NAMENLIJST UNIFILLERS
CHECKPOINT
VREDESMACHT IN LIBANON
FOTOGALLERIJ
WOORDENLIJST
INCIDENTENLIJST
HISTORIE
KNIPSELKRANT
DOWNLOADS
GASTENBOEK
CREDITS
 
UNIFIL FILMS
UNIFIL LINKS
UNIFIL FORUM
 
Veteraneninstituut Veteraneninstituut
 
SiteMap Mail Ons Ga naar de StartPagina

nummer 1 / januari 2010

Studievrienden verging het na uitzending naar Libanon
maatschappelijk goed
 


'Dat avontuurlijke zat er altijd wel in'

Hoewel de periodes die zij in Libanon zaten elkaar kort overlapten, ontmoetten Hans Erdbrink en Barthold van Hasselt elkaar een half jaar later pas echt bij het Amsterdamse Studenten Corps. De één denkt met plezier terug aan zijn tijd als UNIFIL-militair, de ander heeft voornamelijk slechte herinneringen. Toch is hun bijdrage aan de militaire missie in Libanon een ervaring die hen bindt - vorig jaar namen ze zelfs samen deel aan een terugkeerreis - en is het toch meer geweest dan een onderbreking van een verder succesvol verlopen beroepscarrière.

Door: Fred Lardenoye
Foto: Erik Kottier

Ik zou het zo weer over doen."

Barthold van Hasselt (49) twijfelt geen seconde over de vraag hoe hij terugkijkt op zijn uitzending naar Libanon. Hij denkt wel dat de mazzel van de vierde lichting als dienstplichtige en de functie van korporaal-chauffeur meespelen. "Ik had te lang over mijn middelbare school gedaan en moest dus meteen in dienst, vóór mijn studie. Ik was van 80-4 en kwam terecht bij jongens die gemiddeld wat hoger opgeleid waren. Dat scheelde wel." Dat geluk had Hans Erdbrink (48) niet, hij was al wel aan een studie aan de Technische Hogeschool Twente begon­nen. "Ik wilde eigenlijk altijd dokter worden, want dat was mijn vader ook. Maar omdat mijn moeder door een medische fout invalide was geworden, heb ik de techniek geprobeerd. Ik kwam er na een half jaar achter dat het niet mijn ding was. Omdat ik toch moest loten voor medicijnen, ben ik eerst in dienst gegaan." Daardoor kwam Erd­brink in 1980 met de tweede lichting op, bij de rijopleiding voor ê-tonners. Ondanks dat hij al een gewoon rijbewijs had, was hij de enige die de opleiding niet haalde. "Ik zat die tijd heel slecht in mijn vel. Dat kwam ook door de thuissituatie met mijn moeder. Ik weet nog dat die instructeur zei: 'Ik zou je nog niet op een fiets zetten!' Ik vond dat ik mezelf wat harder moest laten aanpakken óf als commando óf in Liba­non. Het werd dat laatste." Vanwege zijn opleiding werd hij in Assen gebom­bardeerd tot korporaal. "Dat idee heb­ben ze na een oefening laten varen. Ik weet nog dat ik aan die jongens vroeg: 'Willen jullie alsjeblieft dit doen?' Dat was dus niet de juiste aanpak. Maar ik heb zelf ook moeite met gezag."

Libanon
Van Hasselt had met zijn achtergrond voor een officiers opleiding kunnen gaan, maar dat kwam vanwege de wachttijd en de extra diensttijd niet goed uit met zijn studieplannen. "Dus kon ik me melden in Bergen op Zoom bij de rijopleiding. Voordat ik in dienst ging, had ik geen enkel rijbewijs, zes weken later had ik ze allemaal, behalve N, zegt hij triomfantelijk. Aan het eind van de opleiding meldde hij zich onmiddellijk voor Libanon. "Dat leek me een mooie en leerzame ervaring. Je ziet een stuk van de wereld en levert een bijdrage aan de vrede. Dat klinkt hoogdravend, maar ik wilde me zo nut­tig mogelijk maken." Na de opleiding in Assen vertrok hij in januari 1981 naar Libanon. "De eer­ste indruk was dat het rommelig was. Je komt aan op een volstrekt kapot geschoten vliegveld en als je richting het zuiden rijdt, zie je eerst heel veel kapot geschoten gebouwen, mensen die half op straat leven, chaotisch verkeer en dan kom je bij een PLO-roadblock waar jongetjes van 14 met een enorm wapen de dienst uitmaken." Aanvankelijk werd hij vanuit het transportpeloton gedetacheerd bij de Charlie-compagnie in Majdal Zoun. Van Hasselt was daar waterwagenchauffeur en kwam zo op alle posten. Het voor­deel was dat hij veel zag en gevarieerd werk had, maar er waren ook nadelen. "Angst heb ik nooit gekend, maar er was wel een spannend moment. Ik moest ook op de bovenposten water brengen en dat was gebied van Haddad. Op een gegeven moment stond er een auto dwars over de weg. Benzine was een schaars goed daar, dus dat was wel duidelijk. Er werd gebaard en gewezen en toen ging de achterklep open en kwam er een wapen. Dat werd op mijn slaap gezet. Nou, ik kan je zeggen, dan reageer je wel!"
Na een maand of twee ging Van Hasselt terug naar Haris, waar hij de rest van zijn missie diende. "Van daaruit heb ik alles gereden: water, voedsel en muni­tie. En ik ben nog chauffeur van de plaatsvervangend bataljonscommandant geweest. Ik was eigenlijk ongelooflijk bevoorrecht. Ik zag echt alles van het gebied. En ik had goed contact met de lokale bevolking, want ik spreek goed Frans en Engels."

Palestijnen
Erdbrink vertrok in september 1980 naar Libanon en kreeg na de landing in Beiroet te horen dat hij naar Yatar moest. "Daar zat de Alpha-compagnie, we zaten daar met twee posten. Mijn peloton bleek een verzameling van jongens die door wangedrag of geeste­lijke afwezigheid, zoals ik, nergens bij hoorden. Dat vond ik een vrij heftige tijd." Erdbrink kon maar niet wennen aan de onregelmatige diensten en de onrust die dat, ook als hij aan het rus­ten was, veroorzaakte. "Ik weet nog dat ik vrijwillig in de bunker ging slapen, waar je normaal zat als je gestraft werd. Om er maar vanaf te zijn, want ik vond het zo'n asociaal gedrag daar." Na twee maanden werd hij overgeplaatst naar Kafra. "Daar kwam ik weer bij de men­sen die ik al een beetje kende. Die vier maanden daar waren wel spannend. In mijn herinnering was er constant alarm. Er waren zoveel Palestijnse infiltraties die we moesten tegenhouden. Er zijn ook twee keer mensen van ons gegijzeld." Echte angst zegt ook Erdbrink niet gekend te hebben, al werd er regelmatig over zijn post heen geschoten. Toch schreef hij in zijn dagboek dat hij hoopte dat hij ongeschonden terug zou keren. "Maar dat kwam omdat er in dit tijd veel suffe ongelukken gebeurden met wapens." Hoewel zijn uitzending en die van Van Hasselt elkaar twee maanden overlapten, kwamen ze elkaar in Libanon niet tegen. Van Hasselt: "We kwamen pas achter ons gemeen­schappelijk Libanonverleden toen we in augustus 1981 allebei lid werden van het Amsterdamse Studenten Corps. Tijdens de introductie ontdekten we dat en zijn we samen foto's gaan bekijken. Toen bleek dat ik Hans op de foto had staan, want ik heb hem vervoerd naar het vliegveld in Beiroet toen hij terug­keerde naar Nederland."

Carrière
De ernstige crisis die aan het begin van de jaren tachtig in Nederland heerste, ging voorbij aan de twee. Erdbrink begon alsnog aan een studie medicijnen en rondde die inclusief coschappen in acht jaar af. Daarna vertok hij naar Engeland om als assistent chirurgie te doen. "Het was toen nog niet zo mak­kelijk om aan een baan te komen in Nederland. Daarna ben ik ook nog een jaar op een booreiland gaan werken en terug in Nederland heb ik van alles gedaan en heb ik ook nog in Spanje als huisarts gewerkt. Dat avontuurlijke zat er altijd wel in. Vandaar ook Libanon." Van Hasselt rondde zijn studie bedrijfs­economie in 1989 succesvol af en bekwaamde zich in financieel-econo­mische functies. "De arbeidsmarkt was toen ook niet best en ik moest helemaal naar Leeuwarden verkassen voor mijn eerste baan bij een zuive1concern." Daarna werkte hij voor diverse bedrij­ven en besloot na vijftien jaar 'bewust' om de switch te maken naar een meer maatschappelijke omgeving. Zo werd hij financieel directeur van het VSB­fonds, het grootste maatschappelijke subsidiefonds. Zijn huidige functie omschrijft hij als senior financieel manager. Erdbrink werkt nu voor de alarmcen­trale Mondial Assistenee, vergelijkbaar met de ANWB Alarmcentrale, waar hij de medische hulpverlening van Neder­landers in het buitenland coördineert. Op vrijwillige basis werkte hij lange tijd als daklozenhuisarts voor de GGD en hij is nog steeds vrijwillig huisarts voor illegalen. Ook het zich inzetten voor vrijwilli­gerswerk delen de twee vrienden, want Van Hasselt is onder meer actief als penningmeester van de Oude Roomsch­Katholieke Aalmoezenierskamer, een kerkelijke liefdadigheidsorganisatie. Over de invloed van Libanon op hun activiteiten denken ze wisselend. Van Hasselt: "Je bent in je studietijd op het gebied van zelfstandigheid verder dan iemand die 18 is en net van de mid­delbare school komt. Ik ben beschermd opgevoed en de enige bescherming die je daar hebt, dat ben je zelf. En je kunt wat meer relativeren." Erdbrink: "Ik denk dat ik door die ervaring helemaal allergisch ben geworden voor dingen die moeten. Die vrijheidsberoving was voor mij haast traumatisch."

Toch heeft Libanon bij beiden positief bijgedragen in hun ontwikkeling. Erd­brink: "Ik heb altijd al wel iets gehad met de onderkant van de samenleving. Niet voor niks heb ik met daklozen gewerkt en in de psychiatrie. Daar zit een soort echtheid." Van Hasselt: "De maatschappelijke bewustwording is wel groter geworden. Die kreeg ik al van huis uit mee, mijn ouders deden ook vrijwilligerswerk. Maar mede door Liba­non ben ik me daar nog meer bewust van geworden: dat je vanuit een bevoor­rechte positie ook een bijdrage aan de samenleving moet geven."

nummer 1 / januari 2010

 

 
Terug naar boven

Terug naar het overzicht

 
Veteraneninstituut