NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 9 / november 2004

Weekblad ‘Dubbel Vier’ boordevol informatie over UNIFIL

 

Het alledaagse leven

Om een indruk te krijgen van het alledaagse leven van Dutchbatt is Dubbel Vier een schier onuitputtelijke bron van informatie. Naast de geschiedenis van het conflict in het Midden-Oosten, berichten van de commandant, bataljonsoverleg en een wekelijks overzicht van incidenten in het Dutchbattgebied zijn er berichten van de arts, de geestelijke verzorgers, de welzijnszorg, de marechaussee en de juridische dienst. Verder vertellen Dutchbatters hoe het dienen ze vergaat.

 

Door: Klazien van Brandwijk

Z

o valt te lezen dat er ook in Libanon tijd en aandacht werd besteed aan militairen die zich op een of andere wijze verdienstelijk hebben gemaakt. Al bladerend lees ik dat serge­ant R. de Bokx zich op 22 augustus 1979 bijzonder heeft onderscheiden tij­dens een treffen met gewapende ele­menten. Hij ontving van zijn compag­niescommandant, kapitein Harting, het rode koord als waardering voor zijn doortastend optreden. De Bokx moest vanwege een hardnekkige huidaandoe­ning vroegtijdig worden afgelost. Zes dagen voor de `volle drie maanden UNIFIL-dienst' kwam de bataljonscom­mandant hoogstpersoonlijk de vertrek­kende sergeant de VN-medaille In the service of peace opspelden. Een terechte onderscheiding, aldus de bataljonscom­mandant: "Het opvallende optreden van deze onderofficier volgde direct op het gewond raken van luitenant De Bruin, onder wiens leiding twee YP's in de buurt van Qana bijstand verleenden aan een eenheid van Fiji Batt. Sergeant De Bokx nam de taak van de luitenant over en leidde het vuren van de twee groe­pen van de A-cie. Op even doortastende wijze zorgde hij voor de nodige meldin­gen aan het bataljon. Tegelijkertijd zorgde hij er voor dat de gewonden zo snel mogelijk werden afgevoerd van de plaats waar het vuurgevecht doorging."

 

Medische verzorging

De medische dienst heeft een vaste plek in Dubbel Vier. Opeenvolgende artsen en gewondenverzorgers roepen de mannen op zorgvuldig met hun gezondheid om te gaan. Zo schrijft men over `Preventie tegen het Bruine Monster' (diarree en aanverwante zaken); `Bakadvies' (zonnebrand, zon­nesteek en preventie); Allemaal beest­jes' (schaamluis); het gevaar van ringen (om de vinger), de Palestijnse adder en schorpioenen. Eens per twee maanden moeten de Dutchbatters bij de medi­sche dienst een gammaglobuline-injec­tie tegen hepatitis infectiosa (een zeer besmettelijke vorm van geelzucht) halen. Daar staat niet iedereen om te springen. Gewondenverzorgers melden dat ze al heel wat dappere krijgers door de mand hebben zien vallen: "Mensen (officieren niet uitgezonderd) die zich steeds weer in allerlei bochten wringen en de merkwaardigste uitvluchten en vluchtwegen verzinnen om toch vooral te ontkomen aan dat hele kleine prikje in de bil." Het artikel wordt afgesloten met de waarschuwing dat "niet melden na oproep CC krijgstuchtelijk wordt gestraft." Na verlof van een aantal Dutchbatters meldt de medische dienst dat er "in de pers is nogal wat te doen is geweest over de dames van plezier in Tel Aviv, van wie een aantal gearresteerd zou zijn, omdat zo'n honderd man van Dutchbatt geteisterd zou worden door geslachtsziekten. Er is zelfs geïnsinueerd dat de arrestaties op ons aandringen plaatsgevonden zouden hebben", laat bataljonsarts C. Halma weten. De feiten zijn anders lezen we. Niet honderd maar vijfentwintig man, waarvan som­migen duidelijk gonorroe hadden, maar anderen daarvan alleen `verdacht' werden, zijn uit voorzorg met penicilline behandeld. De arts waarschuwt de mannen selectief te zijn bij het zoeken van ontspanning en adviseert hen om condooms mee te nemen.

 

Geestelijke verzorging

Aalmoezenier, dominee en raadsman spelen in de opeenvolgende bataljons een actieve rol. Naast kerkdiensten en bezinningsbijeenkomsten bezoeken ze de verschillende posten en houden zich bezig met zieken en gewonden. Huma­nistisch raadsman Don Nyessen ver­kent de grenzen van de geestelijke ver­zorging als hij in actie komt voor de, aan beide benen gewonde, soldaat Tom Hippe van 7-2 die graag zijn ouders wil bellen. Na tal van `verantwoordelijken' te hebben benaderd om steeds nul op rekest te krijgen besluit de raadsman zijn rang in de strijd te gooien en geeft de opdracht voor een telefoontje naar Amsterdam. Als `majoor' tekent hij de aanvraag. Niet helemaal volgens het boekje, maar "een gewonde heeft toch het recht om zelf z'n ouders van zijn toestand op de hoogte te brengen." Hoewel hun taak vanzelfsprekend bij de mensen van Dutchbatt ligt, bena­drukken de geestelijk verzorgers in hun rubriek Even Stilstaan regelmatig de positie van de Libanese bevolking. In een periode van relatieve rust signa­leert dominee H. van der Berg de gevol­gen van eentonigheid en het daarmee gepaard gaande balen en gekanker. Hij roept de mannen op verdraagzaam te zijn. Naar elkander en naar de bevol­king. Hij schrijft naar aanleiding van de vraag `waarvoor zijn we hier eigenlijk?' dat men zich moet realiseren dat "als je kinderen over straat ziet lopen met schoolboeken onder de arm, je dan kunt weten dat we hier niet voor niets zijn. Twee jaar geleden waren de scho­len dicht." Naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf over het weeshuis in Tibin, kreeg aalmoezenier J. Ruyter de vraag of er kinderen ter adoptie waren. Samen met de leidster van het wees­huis bezocht hij een gezin waarvan al twee kinderen in het weeshuis zaten. Tien kinderen trof hij aan. Het jongste kindje was zo'n anderhalf jaar. Toen hij in het huisje "met enkele eenvoudige stoelen en een rieten mat op de grond" de moeder stralend met haar kind op de arm zag, vroeg hij de leidster niet te vragen of ze het kind misschien wilde afstaan. "Dat kind was niet te veel; ook de oudere dochters hadden er zorg en liefde voor. Ondanks de zorgen was die moeder stralend gebleven." Naar aan­leiding van dit bezoek staat de aalmoe­zenier stil bij de veelgehoorde opmer­king `die vrouwen hier hebben geen leven' en vraagt zich af: "Wanneer we de hoeveelheid platen zien in tenten en prefabs van vrouwen in allerlei standen en toestanden: zijn deze vrouwen er werkelijk beter aan toe? Hebben zij wèl een leven?"


Incidenten
Wekelijks worden op de achterpagina van Dubbel Vier de incidenten in het Dutchbatt-gebied vermeld. Soms wat uitgebreider, veelal een enkele zin. Incidenten waarachter veelal een uitge­breider verhaal schuilgaat. Zoals dat van luitenant Wiever en zijn mannen. 9 maart 1980: 7-2117-21B: Blokkeren een PLO-patrouille. Terugkomend van een bespreking met de compagniescom­mandant werd via de radio het bericht opgevangen dat er "drie gewapende ele­menten waren gesignaleerd." Wiever besloot met zijn metgezellen een kijkje te gaan nemen en stuitte op drie `toe­risten' met Kalashnikovs. In samenspel met de al aanwezige 21B werden de `elementen' omsingeld en over­meesterd. De infiltranten werden over­gedragen aan het Tyr Team, een aparte groep UN-officieren, en de mannen van de Alfacompagnie konden hun normale werk voortzetten. In de periode van 21 tot en met 28 februari 1980 waren er volgens de lijst veel incidenten. Dubbel Vier meldt: "De afgelopen week was het weer eens goed raak in ons gebied. Ditmaal kre­gen Yatar en Haris een lading mortier­vuur en een enkel tankschot te verwer­ken." Dankzij de snelle alarmering zijn er geen gewonden gevallen. Door de natte bodemgesteldheid werd de mor­tiergranaat, die in Yatar vlakbij daar werkende soldaten van de Alfa viel, gesmoord. In Haris werden twee hui­zen in de directe omgeving van het schooltje getroffen door granaten. Het schooltje zelf bleef wonderwel gespaard. In het onderkomen van enige officieren sneuvelden vele ruiten en de stroomleiding. Ook bij de bataljons­commandopost werden ruiten vernield. Via het UNIFIL-hoofdkwartier diende overste Dijcks bij Haddad en het Israë­lische leger een fel protest in tegen "deze onverklaarbare en volkomen onverwachte beschieting." Explosies, mitrailleurschoten, mortier­inslagen ongelukken, onenigheid tus­sen twee families, in beslagname van wapens, kidnapping, gijzeling, geweer­schoten... De incidentenlijst van Dub­bel Vier maakt duidelijk dat, hoewel er in sommige periodes sprake was van verveling bij het UNIFIL-detachement, de mensen van Dutchbatt steeds alert moesten blijven en hun werk moesten doen onder moeilijke omstandigheden en voortdurende onzekerheid en drei­ging van de strijdende partijen.

nummer 9 / november 2004

 

  Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 

 

SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina Veteraneninstituut

Veteraneninstituut