NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 2 / maart 2010

Terugkeerreis Libanon roept ook tegenstrijdige gevoelens op,
maar balans is positief


'Ik heb hier veel blijdschap teruggevonden'

"Onwijs gaaf hoe we hier ontvangen worden. Voor mij is het een bevestiging dat wat je toen meemaakte ook echt was." Oud-Unifiller Peter Wijsman is blij dat hij er uit nostalgische overwe­gingen voor heeft gekozen om terug te gaan naar Libanon. Maar tijdens de terugkeerreis Weer­zien met Libanon in oktober 2009 zijn er ook andere motieven om terug te keren naar het uit­zendgebied. Veteraan John Koppelaar "Mij is het afzwaaien samen met mijn maten ontnomen. Ik kan Libanon nu pas echt afsluiten."


Tekst en foto's: Fred Lardenoye

k heb mijn Libanonverleden in een kist geduwd die lange tijd ergens in de donkere krochten van mijn geheugen heeft gestaan. Ik heb er nooit meer naar gekeken en daardoor ben ik ook heel veel vergeten." Jan­Derck Gulmans (46) was een jochie van 19 toen hij in 1983 als een van de laatsten deel uitmaakte van Dutchbatt, vlak voordat de Nederlandse bijdrage aan United Nations Interim Force in Leb­anon (UNIFIL) werd gereduceerd tot een compagnie (Dutchcoy). Toch was hij als dienstplichtige al bevorderd tot sergeant en kreeg hij op de post 7-16 in al-Yatoun de leiding over het bij stands­team dat moest uitrukken bij calamiteiten. "In Libanon zijn ook goede dingen gebeurd, maar voor mij was het een slechte periode, omdat alles overheerst werd door één incident. Dat ik dat nooit verwerkt heb, is me onlangs vreselijk opgebroken.

GGZ
"Met instemming van zijn behandelend psychiater van de dienst Geestelijke Gezondheidszorg in Noord-Holland neemt Gulmans deel aan de terugkeer­reis naar Libanon. "Hij is zelf toevallig ook een Libanonveteraan en omdat deze reis wordt begeleid door een geestelijk verzorger via het Veteranen­instituut en omdat mijn echtgenote Heleen meegaat, had hij geen bezwaar. Hij voegde er wel aan toe dat het heftig is en er niet zoveel zijn die het aandurven." Bij de eerste kennismakingsronde met de andere deelnemers blijkt al snel dat die laatste opmerking niet helemaal overeenkomt met de praktijk van deze terugkeerreis. Opvallend veel veteranen die aan de reis deelnemen, worstelen zo'n dertig jaar na dato nog steeds met hun ervaringen in Libanon. Dat geldt niet voor Peter Wijsman (49) en Johan van Dijk (47), die elkaar eind 1981 als dienstplichtige in Libanon leerden kennen op post 7-12, nabij het dorpje Rishknaniyah. De twee nuchtere Hollanders zitten vol verhalen over hun avonturen op met name de boven­post 7-12C, waar zonder het wakend oog van de hogere legerleiding vaak kaartjes werden gelegd en er zo nu en dan gedold werd met explosieven en ander materieel. De twee vonden elkaar enkele jaren geleden weer terug bij een reünie, speculeerden toen al met hun andere maten over een weerzien met Libanon en bleken zich los van elkaar voor deze reis aangemeld te hebben. Wijsman: "Johan was op de informatie­avond in Doorn samen met zijn vouw Janita aanwezig. Ik dacht: hé, jou ken ik!" Van Dijk: "Wij waren in 2006 al van plan om te gaan, maar toen brak die oorlog weer uit." Over de belangrijkste reden om terug te gaan zijn de twee het helemaal eens: om oude herinneringen op te halen.

Weerzien
De Weerzien met Libanon-reizen die al sinds 2005 worden georganiseerd, kennen een vaste opzet. Vanuit het fraaie Rest House Hotel in het bij alle Libanonveteranen bekende kustplaatsje Tyre wordt eerst de omgeving verkenden vervolgens gaat het reisgezelschap met een bus het Zuid-Libanese gebied in waar Dutchbatt van 1979 tot 1983 actief was in het kader van de Neder­landse bijdrage aan UNIFIL. Op de eerste de beste dag in Rishknaniyah wordt duidelijk waardoor deze reizen bij de deelnemers zo'n onuitwisbare indruk achterlaten. Wijsman en Van Dijk hebben de bus nog geen minuut verlaten om op zoek te gaan naar hun 'oude stekkie' of er rijdt een Libanese auto langs die plotseling remt en achteruitrijdt. De chauffeur springt vervolgens uit de wagen en loopt met uitgestrekte armen op Wijsman af. De Libanonveteraan later over het incident: "Ik zie iemand voorbij rijden en zeg tegen Johan: 'Die ken ik!' Hij bleek mij ook herkend te hebben, kwam terug en riep: 'Hé Peter!' Dat zal ik nooit vergeten. Ik ben samen met Johan gelijk ingestapt bij hem." De man blijkt de inmiddels 44-jarige Ali te zijn, die zij destijds leerden kennen als het 14-jarig zoontje van Mohammed, een Libanees bij wie zij kind aan huis waren. Wijsman was destijds dienstplichtig chauffeur. "Ik moest op post 7-8 eten halen, zak­ken Brinta, rijst etcetera. Ik nam altijd extra mee voor de locals, niet alleen bij Mohammed, ook bij anderen gaf ik dat af voordat ik op onze post kwam." De oude vriendschap wordt nieuw leven ingeblazen bij Ali thuis, waar zich al snel andere bekenden melden, zoals zijn neef Assim, die destijds 10 was en diens jongere broertje Mohammed. Van Dijk: "Die kids kwamen ons vaak gezelschap houden op de bovenpost en brachten dan lekkere dingen mee. Maar het meest emotionele moment was toen Mohammed senior zelf ineens voor onze neus stond. Dat was een bikkel destijds. Ik had niet verwacht dat hij ooit een traantje zou laten, maar het gebeurde wel." Wijsman: "Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk." Voor de oud-Unifiller kan de reis dan al niet meer stuk. "Onwijs gaaf hoe wij ont­vangen werden. De thee ging rond en er werd eten geserveerd. Voor mij was het een bevestiging dat wat we toen mee­maakten ook echt was."

Verdrongen
Daar waar Van Dijk en Wijsman op hun oude post nog veel herkennen 'omdat de tijd er dertig jaar lijkt te hebben stilgestaan', is het voor Gulmans even slikken als hij twee dagen later voor het eerst in ruim 25 jaar terug is op post 7-16 in al-Yatoun. 'Zijn' post blijkt een metamorfose te hebben ondergaan en bestaat nu uit een stevige militaire vesting die door Indonesische UNIFIL­militairen (van INDBATT) hermetisch lijkt te zijn afgesloten. "Dat was voor mij en ook voor de twee andere deel­nemers aan de reis die destijds hier hebben gezeten wel een teleurstelling", evalueert Gulmans. Dat hij nu zo bezig is met zijn militaire verleden is geen toeval. Begin vorig jaar raakte hij zwaar overspannen op zijn werk en dat bleek, zoals hij zelf aangeeft, een trigger om eindelijk terug te kijken op zijn tijd in Libanon. Zijn ogen worden vochtig als hij vertelt over het incident dat hem tot op de dag van vandaag achtervolgd. Als sergeant van de bijstandsgroep werd hij destijds met een YP een heuvelachtig terrein in gedirigeerd om een door strijders van de militie van Haddad belaagde buiten­post te gaan helpen. "Door onze positie tussen de heuvels raakten we het radio­contact kwijt. Het was de commando­wagen, dus ik had twee radiostations en stelde er één af op een naburige post die kon waarnemen wat er gebeurde. Daardoor hoorde ik dat er een punt 50 op ons gericht werd door die gasten van Haddad en ik maakte met de YP een terugtrekkende beweging." Zijn vol­gende bevel zit hem tot op de dag van vandaag dwars. "Ik heb stom genoeg twee jongens erop uitgestuurd terwijl ik wist van die punt 50. Ze werden dan ook onmiddellijk beschoten. Hoewel ze ongedeerd terug zijn gekomen, heb ik mezelf dat nooit kunnen vergeven." Gulmans had bij andere schietinci­denten gezien dat het ook heel anders had kunnen aflopen. "Ik heb het al die jaren daarna verdrongen, maar vorig jaar besefte ik me dat ik eraan moest gaan werken." En er bleek meer in zijn geheugen gegrift te staan dan alleen dat incident. "Ik heb ook twee weken een bewakingstaak gekregen in Beiroet, bij de voertuigen die in de haven stonden om weer verscheept te worden naar Nederland. Daar kwamen we dagelijks langs een plek waar talloze lijken lagen waar gewoon zand overheen gegooid was. Die lagen maar weg te rotten en die stank elke ochtend weer, die zit voorgoed in mijn hersenpan opgesla­gen. Ik was 19, dat laat een behoorlijk litteken achter."

Kafra
Libanonveteraan john Koppelaar (47) zit de hele terugkeerreis voorin de bus met hoge verwachtingen van een bezoek aan zijn oude post. Net als twee andere deelnemers aan de reis is hij benieuwd naar wat hij nog kan herken­nen van post 7-21 in Kafra en ofhet mogelijk is om de klim te maken naar de destijds als 'tepel' bekendstaande heuvel waar de bovenpost 7-21C was gevestigd. Koppelaar heeft Libanon nooit goed kunnen afsluiten. "Ik ben in 1980 voortijdig gerepatrieerd, zoge­naamd wegens heimwee, en zowel in Beiroet als bij terugkeer in Nederland achter de officiële rotatie die met alle toeters en bellen werd ontvangen, via een zijdeur afgevoerd. Ik heb ook nooit goed afscheid kunnen nemen van mijn kameraden." Ook in het kleine dorpje Kafra lijkt het of de tijd dertig jaar heeft stilgestaan. Er worden al snel contacten gelegd met de lokale Libanezen. En onder veel hila­riteit van de rest van het reisgezelschap worden Koppelaar en de twee andere veteranen van 7-21 met hun partners in een Mercedes uit het jaar nul weggere­den richting hun oude post. De rest van het reisgezelschap wordt net als tijdens de hele reis gastvrij op de thee uitgeno­digd op diverse plekken. De hernieuwde kennismaking met Kafra blijkt Koppelaar goed te zijn bevallen, maar hij heeft nog wel de wens om ook terug te gaan naar de 'tepel'. Want de oorzaak voor zijn repa­triëring ligt op de boven posten. Daar raakte hij tijdens een actie met de YP in een hevige storm op ongelukkige wijze gewond aan zijn knie. "Ik hoorde het kraken. Aanvankelijk leek het mee te vallen en van de hospik en de arts kreeg ik te horen dat ik maar gewoon door moest werken. Maar de pijn bleef aanhouden." Pas in Naqoura werd er in het Zwitsers hospitaal besloten om het hele been in het gips te zetten en de Nederlandse Unifiller lichte dienst te geven. "De pijn ging maar niet weg en omdat ik er gek van werd, ben ik serieus ingegaan op de verklaring van de arts dat ik wel last zou hebben van heimwee." Koppelaar werd daarop gere­patrieerd naar Nederland. "Daar bleek in het militair hospitaal dat mijn hele binnenmeniscus aan gort was en door­dat ik door was blijven lopen, was ook het kraakbeen beschadigd. Ik moest zes maanden revalideren."

Vrije dag
Na het bezoek aan de posten krijgen de Libanonveteranen en hun partners op de terugkeerreis uitgebreid de gele­genheid om het toeristische Libanon te zien. De prachtige Romeinse en Byzantijnse bouwwerken in Baalbek, het befaamde Ksara wijnhuis, de oude stadskern van kruisvaardersvesting Sidon en natuurlijk het 'Parijs van het Oosten' Beiroet met zijn moderne winkelstraten waar volop geshopt kan worden. Kan vooral dat laatste onder­deel van de reis bij de partners op veel instemming rekenen, bijna alle vete­ranen zijn gefocust op de laatste vrije zaterdag van de reis. Dat is dé gelegen­heid om nog een poging te wagen meer te zien van hun oude posten. Gulmans heeft zich met twee andere reisgenoten die in al-Yatoun hebben gezeten voorgenomen om nog een ultieme poging te wagen om de zwaar bewaakte UNIFIL-post van het INDBATT binnen te dringen. En alsof het zo moet zijn, slaagt het drietal daarin en keert opgetogen terug in het Rest House. Gulmans: "Het was zo speciaal dat we daar uiteindelijk binnen mochten. Er bleken nog behoorlijk veel herkenbare plekken te zijn op de post, die nog uit onze tijd waren. Dat heeft ons allemaal geraakt. En we mochten alles fotograferen." De oud-Unifiller kijkt dan ook tevreden terug op de reis: "Ik heb hier veel blijd­schap teruggevonden. Zelf herkende ik niet zo heel veel meer terug, maar goed beschouwd is dat alleen maar positief. Je ziet mooie auto's, de winkels liggen vol en er is internet. Kortom, er is welvaart. Daar hebben ook wij een stukje aan bijgedragen. Zeker als je met locals praat, krijg je het gevoel dat Dutchbatt iets betekend heeft voor die mensen. Dan heb je toch een trots gevoel: ook al hebben we ook slechte dingen meegemaakt, uiteindelijk is het resultaat toch goed geweest voor dit gebied." Hij draait zich om naar zijn echtgenote Heleen: "Moet je kijken: ik schiet er weer helemaal vol van." Dan: "Maar het is meer van blijdschap dan van pijn." Heleen: "Ik ben meegegaan om te zien waar het allemaal gebeurd is en was ook reuze benieuwd naar hoe anderen hun missie van destijds en hun terugkeer nu ervaren. Op een gegeven moment zag ik Derck-jan helemaal stralen en dat zeiden anderen ook: de pretlichtjes zijn weer helemaal terug in zijn ogen. Dat hoor je ook van iedereen, ze zijn allemaal tevreden met wat ze gezien en gehoord hebben."

Geborgen gevoel
Dat geldt ook voor Koppelaar en de twee andere veteranen die destijds als militair in en rond Kafra actief zijn geweest. Ze hebben met zijn drieën
en Koppelaars echtgenote onder bege­leiding van een Libanees de 'tepel' beklommen naar post 7-21A. Koppe­laar: "Nu kan deze reis voor mij niet meer stuk, ik heb ook een stukje steen meegenomen van mijn oude post." Behalve zijn ongelukkige repatriëring heeft Koppelaar meer slechte herin­neringen uit te wissen, die al jarenlang zijn nachtrust verstoren. Hij vertelt hoe hij en de chauffeur van de Rode Kruiswagen op weg naar het hospitaal in Naqoura destijds van de weg zijn gehaald door de militie van majoor Haddad. "We zijn 48 uur gegijzeld en opgesloten in een kale, afgesloten ruimte met nauwelijks licht en alleen een betonnen vloer." Koppelaar werd aan een scherp verhoor onderworpen, maar hield zich conform de instructies stil. "Er werden bedreigingen geuit als: 'Voor de avond daar is, snijden we je strot door.' Je werd echt geïntimideerd. Ik was een jongetje van 18, op een gege­ven moment sla je door. Maar gelukkig wist ik niet veel meer dan mijn rang en nummer, dus werden we weer vrijgelaten." Hij heeft het incident al die jaren met zich meegedragen, want ruimte om erover te praten was er thuis niet. Door contact met een oud maatje dat ook aan de terugkeerreis deelneemt, ging hij in 2008 naar de Nederlandse Veteranen­dag. Daar vertelde een Ierse UNIFIL­veteraan hem hoe hij in dezelfde tijd in hetzelfde gebied ook gegijzeld was geweest. "Hij kon mijn verhaal beves­tigen. Toen besloot ik om met mijn militaire verleden aan de slag te gaan. Ik heb het gezien bij een oom van mijn vrouw, een Indiëveteraan die nu, op zijn 82e, nog met een enorme last uit dat militaire verleden op zijn rug loopt. Ik weet dat ik het na deze reis een goed plekje kan geven. Mij is het afzwaaien samen met mijn maten ontnomen. Ik kan Libanon nu pas echt afsluiten." Ook Van Dijk en Wijsman kijken met een tevreden gevoel op de reis terug. Al is ook hen opgevallen dat er wel erg veel verwerkingsproblematiek in het reisgezelschap verborgen blijkt te zitten. Van Dijk: "Ook op onze post is het nodige gebeurd, maar wij hebben geen gijzelingen gehad. Toch bleek een van onze jongens ook behoorlijk last te hebben van zijn ervaringen. Je weet dan toch niet hoe iemand anders het beleeft." Zijn echtgenote Janita leerde Van Dijk pas kennen na zijn periode in Libanon. "Hij had al die verhalen over de bevol­king, de gastvrijheid en het theedrinken met de mensen. Het leek me leuk om te zien waar hij dat beleefd heeft, dat was de reden om mee te gaan. Het was fantastisch om dat nu zelf ook mee te maken. Je valt met bijna dertig mensen binnen en overal staan plotseling scha­len met vruchten en andere spijzen. Al die emoties, dat heeft Johan niet zo. Maar ik vond het prettig om daar deel­genoot van te zijn, vooral die tranen van blijdschap. " Wijsman heeft er 'geen moment bij stilgestaan' om met zijn vrouw te gaan. "Maar ik vind het heerlijk dat ik dit met Johan en janita heb mogen meemaken. Ik vraag me af hoe het zou zijn gegaan als ik er alleen voor had gestaan. Dat je alles met elkaar kan delen en met elkaar over dingen kan praten, meningen kan ventileren. Dat geeft mij een geborgen gevoel."

nummer 2 / maart 2010

 


Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 
Veteraneninstituut