Oud-Unifiller Spekreijser nam dochters mee terug naar Libanon

|
|
nummer 5 / juni 2010 |
'Ze weten nu wat er loos
is in de wereld'

Hij wilde altijd al terug naar Libanon waar hij in 1979 als een van de eersten naar uitgezonden werd in het kader van de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). Maar pas in mei dit jaar kwam het er voor oud-dienstplichtige Gerard Spekreijser eindelijk van. Hij nam zijn vrouwen dochters mee
Naam en leeftijd: Gerard Spekreijser (54)
Rang en functie: dienstplichtig chauffeur, assistent-administrateur
Uitgezonden naar: Libanon
Is nu: administrateur
Hobby's: koken
Hekel aan: gedram en het niet nemen van je verantwoordelijkheid
Beste oorlogsboek: Operatie Ijsberg van Clive Cussler
Tekst en Foto: Fred Lardenoye
Het was heel even dreigend met die veelal jonge Libanezen in dure auto's in Haris, maar toen eenmaal duidelijk was dat er een groep Nederlandse veteranen op terugkeerreis was, sloeg de stemming om. "Uit de gesprekken bleek dat iedereen goede herinneringen had aan het verblijf van de Nederlanders daar", kijkt de uit Enschede afkomstige Gerard Spekreijser tevreden terug. Ook zijn beide dochters Marjolein (19) en Laura (16) blijken de Weerzien met Libanonreis een leuke ervaring te hebben gevonden, 'al vonden ze het ook wel een beetje spannend.
Libanon
Hij had al gewerkt in een supermarkt toen hij op zijn 22e de dienstplicht vervulde op de Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen. "Ik had daar een half uur per dag werk en wilde tochiets meer dan alleen maar naar buiten kijken." Toen er sprake was van een missie naar Libanon gaf hij zich onrniddelijk op en mocht zich vijf weken voor het vertrek voorbereiden in Zuidlaren. "In maart 1979 vertrokken we met het vliegtuig naar Beiroet. Het was mijn eerste kennismaking met vliegen en dat gold ook voor veel anderen." Aanvankelijk werd hij als chauffeur geplaatst bij de Verzorgingscompagnie in Haris, maar al snel werd hij doorgestuurd naar een observatiepost aan de Israëlische grens in het gebied van majoor Haddad. Ook dat was van korte duur en na weer een korte periode bij de staf stafcie op al-Yatoun, werd hij tewerkgesteld als administrateur bij
de commandant van de Verzorgingscie in Haris. "Daar heb ik het langst gezeten en als het nodig was, viel ik in als chauffeur en wacht." De Twentenaar vertelt nuchter over zijn Libanon-
tijd, die lang niet altijd kalm verliep. "Noodgevallen om te rijden heb ik ook wel meegemaakt. Bijvoorbeeld als er tolken naar een gebied moesten." De immer rustige Libanonveteraan kan zich nog het meest opwinden over de afwikkeling van zijn diensttijd. "Ik kwam in november terug en in december zwaaide ik af. Kreeg ik nog een boete omdat ik mijn schoenpoetsborsteltjes niet meer had. Kostte me 1 gulden 40!"
Dochters
Hij werkte achttien jaar bij een bedrijf waar hij begon als hulpadministrateur. Na een faillissement kon hij aan de slag bij zijn huidige werkgever waar hij als administrateur 'in de ruimste zin van het woord actief is.' Dat hij veranderd was na Libanon, merkte vooral zijn familie. "Ze vonden me wat stugger en wat stiller. Logisch, je krijgt in acht maanden meer levenslessen dan een ander in zijn hele leven."De gedachte om terug te gaan naar Libanon leefde allang. "Mijn vrouw Carla heeft altijd gezegd dat ze graag meewilde en ik heb mijn dochters ook gevraagd. Het gaat me niet alleen om mijn verleden, maar ook dat ze weten wat er loos is in de wereld." Thuis vertelde hij wel over zijn uitzending. "Maar het is moeilijk voor te stellen. Nu zeggen ze: het is duidelijker geworden. Ook omdat ze de ervaringen van andere veteranen horen. Terug op een oude post heeft iedereen wel iets te vertellen." Behalve in oud-Haris vond hij niet zo heel veel herkenbare dingen meer terug. "Maar ik vond het mooi om terug te zijn. Mijn dochters is vooral de tegenstelling tussen arm en rijk opgevallen. Ze begrijpen nu ook wat het is, vluchtelingen die in een kamp leven en partijen die strijden met elkaar. Iedere veteraan zou dit met zijn gezin moeten doen."

|
|
nummer 5 / juni 2010 |
Terug naar boven
Terug naar het
overzicht