
|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Fred Driessen wil 'expertgroep' veteranen oprichten bij de politie
'Het gaat ook om erkenning'
Fred Driessen zit al achttien jaar bij de politie, maar pas bij een
grote reiinie van UNIFIL ontdekte hij dat een collega net a!s hij
libanonveteraan is. "Dat is nou precies de reden waarom ik
een soort netwerk voor veteranen bij de politie wil opzetten."
Maar er is rneer, veteranen kunnen met hun specifieke ervaringen veel voor hun collega's betekenen.
Door: Fred Lardenoye
Zes jaar geleden raakte Fred Driessen (49), projectleider bij de politie Amsterdam-Amstelland,
overspannen door zijn werk. "Ik klapte
helemaal in elkaar. Dat kwam vooral
door het gebrek aan erkenning en waardering. Een collega van me, die net
als ik bij de Koninklijke Marechaussee
had gezeten, hield me als het ware een
spiegel voor. Via hem kwam ik bij de
Sectie Individuele Hulpverlening van de
krijgsmacht terecht." Driessen leerde
via gesprekken met een psycholoog dat
zijn gevoel synoniem was aan dat wat
hij destijds overhield aan zijn uitzending als beroepsmilitair naar Libanon.
"Dat zit gewoon nog in je lichaam. Je
hebt er een laag beton over gegoten,
maar net als onkruid komt het altijd
weer naar boven."
Libanon
In 1980 vertrok Driessen als beroepmarechaussee naar Libanon. "Ik ging
voor het avontuur, maar toch ook wel
met het idee om iets bij te dragen aan
de wereldvrede." Hij werd geplaatst
bij de marechausseebrigade, nabij het
hoofdkwartier van Dutchbatt in Haris."We hadden daar een heel zelfstandige
taak. Met z'n tweeen gingen we vaak oppatrouille, ook langs de kustweg
richting Naqoura door het gebied van
Haddad. Dat was best wel spannend."
Dat het ook niet zonder gevaar was,
bleek wel uit het feit dat er regelmatig
jeeps van UNIFIL werden buitgemaakt
door de daar opererende milities. "Bij roadblocks werden ook spelletjes
gespeeld om te laten zien dat zij de
baas in het gebied waren. Die controles waren er ook als we naar Beiroet
onderweg waren. We vroegen ons dan
elke keer weer af: vinden ze ons nog wel
aardig, met onze blauwe baret?"
Na zijn uitzending keerde Driessen in
1981 weer terug naar het bijstandsteam
van de marechaussee dat de politie in
Amsterdam assisteerde. "Ik was gewoon
een jaartje weggeweest. Ik weet nog
goed dat we bij terugkeer in Assen nog
door iemand van de Bond van Wapenbroeders werden ontvangen die zei:
'Jullie zijn nu ook veteraan.' Ik dacht:
dat komt wel als ik net zo oud ben."
Expertgroep
Toch meldde hij zich onmiddellijk aan
voor een veteranenpas, nadat hij was
overgestapt naar het politiekorps van
Amsterdam-Amstelland. "Maar pas toen
ik overspannen was geraakt, ging ik me
ook echt bezighouden met het feit dat
ik veteraan ben. Ik heb een retime georganiseerd op het Veteraneninstituut en
kreeg steeds meer contacten met oud-Unifillers. Op de grote retinie in Assen
in 2004 kwam ik ineens een politiecollega tegen met wie ik al tien jaar
werk. Hij bleek precies in dezelfde tijd
als ik in Libanon te hebben gezeten."
Inmiddels heeft Driessen via een
oproep in de korpsmail ontdekt dat
er nog vijf Libanonveteranen in zijn directe omgeving werken. Vervolgens is
hij naar de leiding van het politiekorps
Amsterdarn-Amstelland gestapt om,
analoog aan de netwerken van joodse,
homoseksuele en Turks-Marokkaanse
politie-collega's, ook veteranen te organiseren. "Het advies was om eerst eens
te starten met een expertgroep van
veteranen. Daarmee kunnen we denk
ik al veel voor elkaar betekenen. Het
gaat ook om een stuk erkenning, want
ik weet dat er in het korps soms nogal
schamper gedaan wordt over vredesveteranen." Driessen denkt dat hij ook
iets kan betekenen voor jonge veteranen. "Ik durfde het eerst ook niet uit
te dragen, maar zij moeten vooral trots
zijn op hun veteranenstatus. En zo'n
expertgroep kan ook wat betekenen als
een veteraan een calamiteit meemaakt
die te vergelijken is met ervaringen
tijdens uitzendingen. Bij de politie hebben we zelfhulpteams die opgepiept
kunnen worden. Veteranen in zo'n team
kunnen voor een betrokken veteraan
die situaties vertalen naar ervaringen
tijdens een militaire missie en zo iets
extra's bieden."

|
|
nummer 8 / oktober 2008 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht |