NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

Voormalig weekblad voor Unifillers `Dubbel Vier' biedt terugblik op 1979

nummer 9 / november 2004

 

Dutchbatters van het eerste uur aan het woord

Dubbel Vier was hét blad van hét Nederlands VN Detachement in Libanon. Vlak voor terugkeer naar Nederland kijken de Dutchbatters van het eerste uur terug op hun verblijf in Libanon. Klazien van Brandwijk maakte een samenvatting van hun verhalen die eerder verschenen in Dubbel Vier van 20 september 1979.

 

 

Door: Klazien van Brandwijk Foto's: privé-collectie Ton Kok

 

D

e eerste Nederlandse UNIFIL­bataljonscommandant, luite­nant-kolonel der Infanterie E.H. Len­sink, bedankt op de voorpagina van Dubbel Vier nummer 26 zijn mannen van 44 Pantserinfanteriebataljon, de eerste lichting UNIFIL. "Binnenkort zit voor velen - 301 man in totaal - `Libanon' er weer op. Met hen is het gros van de `werkers van het eerste uur' ver­trokken." De commandant roemt de persoonlijke inzet, kameraadschap, vin­dingrijkheid en motivatie van de vertrekkende Dutchbatters. "En dat onder omstandigheden die spanningen en frustraties met zich brachten. Het niets kunnen (terug)doen in bepaalde situa­ties, het niet tijdig kunnen beschikken over de juiste spullen. En dan maar niet gepraat over de buikloop, de hitte en de slechte legering in het begin. De opvolgers zullen er geen notie van heb­ben wat er in de afgelopen tijden is gedaan en onder welke omstandighe­den. Dat kan niet altijd vlekkeloos ver­lopen, dat weten de `oude stompers' ook wel. Maar ondanks tekortkomin­gen en tegenslagen werd er doorge­gaan." De bataljonscommandant bena­drukt dat de aanwezigheid van de mannen die Libanon nu gaan verlaten van groot belang is geweest: "Niet alleen in politiek opzicht, maar zeker ook voor de bevolking, die - zelf mach­teloos - voor hun veiligheid is aange­wezen op een vredesmacht."

Een bende

De mannen die op punt van vertrek staan, maken de balans op over de voorbije periode en proberen de nieuw­komers inzicht te geven in dat wat zij, als kwartiermakers, aantroffen en ze voor te bereiden op hetgeen de nieuwe lichting mogelijk te wachten staat. Het verkenningspeloton schrijft: "Eerst zaten we oostelijk van Zibqin, in een dal, maar dat was een zootje. Vrijwel geen accommodatie en wárm dat het was! Volgens onze kapitein was deze positie tactisch gezien ook niet best. Natuurlijk was het voor ons, net als voor iedereen, hard werken. We zaten ­daar met een groep van 23 man. Ver­deeld in drie groepen en iedere groep had een 12-uurs taak uit te voeren. Eerst had je in twaalf uur zo'n acht uw wacht, in de volgende twaalf uur draaide je patrouilles van zo'n twee en een half uur per stuk en daarna had je twaalf uur rust. Nou ja, zo noemde de luit dat. Maar het betekende dat je stond af te wassen, toiletten schoon­maken, wapenonderhoud of alle andere voorkomende `klusjes'. Nee, dat was een bende."

 

De `verdwaalde' kogel

Het verhaal van K. Wildeboer van de CADI (Cantine Dienst; red.), die in zijn linkerkuitbeen door een kogel uit de uzi van een collega werd getroffen, is van andere orde. "Het was voor mij een hele rare gewaarwording. Ik had gedacht dat ik in paniek zou raken, maar dit bleek niet het geval te zijn. Niet ik, maar de schutter bleek in grote paniek te raken. En die hospikken maar zenuwachtig doen. Net alsof mijn hele been eraf was. Ik mocht niet lopen, niet hinken, helemaal niets, alleen liggen. De volgende ochtend om zes uur ben naar Naqoura gebracht. Daar heb ik vijf dagen gelegen. Ik was daar precies op tijd weer weg, want de dag daarop kreeg iemand het op de heupen en nam Naqoura onder vuur." Fred Lewis was gestationeerd op Pos: 7-1, hooggelegen op een heuvel die 120 meter steil uit de zee rijst en net in het Christen-Militiagebied ligt. Hij schrijft ”­In de ruim zes maanden dat wij nu kamp bevolken hebben we moeilijkhe­den en angsten gehad. De Palestijnse granaten kwamen maar al te vaak rond - en een enkele zelfs in - het kamp terecht. Israëlische en Christen-Militia­kogels die door het kamp vlogen waren niet te tellen. Veel last van intimidatie dus en dan moet je sterk in je schoenen staan. De eerste dode hebben we al begraven. Een van onze twee kamphon­den, waarmee we zes maanden lief en leed gedeeld hebben, moesten we doodschieten. In het dorp was `ie op lafhartige wijze door z'n longen geschoten en bloedend uit borst en bek kwam hij naar ons terug. Iedereen was razend en veel zelfbeheersing heeft ons er van af gehouden om het paard van de Muchtar (burgemeester; red.) niet voor de punt 50 te zetten."

 

Grote verschillen

Dat er grote onderlinge verschillen in de locaties en in het werk van Dutch­batt in Libanon waren, blijkt uit het bericht van de Alfagroep van het tweede peloton. "Hans van Putten was onze achtste man, maar moest helaas na zijn ongeluk vertrekken. Beschietin­gen op onze post hebben we nooit meegemaakt, maar zeker wel gehoord en als de wind west was ook wel gero­ken. Ook hebben we weinig wilde ver­halen over patrouillelopen en derge­lijke, maar toch net als iedereen, vaak gebaald. (...) Dat wij de mooiste post (Fort Wanhoop) hadden van het weste­lijk halfrond, daar zullen heel wat men­sen het mee eens zijn." De bezetting van Post 7-3, de Bravo post Charlie Compagnie, meldt dat hoewel ze wei­nig of niet in het nieuws zijn gekomen, het met name mentaal inspannend en enerverend is geweest. "De taak van deze jongens bestond enkel en alleen uit: waarnemen... En wel in het gebied van de DFF (De Facto Forces van de christelijke majoor Haddad; red.). Dat bracht nog wel eens met zich mee dat we een week afgesloten zaten, zoals in april, de week dat Naqoura hevig beschoten werd. Voedsel en water kon­den daardoor niet aangevoerd worden. Juist in die tijd hebben we zeer goede contacten met de bevolking gekregen." De `jongens' van Post 7-2 bij Shamaa laten de aflossers weten dat de voorbije zes maanden toch wel snel verlopen zijn. Al was het maar dankzij luitenant Engelsman die "ruime recreatiemoge­lijkheden zag in het werken met con­certina's (prikkeldraadrollen; red.) en zandzakken."

20.000 kilometer

"Zondag werd het de tachtigste maal dat ik de 120 kilometer lange tocht naar Beiroet heb voltooid. Alleen al op deze route heb ik tijdens mijn verblijf hier ruim 20.000 kilometer afgelegd. Het moet voor een buitenstaander erg saai lijken, maar iedere rit zag ik wel wat nieuws. Ook kon niet altijd de bekende route worden gereden. Vanwege beschietingen en dergelijke moesten meerdere malen alternatieve routes worden genomen", schrijft korporaal Patrick van Hout van de vervoersregel­groep. "Het mooiste werk vond ik het werk bij de KLM op Beiroet Airport. Door de prettige samenwerking met het KLM-personeel werden de problemen - en die deden zich nogal eens voor - opgelost. Vooral de jongens die door spoedgevallen thuis plotseling weg moesten, werden feilloos geholpen."

 

Weemoed?

Al voor terugkeer naar Nederland wordt `Libanon' gemist. De Staf van de pantserondersteuningscompagnie mij­mert: "Zoals alles is geweest, zal het nooit meer worden... Zoals alles kon, zal het nooit meer kunnen... Toch hopen wij, dat het voor ons allen nog een keer mogelijk zal zijn om op dezelfde manier in zo'n eenheid te mogen samenwerken." En vanaf Post 7­-6 te Chihine schrijft sergeant H. Glijn: "Het is jammer dat, als we straks in Holland zijn, iedereen zijn eigen weg gaat en je elkaar niet meer zult zien, op enkele goede kameraden na. En ik vind het eigenlijk spijtig dat zo'n groep, zo'n peloton en zo'n compagnie uit elkaar zal vallen. Want je hebt hier zes maan­den tegen elkaar aangekeken en je hebt elkaar door en door leren kennen in goede, maar ook in slechtere tijden. (...) Het zal heel moeilijk zijn om iemand in Nederland duidelijk te maken hoe hier vriendschapsbanden vast zijn aangeknoopt. Vriendschaps­banden die echt zijn."

 

nummer 9 / november 2004

 

Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut