot andere wegen. Zo belde hij
65 van de ruim 70 Vermeers in Den Haag op, omdat hij
daar zijn maat vermoedde. Met behulp
van een collega-Unifiller slaagde de Fries er uiteindelijk toch in om zijn oude maatje te vinden. "Toen kreeg ik pas te horen wat er
naderhand met hem was gebeurd. Hij was
drie weken lang van de ene na de andere post verplaatst en uiteindelijk
gerepatrieerd in verband met zijn eigen veiligheid. Hij
is ook meerdere malen doorgelicht over het incident en kreeg een zwijgplicht
opgelegd. Twee dagen vóórdat wij uitgekeurd werden in Assen, kon hij zijn
spullen al inleveren. Hij mocht absoluut geen contact hebben met ons."
Nazorg
Dat er zo weinig
nazorg was destijds voor Libanongangers steekt Zuidema nog altijd. "Defensie had allang uit het
verleden kunnen leren. De jongens die uit Indië kwamen hebben ze laten verrekken, Koreagangers idem
dito en ga zo maar door. Ons Libanongangers hebben ze ook
laten barsten." Dat is ook een van de redenen dat hij het enquêteformulier van het Libanononderzoek niet heeft
ingevuld. "Maar ook door sommige vragen. Hoe kan ik nu iets zeggen over het
gevoel bij de incidenten die ik daar meemaakte?" Dat er nu uit onderzoek
blijkt dat er zoveel oud-Unifillers last hebben van hun uitzendverleden verbaast hem niets. "Ik kreeg na een jaar of zes
de vraag of ik nog behoefte
had aan psychische hulp. Dat kwam als
mosterd na de maaltijd. Er zijn
jongens die zelfmoord hebben gepleegd.
Gelukkig niet van mijn peloton, die
heb ik allemaal teruggevonden. Enkele jongens zijn nu bezig om een reunie te organiseren, daar is grote behoefte aan." Al is het maar om al die onopgehelderde vragen alsnog te beantwoorden, vindt Zuidema.
"Defensie is kundig in wat ze als eerste moet doen. Ik heb een geweldige opleiding gehad. De onkunde zit hem in het vervolg erop. Ze hadden ons na die uitzending een paar weken samen op oefening naar de hei
moeten sturen. En dan s'avonds met een potje bier
praten, lachen en voor mijn part
huilen over wat we in Libanon samen
hadden meegemaakt. Dan
zouden gelijk alle vragen beantwoord
zijn en hadden mensen dingen van zich af kunnen praten. Ik ben
ook kwaad op het Veteraneninstituut, want Vermeer bleek wel degelijk post te ontvangen uit Doorn. Hoe kan hij dan niet in het
bestand voorkomen?" Uit navraag
bij het Veteraneninstituut blijkt dat oud-Unifiller Vermeer, ook na twee extra controles, niet in het bestand
voorkomt. Dat hij toch post heeft
gekregen in verband met het Libanononderzoek kan
volgens het Veteraneninstituut komen
omdat daarbij ook van andere
adressenbestanden gebruik is gemaakt. Deze bestanden zijn om privacyredenen niet
toegankelijk voor het Veteraneninstituut voor andere doeleinden dan het
onderzoek. Het maakt in elk geval duidelijk dat de door Defensie aangekondigde
veteranenadministratie niet snel genoeg gerealiseerd kan worden. Al was het alleen al vanwege de vraag van
veteranen naar contact met oude maten en de
geloofwaardigheid van het
Veteraneninstituut. Dick Zuidema heeft zich
onmiddellijk laten registreren toen
hij een jaar of zeven geleden van de Veteranenpas hoorde. "Juist ook voor het geval dat anderen
naar mij op zoek waren. Ik ben er ook
stellig vóór dat anderen zich aanmelden
bij het Veteraneninstituut, want als er dan wat is, dan kun je vroegtijdig aan
de bel trekken." En, voegt de kritische Fries er veelbetekenend aan toe: "Vervolgens moet er natuurlijk wel iets gebeuren. Want het Veteraneninstituut is er voor
ons, door ons, namens ons en met
ons!"

|
|
nummer 7 / november 2005 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht