NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 8 / oktober 2009

Vier Nederlanders in Libanon omgekomen door eigen vuur


´Jan las nooit laatste brief van thuisfront´

Alle veiligheidsvoorschriften ten spijt, ongelukken met wapens zijn helaas niet uit te sluiten. In het rampjaar 1983 kwamen in een half jaar tijd drie Nederlandse Unifillers in Libanon tragisch om het leven door friendly fire. Deze ongelukken staan in het geheugen gegrift van de UNIFIL-militairen die daar indirect bij betrokken waren.


Door: Anne Salomons
Foto's: privecollectie Kees de Brie

Al deze schietincidenten hadden te maken met vuurwapendiscipline", aldus Kees de Brie, in 1983 bataljonsadjudant in
Libanon en belast met de afscheidsceremonie bij de repatriering van de overledenen. "Maar ongelukken zijn niet te voorkomen. De eerste keer was op 14 april 1983 toen de 18-jarige Rijnard de Wolf op post 7.11 A door een schot uit een mitrailleur om het
leven kwam. Een maat van hem zat te spelen met de spangeep van een MAG. Over de afwikkeling na zo'n dodelijk
schietincident stond niets op papier, toen heb ik zelf een bataljonsorder gemaakt voor een afscheidsceremonie met een erewacht van alle UNIFIL- eenheden op vliegveld Beiroet. Acht jongens droegen de kist. Maar omdat we dit nooit geoefend hadden, ging er van alles mis. De kist bleek niet zomaar een kist, maar een loodzware pakkist van een meter bij twee meter waar de lijkkist in zat. Omdat de dragers door mijn onervarenheid niet allemaal van gelijke lengte waren, werd het dragen
van de loodzware kist erg bemoeilijkt. Twee maanden later heb ik wel met de dragers op post 7-20 kunnen vooroefenen, waarbij we een manschappenkast gevuld met stenen hebben gebruikt."

Libanese medaille
Op 6 juni 1983 sterft de 18-jarige sergeant Theo Seebregts op post 7.9 wanneer hij terugkomt van patrouille. Een collega ontlaadt zijn uzi in verkeerde volgorde en het wapen gaat af. Seebregts, die waarschijnlijk voor hem langs liep, stond precies in het schootsveld. Seebregts leefde nog toen hij per helikopter werd afgevoerd naar het Rambamziekenhuis in Haifa. De Brie:
."Bataljonscommandant Koster was 'razend dat het weer was gebeurd. Ik ."moest hem vanuit het ziekenhuis ieder half uur op de hoogte houden van de situatie. Maar toen ik bij het ziekenhuis, bleek Seebregts al overleden." Seebregts is de enige die postuum een Libanese medaille heeft gekregen. Tijdens de afscheidceremonie verscheen opeens een peloton van het Libanese leger. `Zorg dat ze hier verdwijnen, was de opdracht die bataljonscommandant Koster aan De Brie gaf. Maar uiteindelijk werden er op de kist toch twee Libanese medailles gelegd. De Libanese regering wilde in oktober 1983 bij het vertrek van Dutchbatt uit Libanon alle Unifillers een onderscheiding geven, maar daar is nooit wat van terechtgekomen. "De Nederlandse regering was daar faliekant op tegen." Rene van der Wolf, destijds maatschappelijk werker, spoedde zich zodra hij
van het ongeluk hoorde naar de post van Seebregts om te kijken of hij iets kon doen. "Met de jongen die het veroorzaakt had, ben ik naar de marechaussee gereden en daar hoorden we dat Seebregts inmiddels overleden was. Die jongen was vreselijke ontdaan. Toen heb ik met Unifillers op de post individueel gepraat. En 's avonds ben ik nog met dokter Mooren teruggegaan om
verder met ze te praten. Het was toen allemaal geimproviseerd en ongestructureerd. Heel anders dan nu. De dader, hoewel ik hem geen dader wil noemen, zou meteen gerepatrieerd worden, maar ik heb ervoor gepleit dat hij zou blijven, binnen 24 uur stond hij weer op de post. Daarna heb ik nog regelmatig met hem gepraat. 'Het had mij ook kunnen overkomen', zei een korporaal ter plekke. En zo waren in het algemeen ook de gevoelens van de andere jongens op de post. Hij hoort erbij, we moeten hem niet isoleren." Stoere verhalen De 19-jarige Jan Hoiting, dienstplich-
tig soldaat en boordschutter van een
YP408, sterft op 5 oktober op zijn post
7.13 B wanneer een maatje van hem,
zojuist van verlof uit Israel terugge-
keerd, met zijn uzi demonstreert hoe
een mini-uzi werkt. Geleund tegen het
kotje steekt hij zijn uzi schuin omhoog
in de richting van Hoiting die op de
YP408 zit als het wapen afgaat. Hoiting
is op slag dood.
Korporaal Ruud Bracke was in die tijd
YP-chauffeur en kwam regelmatig op
post 7.13. "Jan zat bij mij in het pelo-
ton. Ik kende hem niet goed, maar
sprak af en toe wel met hem. De dag
van het ongeluk was ik met vier man
de post aan het rondbrengen. Onder-
weg naar post 7.13 hoorden we dat Jan
neergeschoten was. We hadden nog
zijn laatste brief van het thuisfront voor
hem bij ons. Het idee dat-ie die brief
nooit meer heeft kunnen lezen, vind ik
onverdraaglijk."Al spoedig kreeg Bracke op zijn basis-
post 7.16 te horen wat er precies
gebeurd was en heel snel ging de naam
van de dader rond. "Ik kende de knaap
die het gedaan had uit mijn tijd in
Assen. In de trein zat hij altijd stoere
verhalen op te hangen. Een keer had hij
thuis zijn kogels opengesneden en het
kruit in een zakje gedaan dat hij in de
trein in de fik stak. Zo'n jongen dus. Ik
wilde daar absoluut niet bij horen en
ging altijd in een andere coupe zitten.
Hij was korporaal, maar had die streep
nooit mogen krijgen."
Spijt?
De dag van het ongeluk haalde een
chauffeur het voeituig van Hoiting op.
"We schrokken ons te pletter toen we
zagen hoe de YP eruitzag. We hebben
meteen een paar emmers gepakt en zijn
gaan schrobben, hoewel we eigenlijk
op de marechaussee hadden moeten
wachten."
Vanwege de onveOige situatie in Beiroet
werd het lichaam van Hoiting via Tel
Aviv geevacueerd. Maar omdat de Israe
li's hier geen afscheidsceremonie toelie-
ten, werd er een eenvoudige ceremonie
in Naqoura gehouden. Bracke was daar
ook bij. Hij stond samen met vijf man van het peloton naast het lichaam van
Hoiting dat tot zijn grote ontsteltenis
niet in een kist lag, maar onder een
zeiltje op een brancard die onder een
stellage met de UNIFIL-vlag werd gere-
den. "Onbegrijpelijk hoe daar mee werd
omgegaan." De Brie: "Heel vaag staat
mij iets bij van het ontbreken van een
kist, vermoedelijk omdat het stoffelijk
overschot per ambulance naar Israel
moest worden gebracht en het daar pas
gekist mocht worden. Om veiligheid-
redenen kon er mogelijk geen kist de
grens met Israel passeren."
Bij de afscheidsceremonie bleek ook
de dader aanwezig. Bracke: "Hij stond
daar met zijn maten gewoon te gin-
negappen. Dat kan ik nog steeds niet
verkroppen. Had hij dan geen spijt?"
Mede door deze tragische gebeurtenis-
sen in Libanon kreeg Bracke een aantal
jaar geleden geestelijke problemen. Bij
hem werd een posttraumatische stress
stoornis (PTSS) vastgesteld en in 2005
werd hem een Draaginsigne Gewonden
uitgereikt.
Hans van den Boogaard was in 1983 bij
post 7.13 gestationeerd, maar vanwege
de nasleep van twee gijzelingen werd er
gewisseld met post 7.26. Via de radio
hoorde hij van het ongeluk met Hoiting.
"Het had wel impact, hij was al de vierde
dode in onze tijd", aldus Van den Boog
aard. "Verder dacht ik er niet echt bij na
tot ik vijf jaar later op herhaling kwam.
Toen liep de dader daar ook rond. We
zouden een week later op de Harskamp
schietoefeningen gaan doen en uitgere-
kend hij moest ons gaan vertellen hoe
we met ons wapen moesten omgaan.
Hij bleek onze schietinstructeur. Toen
brak er iets in mij. Als ik hem zag, dook
ik weg en ik riep: Allemaal uitkijken, er
vallen hier straks doden.' De kapitein
vroeg mij waarom ik zo deed en toen
heb ik hem met tranen in de ogen het
verhaal verteld. Die jongen werd daarop
naar huis gestuurd."3*2
De 'daders' werden doorgaans meteen door
de marechaussee gehoord. Om privacyrede-
nen worden hier hun namen niet genoemd.

 

nummer 8 / oktober 2009

   
Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 
Veteraneninstituut