NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 1 / januari 2011

Libanonveteraan is professor en auteur boek over opmars Romeinen

'Fascinatie voor archeologie en militaire historie'

Archeologie is Libanonveteraan Arjen Bosman (47) met de paplepel ingegoten. Zijn ouders waren amateurarcheologen en namen hem in 1964 als 1-jarige peuter in een reiswieg mee naar een bouwput van de Velsertunnel. Ze gingen daar graven naar sporen van de Romeinen, die hier vanaf 15 na Christus aan het Oer-IJ twee vlootbases hadden gevestigd ter voorbereiding van hun oversteek naar Engeland. Bosmans verblijf in Libanon heeft zijn hartstocht voor archeologie versterkt. Als prof.dr. A.V.AJ. Bosman is hij hoogleraar provinciaal Romeinse archeologie aan de Universiteit Gent..

Door: Dick Schaap

UNIFIL in Libanon was voor dienstplichtig soldaat Arjen Bosman na het vwo een bewuste keuze bij zijn opkomst in november 1983 in de Johan Willem Frisokazerne in Assen. Libanon was deel van de oude wereld in het Midden-Oosten. Het was voor hem dan ook een grote teleurstelling dat DIC I (fiTst Dutch Infantry Company), een versterkte compagnie van 160 man, als laatste Nederlandse bijdrage aan UNIFIL naar Libanon zou gaan. Vanuit Libanon werd echter zo sterk aangedrongen op voortzetting van de Nederlandse aan­wezigheid, dat dit verlangen werd geho­noreerd door een verlenging van deze VN-missie tot en met 1985. "Voor DIC II werden vrijwilligers gezocht. Ik heb niet geaarzeld om mij voor deze nieuwe VN-missie aan te melden", vertelt Bosman. "Ik wilde bewust wat doen met mijn diensttijd. Ik wilde me niet vervelen en wat doen voor de mensheid. Ik wilde ook wat zien van de wereld. Ik had op dat moment geen vriendin en mijn moeder heeft me niet tegengehouden. Ze heeft me heel lang staan uitwuiven in de Cremerlaan in Santpoort. Ik had van tevoren gezegd dat ik na het half jaar in Libanon niet meteen naar Nederland zou terugkomen. Mijn verlofdagen heb ik in Israël en Egypte doorgebracht."

Waarnemen en wachtlopen
Bosman was als lid van DIC 11 tussen april en oktober 1984 in Zuid-Libanon voornamelijk gelegerd op post 7-6 bij het dorpje Shihin. "We hadden als VN­soldaten heel strenge instructies wat betreft schieten en dat soort zaken. Onze zone viel buiten het UNIFIL­gebied, de zone waar de VN het voor het zeggen had. Eigenlijk mochten we helemaal niks. Waarnemen en wachtlo­pen en alles wat we zagen, doorgeven aan de VN. Vaak betekende dit het meI­den van tijdstip, richting en type van overvliegende Israëlische helikopters en straaljagers. Eenmaal vlogen met bommen bewapende straaljagers rake­lings over onze post. Iedere keer dat ze overkwamen, was het aantal bommen duidelijk afgenomen. We hoorden ech­ter geen inslagen. Later lazen we in een Nederlandse krant dat de Israëli's Pales­tijnen hadden bestookt. Regelmatig werd vanuit het hoofdkwartier 7-4 via de radio gecheckt of iedereen op wacht nog wakker en alert was. De facties waar we voornamelijk mee te maken hadden, waren het Israëlische leger of IDF (Israel Defenee Forees; red.) en de aan de IDF gelieerde Zuid-Libanese militie DFF (De Facta Forees; red.)." Bosman is na zijn uitzending nooit meer teruggeweest in Libanon. "Er gingen helaas geen reizen naar Shihin. Het is nog steeds een onrustig gebied. Het was het gebied van de voormalige Charlie Compagnie. In de tijd van die compagnie werd in 1980 vanuit het dorp op VN-post 7-9 geschoten. Nog altijd rijden er in dit deel van Libanon VN-patrouilles rond, want de proble­men zijn nog steeds niet opgelost. Af en toe werd er in onze tijd geschoten. Er was ook wel eens loos alarm. Je maakte dingen mee die niet helemaal normaal waren. Je merkte dat er een onzichtbare strijd werd geleverd en de verhoudin­gen verstoord waren. Er werden acties ondernomen. Hezbollah was en is er erg actief. We hebben gelukkig geen mensen verloren. Een paar dagen voor ons vertrek uit Libanon is het bijna misgegaan. Op post 7-5 explodeerde een handgranaat en raakten jongens gewond. Ik heb ook nog op 7-2 gepost. Dat was voor mij een aardige afwisse-
ling, omdat die post onderaan een berg bij een kruisvaarders kasteel lag. Je keek er schuin tegenaan."

Gepromoveerd
Met het naderen van het einde van de missie van DIC 11 in Zuid-Libanon gingen de gesprekken van de manschap­pen steeds meer over de vraag wat ze na hun diensttijd van plan waren te worden. "Onze groepscommandant, sergeant Hight, was een Surinamer. Hij was beroepsmilitair en wist dus wat hem te doen stond. Hij bleef in dienst. Tegen mij zei hij: 'Jij wordt professor.' Ik zei: 'Nou moe, daar klopt niks van'", vertelt Bosman. "Ik wilde hem toen niet geloven. Maar hij hield vol. 'Jij wordt professor!' Ik moest nota bene nog beginnen met mijn studie, maar acht jaar geleden ben ik inderdaad professor geworden."
Als Libanonveteraan heeft Bosman een aantal keren meegelopen in het jaarlijkse defilé in Wageningen. "Ik heb prins Bernhard en ook prins Claus ontmoet en met ze gesproken, maar ik zocht steeds naar mijn groepscom­mandant uit Libanon", vertelt hij. "Ten slotte hoopte ik hem te ontmoeten bij de begrafenis van de prins. Ik maakte deel uit van de erewacht, maar ook toen heb ik hem niet gevonden. Ik had hem zo graag willen vertellen dat hij gelijk heeft gehad." Bosman heeft na zijn terugkomst in Nederland gestudeerd aan de Univer­siteit van Amsterdam. Eerst kunst­geschiedenis en archeologie, daarna heeft hij zich gericht op de archeologie in Nederland. Vervolgens is hij zich
gaan specialiseren in archeologie in de Romeinse tijd. Hij is afgestudeerd in 1989 en in 1997 gepromoveerd. Hij heeft een aantal banen gehad voordat hij hoogleraar werd in de provinciaal Romeinse archeologie aan de Univer­siteit Gent. Als archeoloog heeft hij de tijd mee. De in september 2007 in wer­king getreden Wet op de Archeologi­sche Monumentenzorg bepaalt dat rijk, provincies en gemeentes bij hun ruim­telijke plannen rekening moeten hou­den met het erfgoed in de bodem. Het komt erop neer dat er geen spa meer
in de grond mag worden gezet, voordat een archeoloog of de archeologische dienst van een gemeente daarvoor het sein veilig heeft gegeven. Voorkomen moet worden dat er archeologisch erfgoed verloren gaat. Daaronder wor­den alle fysieke overblijfselen verstaan, zowel in als boven de grond, die bijdra­gen aan het verkrijgen van inzicht in de menselijke samenleving uit het verleden. Als adviseur van het archeologische bedrijfThe Missing Link in Woerden is Bosman nauw betrokken bij de uitvoe­ring van deze wet.

Rand van het Rijk
Bosman geeft niet alleen college in Gent en adviezen voor het behoud van het erfgoed in de Nederlandse bodem, maar heeft samen met historicus jona Lendering het onlangs verschenen en reeds hogelijk geprezen boek De rand van het Rijk geschreven. Het gaat niet alleen over het varen in de eerste eeuw na Christus van Romeinse galeien over het Oer-Ij naar de twee vlootbases in Velsen (Flevum). Het is het historisch en archeologisch verantwoorde ver­haal over de opmars van de Romeinse legioenen door de Lage Landen naar de boorden van de Oceaan, oftewel de nieuwe grens van het Romeinse Rijk. Heel lang wisten de Romeinen niet pre­cies wat ze daar zouden aantreffen. De door hen vervloekte Karthagers golden in de oudheid als voortreffelijke zee­vaarders die zich zelfs hadden gewaagd op de gevaarlijke Atlantische Oceaan. Ze hielden hun nautische kennis voor zichzelf en hadden de nare gewoonte om iedereen te verdrinken die na het passeren van Sardinië in hun handen viel.
Voor Bosman en Lendering strekten de Lage Landen zich in de Romeinse tijd uit over Noord-Frankrijk, België, Neder­land en West-Duitsland, van de Somme tot aan de Weser. 'De intocht van god, dat moet het voor onze voorouders zijn geweest toen het leger van Gaius julius Ceaesar in de zomer van 57 voor Chris­tus de Lage Landen binnenmarcheerde' , luidt de meteen treffende beginzin van deze 303 pagina's tellende, uitermate boeiende geschiedenis. 'Terwijl tien­duizenden zwaarbewapende Romeinse soldaten door het gebied van Schelde en Maas trokken, maakte totale verbijs­tering zich meester van de inheemse bevolking. Eén groep krijgers gaf zich over bij de eerste aanblik van een Romeinse belegeringstoren.'
Het komt niet vaak voor dat een arche­oloog en een historicus samen een boek over de oudheid schrijven. Bosman vindt het een precedent dat herhaling ver­dient. 'Archeologische vondsten spreken regelmatig de geschreven bronnen tegen, omdat Romeinse en Griekse schrijvers vooral de veronderstelde barbarij van de Galliërs en Germanen benadrukken. Lendering heeft tien jaar geleden een vergelijkbaar verhaal geschreven. Hij is gespecialiseerd in de klassieke bronnen over de Grieken en de Romeinen. Samen hebben we daar de archeologie aan toe­gevoegd. Het boek omvat alle historische bronnen die we hebben over de Lage Landen en de Romeinen en de huidige stand van de archeologische kennis. Het is daarom op dit moment een handboek. Het kan gebruikt worden op universi­teiten als inleiding over de Romeinen in ons land. Voor de geïnteresseerde lezer is het een uitermate leesbaar boek met prachtige platen."

Veel militair vuurwerk
Vooral veteranen zullen het militaire vuurwerk in het boek kunnen waarde­ren. Op de eerste tientallen pagina's beschrijven de auteurs tot in detail de ene na de andere veldslag. Komt dat doordat Bosman veteraan is? "Ik ben met de oorlog opgegroeid door ver­halen van een oom die naar Engeland is gegaan om tegen de Duitsers te vechten", zegt hij. "Ik spaarde Airfix­soldaatjes. Ik heb samen met mijn vrouw jacqueline een website over het Nederlandse leger in 1939 en 1940 opgezet (www.leger1939-1940.nl; red.). Ik weet hoe het klinkt als een kogel langs je heen fluit. Ik heb een fascinatie voor geschiedenis en militaire historie. De geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd is een militaire geschiedenis. "
Zijn hartstocht voor archeologie kan afgeleid worden uit zijn jongensjaren. "In de op bevel van de Duitsers gegra­ven tankgracht bij Driehuis in de gemeente Velsen werden in 1945 onbe­kende scherven gevonden. Scholieren van de Rijks-HBS brachten ze bij hun tekenleraar Henk Calkoen. Hij herkende ze als Romeins. Er ontstond een club van amateurarcheologen waar ook mijn ouders lid van waren. 28 na Christus zijn de uit Friezen bestaande bewoners van Velsen in opstand gekomen tegen de Romeinen. We hebben 520 loden slingerkogels gevonden. Uit het patroon waarin ze lagen, kon worden afgeleid dat daar een gevecht is geweest. We hebben wat skeletresten gevonden waarbij we van een deel niet weten of het Romeinen of Friezen waren. Zoals wij in Indië Molukkers in dienst namen omdat ze de weg wisten in de jungle, mobiliseerden de Romeinen Bataven omdat ze goed konden paardrijden. Dingen die zij niet konden", vertelt hij. "De twee vlootbases in Velsen beston­den uit forten en havens. In het oudste fort van Velsen bij de huidige Wijker­tunnel zijn complete havenwerken gevonden. Een viertal pieren en steigers waar ze hun schepen konden aanleggen. In het jongste fort bij de Velsertunnel is bij het laatste onderzoek in 1997 een fundatie gevonden. Een kuil met een paar planken erin. Een van die planken is een eik die dendrologisch tot bijna op een jaar kon worden gedateerd. Het grappige was dat de datum die uit dat onderzoek tevoorschijn kwam, de win­ter van 42/43 na Christus was. Daarvan weten we dat de Romeinen toen naar Engeland zijn overgestoken."


De rand van het Rijk - Johan Lendering en Arjen Bosman
303 pagina's, geïllustreerd €34,95
www.uitgeverijatheneum.nl
Tel: 020-5511210
ISBN 9789025367268

nummer 1 / januari 2011

Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut