
|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Libanonveteraan werd sportmasseur
'Ik werk het liefst met mijn handen'
Na zijn uitzending vertrok Libanonveteraan Lion Schapendonk (49) voor een jaar naar Austraiie
om zichzelf te hervinden. Bij terugkomst nam hij de cafetaria van zijn ouders over, "ik begon
met 'werken om te leven', maar ergens ging er een knop om en werd het leven om te werken'",
aldus Schapendonk. Dat was het moment waarop hij besefte dat het roer om moest. "Toen ben
ik een massagecursus begonnen."
Door: Anne Salomons
Foto: Karin Stroo
Lion Schapendonk kreeg, vanwege
zijn studie manager facilitaire
dienstverlening, uitstel van militaire
dienst. Toen hem na zijn stage in het
ziekenhuis van Roosendaal gevraagd
werd om te solliciteren, wees hij dit
aanbod af. Hij zou als manager de hele
dag in pak moeten lopen en daar zag
hij vreselijk tegenop. "Ik ben nou eenmaal geen pakkenman." In 1980 moest hij dus alsnog in dienst. Hij kreeg een
opleiding voor pantserwagenchauffeur
en hospik, voor hij in 1981 vrijwillig als
Unifiller naar Libanon ging.
Schapendonk diende daar in het hospitaal (in Oud-Haris) waar hij niet
alleen de fysieke ellende van de strijd
zag, maar ook de wanhoop van de
plaatselijke bevolking, die soms tot
onaanvaardbare excessen leidde. "Zo
waren we op een dag bezig een oude
man op te lappen die in zijn eigen huis
was opgeblazen. Terwijl wij alles deden
om hem te redden, werd het hospitaal
leeggeroofd. Daar was ik zo kwaad om.
Je zit daar om de bevolking te helpen,
maar ondertussen stelen ze alles onder
je kont vandaan."
Veranderd
Die woede en onmacht nam hij ook
mee terug naar Nederland. "Bij terugkomst was de wereld anders. Althans,dat dacht ik. Maar ik was zelf veranderd. Ik keek anders tegen mensen aan.
Ik kon hier niet meer wennen, ik vond
dat ik in een wegwerpmaatschappij
leefde. Hier had je gewoon warm en
koud stromend water uit de kraan, in
het hospitaal in Haris moest het water
gebracht worden en in ketels worden
warm gestookt. Op een avond ging ik
als vanouds naar het carnaval om in een
cafe te hossen. Maar ik was nog geen
vijf minuten binnen of ik stond al weer
buiten: ik kon het gewoonweg niet
meer", vertelt Schapendonk. "En dan die opvang door Defensie, die
was beroerd. We hebben geen debriefing gehad, niets. Ja, een briefje waarop
een telefoonnummer stond voor als
je psychische bijstand wilde. En met
informatie waren ze ook niet scheutig.
In Libanon was een tankwagenchauffeur verbrand. Hij was in het Militair
Hospitaal in Utrecht terechtgekomen.
Toen ik bij Defensie vroeg hoe het met
hem ging en of hij nog leefde, konden
ze me dat niet eens vertellen. Ze wisten
van niks. Dat kan toch niet?"
Omdat hij het in Nederland niet meer
uithield, vertrok Schapendonk voor een
jaar naar Australie. Na zijn terugkomst
nam hij de cafetaria van zijn ouders
over. Daar heeft hij gedurende negentien jaar hard gewerkt, hij maakte tus
sen de negentig en honderd werkuren
per week. Zo heeft hij van een Oudhollands cafetaria een groot en goedlopend
bedrijf gemaakt, met naast het cafetaria-gedeelte onder meer een restaurant
en een kinderspeelplek. "En ja, we verkochten ook een patatje oorlog", vertelt
Schapendonk lachend.
'Natuurlijk vergeet ik mijn tijd als Unifiller niet'
Sportmasseur
Op een dag besefte hij plots dat hij
leefde om te werken in plaats van
andersom. "Ik zag in mijn omgeving
allemaal mensen van rond de vijftig
die zomaar 'omvielen'. Toen ging ik
nadenken en ontdekte dat ik niet meer
kon groeien, ik stond stil. De knop die
ik negentien jaar daarvoor had omgedraaid, was ik vergeten terug te draaien
naar 'werken om te leven'. Toen heb ik
alles verkocht en ben met mijn gezin
zes weken naar Australie geweest.
Ondertussen had ik me ook ingeschreven voor een cursus sportmasseur.
Waarom ik voor masseur koos, weet ik
niet, maar ik werk het liefst met mijn
handen."
Inmiddels heeft Schapendonk opleidingen gevolgd voor sporttherapeut en
massagetherapeut en is hij coordinator
van een massageafdeling bij een saunacomplex in Roosendaal. Bovendien
heeft hij een eigen massagepraktijk."Maar het leukst vind ik het om op het
veld te staan als verzorger en hersteltrainer bij een voetbalclub in Zevenbergen."
Met oude makkers uit het leger heeft
hij geen contact meer, hij gaat ook niet
naar de Veteranendag in Den Haag."Daar heb ik niets te zoeken. Ik kijk
liever naar mijn toekomst. Natuurlijk
vergeet ik mijn tijd als Unifiller niet.
Die ervaring zal altijd deel blijven uit
maken van mijn leven."

|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht |