NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

Libanonveteraan en cameraman Eric Feijten:

nummer 5 / juni 2007

‘Paniek is mijn grootste vijand’

Conflictgebieden en rampgebieden; cameraman en libanonveteraan Eric Feijten is voor actualiteitenprogramma’s als NOS-Journaal, Netwerk en Nova overal geweest. In februari van
dit jaar maakte hij nog een spraakmakende reportage bij de Nederlandse troepen in
Afghanistan. "Ik wilde met de patrouille mee het veld in. Het geleuter in zo'n kamp, daar
had ik helemaal geen zin in.”


Door: Anne Salomons

CheckpointIII.jpg

I

n de hal van zijn woning in Hilver­sum staat een stevig gepakte koffer. En die staat er altijd, klaar voor vertrek. Dan kan cameraman Eric Feijten (43), als hij opgeroepen wordt om ergens in de wereld te filmen, zo in een taxi naar Schiphol springen. Feijten: "Dat hoort erbij. Je moet voor dit werk wel avon­tuurlijk ingesteld zijn en je moet je kunnen aanpassen. De ene keer lig je in een slaapzak in de woestijn en de andere keer logeer je in een vijfsterrenhotel in Jakarta."

Als cameraman heeft hij de afgelopen vijftien jaar in zo'n beetje alle pro­bleemgebieden in de wereld verslag gedaan. Hij heeft veel in het Midden­ Oosten gewerkt, maar, alsof de duvel er mee speelde, in Libanon kwam hij maar steeds niet terecht. Totdat vorig jaar het conflict met Israël uitbrak en hij eindelijk naar Libanon werd uitge­zonden. Na 25 jaar was hij weer terug in het land waar hij als UNIFIL-soldaat bij controlepost 7.1 Alpha gelegerd was "Een strategisch belangrijke plek. Alles wat het gebied in moest, kwam daar langs." Van deze post, gelegen aan een belangrijke kustweg, was vorig jaar nog maar weinig over, omdat het als Hezbollah-bolwerk dienst deed en helemaal platgebombardeerd was. "Er waren nog wel wat fundamenten te zien en ook de markeringen stonden er nog. Heel merkwaardig om dat na zo'n lange tijd weer terug te zien."

Specialist
Uiteraard heeft Feijten het gebied gefilmd, net als in 1982 toen hij als hobbyist met een 8 mm cameraatje zoveel mogelijk vastlegde. Hij weet nog goed hoe op een dag een cameraploeg de UNIFIL-militairen kwam filmen. "Ik dacht toen: jeetje je zal toch zo'n baan hebben, geweldig." Nu is hij zelf specialist op het gebied van oorlogsver-slaggeving. "Maar specialist ben je al gauw", relativeert hij lachend. `Als je het eenmaal een paar keer hebt gedaan word je al snel tot specialist uitgeroepen. En het ligt me ook wel, het is een soort van journalistiek waar alles inzit. Je bent filmer, verslaggever, editor en je maakt de satellietverbinding. Kortom: aan het eind van de dag heb je een compleet product en een afgerond verhaal afgeleverd. Maar ik moet bekennen dat de ervaring uit mijn diensttijd in Liba­non ook helpt. Ik weet bijvoorbeeld als er geschoten wordt wat een goede dekking is en wat niet. En ik kan redelijk goed inschatten wanneer ik even een stapje terug moet doen. Hachelijke situaties kun je nooit voorspellen. Ze zijn altijd anders. Natuurlijk ben ik dan we eens bang, maar ik raak nooit in paniek. Paniek is mijn grootste vijand, daarmee vererger je de situatie alleen maar." Irak, Bosnië, Libanon, vrijwel elke locatie waar het Nederlandse leger naartoe werd gestuurd, heeft Feijten gefilmd. In februari van dit jaar was hij nog in Afghanistan waar hij met de Prinses Irene Brigade op patrouille ging naar Poentjak en daar met zijn ploeg een indringende reportage maakte. "Ik wilde mee het veld in, dat geleuter op zo'n kamp (Kamp Holland; red.), daar had ik geen zin in. En er waren die week heel veel incidenten in dat gebied."

Embedded
Uiteraard was hij embedded. Dat kan in Afghanistan ook haast niet anders. "Oké, de verslaggeving is soms vrij een­zijdig, ook omdat de bevolking uit angst voor de Taliban niet vrijuit durft te spreken, maar van Defensie krijg ik alle vrijheid, als ik maar geen operationele informatie prijsgeef." Feijten is opval­lend goed te spreken over de voorlich­ters van Defensie. Hij roemt met name overste Nico van der Zee. "Hij heeft dat allemaal prima voor elkaar gebokst." Uit de reportage die Feijten tijdens deze patrouille voor de NOS maakte, bleek dat er van censuur geen sprake was geweest: voor de camera uitten Neder­landse militairen voor het eerst openlijk en genuanceerd hun twijfels over de doelmatigheid van de opbouwmissie. Eerst moest het gebied helemaal vei­lig zijn voordat ze werkelijk aan hun opbouwtaken konden beginnen, daar kwam het kortweg op neer. "`Ik denk dat er in de Tweede Kamer nu wel wat te bespreken is', was het enige com­mentaar dat ik van de voorlichter kreeg nadat hij de reportage had gezien", aldus Feijten. Maar hij gaat niet altijd embedded. "In Irak ben ik illegaal de grens overgesto­ken. Gewoon het gaspedaal ingedrukt houden en gaan. We zaten toen met een groep andere journalisten in de woestijn. Ter bescherming zetten wij 's nachts onze auto's in een kring, net als cowboys hun huifkarren in een western. Op een gegeven moment, na tien dagen, begon het eten op te raken en omdat een douche heel aanlokkelijk leek, heb ik na veel heen weer getele­foneer voor elkaar gekregen dat onze ploeg bij de Engelsen in hun kamp kon bivakkeren. Toch embedded dus. Maar bij die Engelsen zat ik hele dagen op dat kamp, er gebeurde helemaal niets. We mochten een keer zogenaamd een patrouille filmen, maar die werd voor ons geënsceneerd. Toen wist ik niet hoe snel ik daar weer weg moest komen." In een met noodrantsoenen volge­stouwde auto ging hij er als een haas vandoor, terug naar de plek in de woestijn waar zijn collega's hem met luid applaus begroetten. "Ze vonden het geweldig dat we weer terug waren en dan ook nog met al dat eten."

Checkpoint IV.jpg Close call
Ongevaarlijk was dat uiteraard niet, maar zoals verslaggever en documen­tairemaker Vic Franke naar een wapen greep en daar ook nog mee schoot, dat zou Feijten nooit doen. "Dat vind ik een heel kwalijke zaak. Het is mij ook wel eens aangebo­den, maar dan ga je deelnemen aan de strijd, dat hoor je nimmer te doen. Je hebt bescherming genoeg. Bovendien breng je daar ook nog eens het leven van je collega's mee in gevaar. Als jour­nalisten ook gaan schieten, dan worden ze vogelvrij."
Ondertussen heeft Feijten in de afge­lopen jaren wel heel wat spannende momenten beleefd, close calls, zoals hij ze noemt. En daar moet je tegen kunnen, net als tegen al die ellende die hij steeds maar voor zijn lens krijgt. Zelf heeft hij daar gelukkig betrekkelijk weinig last van. Van een paar journalisten weet hij dat die op gegeven moment hun werk niet meer konden doen. "Die blijven het steeds op hun netvlies houden."

Als voorbeeld noemt hij zo'n close call die voor een aantal collega's slecht en fataal afliep. "Het was na 9/11, toen we in Afghanistan in konvooi richting Kabul reden. Collega's zaten in het voorste voertuig, ik in het tweede, toe we een sanitaire stop maakten. De auto's met collega's die achter ons hadden gereden, sukkelden ondertussen met een gangetje van dertig kilometer per uur door, wij zouden ze later makkelijk kunnen inhalen. Tien minuten zaten ertussen, toen we op een gege­ven moment een bocht omkwamen er zagen dat die auto's gestopt waren en dat de inzittenden ter plekke waren doodgeschoten. Een collega uit de voorste auto kon toen alleen nog maar voor zichzelf herhalen: `Dat hadden wij moeten zijn.' Die bleef het voor zich zien en had een gigantisch schuldgevoel. Ik kan dat veel beter van me afzetten." Toch houdt hij zichzelf wel goed in de peiling. Bovendien moet hij na elke reportage in een ramp- of oorlogsge­bied verplicht langs een psycholoog die daarvoor speciaal door de NOS is aangesteld. Maar als hij zelf merkt dat hij nonchalant gaat worden en rampen als aardbevingen en de tsunami in gradaties van omvang en heftigheid met elkaar gaat vergelijken, dan stopt hij subiet met zijn werk als cameraman. "Ik ken journalisten die zoveel hebben meemaakt, dat ze bij een aardbeving zeggen: `Deze haalt het niet bij die andere. Hen interesseert niets meer. Maar ik wil dat niet, ik wil niet afstompen. Boven­dien zou je dat terugzien in mijn came­rawerk. Filmen is ook een stukje eigen gevoel leggen in de beelden die je ziet.'

 

Gevoelig
Over gevoel gesproken. Op zijn lap­top laat Feijten een filmpje zien dat hij onlangs in Afghanistan gedraaid heeft, terwijl Nederlandse militairen zwaar onder vuur liggen van de Tali­ban. Kogels vliegen hen letterlijk om de oren. Je hoort ze voorbij suizen en tegen de bladeren in het struikgewas tikken. En terwijl de Nederlanders het geweervuur beantwoorden, hoor je ze hijgen, gillen en schelden. Ze zijn hun eigen angst aan het overschreeuwen. Wanneer het allemaal voorbij is, juichen ze en heffen ze de armen in de lucht, verwensingen schreeuwend naar de Taliban.

Het is een indrukwekkend, angstaanja­gend maar ook realistisch stukje film, waarin beeld en geluid meer vertellen dan woorden. Maar ook moeilijk aan het thuisfront te tonen, omdat het publiek de beelden al gauw anders en fout zou kunnen interpreteren, als waren de militairen een stel bloeddor­stige schurken in een overwinningsroes. "Ik heb van de betreffende soldaten dan ook nog geen toestemming gekregen om het uit te zenden", vertelt Feijten. "Het ligt nogal gevoelig." Want wie herinnert zich niet wat de beelden van `feestende' militairen in Srebrenica bij het Nederlands publiek teweeg hebben gebracht? En ook dat maakt een belangrijk deel uit van Feijtens werk: verantwoordelijkheid nemen voor de beelden die hij vastlegt, die soms te gruwelijk en te confronterend zijn, of soms gewoonweg te gevoelig.  

nummer 5 / juni 2007

Weblog

De reportage die Eric Feijten samen met Jeroen de Jager en Peter te Velde in Poentjak voor de NOS maakte, is te zien op hun weblog: http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/2/1/weblog_afghanistan.html


Terug naar het overzicht

 

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut